Het is 2 maart. Nog 29 dagen heeft premier Guy Verhofstadt (VLD) om vakbonden en werkgevers te verleiden tot een akkoord over de competitiviteit. Het lijkt een hopeloze taak. De premier wil loonmatiging bereiken via een veralgemening van de all-inakkoorden. En hij heeft daarvoor een mooi snoepje in handen: de verhoging van de forfaitaire aftrek voor beroepskosten. Werknemers krijgen minder loonstijging, maar houden netto meer over.
...

Het is 2 maart. Nog 29 dagen heeft premier Guy Verhofstadt (VLD) om vakbonden en werkgevers te verleiden tot een akkoord over de competitiviteit. Het lijkt een hopeloze taak. De premier wil loonmatiging bereiken via een veralgemening van de all-inakkoorden. En hij heeft daarvoor een mooi snoepje in handen: de verhoging van de forfaitaire aftrek voor beroepskosten. Werknemers krijgen minder loonstijging, maar houden netto meer over. Waarom lijkt dit hopeloos? Ten eerste is het nog maar maart en geen enkele maatregel heeft impact op de lonen van dit jaar. All-inakkoorden kunnen pas voor de periode 2007-2008 worden gesloten. De vakbonden bepleiten dan ook graag uitstel. Ze willen wachten op het verslag in het najaar van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, dat de basis zal leggen voor het interprofessioneel overleg. Op zich is dat een goed argument. De cijfers van de CRB dreigen wel eens wispelturig te zijn. Ten tweede. All-inakkoorden bestaan in evenveel vormen en kleuren als er cao's bestaan. Slechts één sector, de bouw, heeft een écht compleet all-inakkoord dat de mogelijkheid voorziet dat bij hoge inflatie ook de automatische indexaanpassingen geneutraliseerd worden. Alle andere all-ins zijn eigenlijk saldoakkoorden, die zich beperken tot het compenseren van een vooraf vastgelegd percentage. Onder meer de socialistische metaalcentrale CMB en de christelijke bediendecentrale LBC hebben al laten weten dat ze niets moeten weten van all-inakkoorden. Het zou dus verbazen dat de vakbonden nu al hun toestemming zouden geven aan een veralgemening van de all-inakkoorden. Bovendien zouden de interprofessionele vakbondsleiders daarmee hun collega's van de sectoren, die de akkoorden moeten sluiten, zomaar passeren en dat is verre van vanzelfsprekend - om het eufemistisch uit te drukken. Ten derde. Bij het ABVV vertrekt Xavier Verboven in juni. Zal hij de geschiedenis willen ingaan als de ABVV-voorzitter die de automatische indexering op de helling heeft gezet? Neen, toch. Maart wordt dus een maand voor niets. Blijft de vraag of de idee goed is. De combinatie van loonmatiging via all-inakkoorden en koopkrachtbehoud via lastenvermindering is uitstekend. De werkgeverslasten dalen, waardoor de competitiviteit verbetert en de motor van de consumptie blijft. Het hogere beroepskostenforfait is vooral voordelig voor werkenden en maakt dus werken aantrekkelijker. Een fiscale lastenvermindering zal ook de overheid verplichten om te besparen in haar eigen uitgaven. En dat is mooi meegenomen. Maar zoals gezegd, hebben all-inakkoorden alleen invloed als de inflatie hoger gaat dan vooraf geraamd (men vergeet wel eens te zeggen dat ze ook een eventueel lagere inflatie in de andere richting compenseren). De sociale partners blijven daarnaast een verantwoordelijkheid hebben om een matige loonontwikkeling af te spreken. Als ze dat alleen maar kunnen als de regering de rekening betaalt - zoals nu het geval is - dan kan gevreesd worden dat we niet erg ver zullen geraken. Om de historisch opgebouwde concurrentiehandicap van 10 % weg te werken, zal iedereen een duit in het zakje moeten doen. Guido Muelenaer