Emotioneel ben ik hier heel gelukkig mee. Mijn verstand zegt me echter dat we voor loodzware problemen staan." Met die woorden becommentarieerde gewezen Europees commissaris Karel Van Miert (SP.A) op 1 mei, tijdens het VRT-Journaal, de uitbreiding van de Europese Unie. Wie de opgeklopte euforie laat varen en het houdt bij de nuchtere cijfers over de uitbreiding van de EU, kan niet anders dan het eens zijn met Van Miert: de uitbreiding kan de spoorslag worden waar Europa op wachtte om politiek en economisch weer naar de koppositie van het wereldforum te stomen, maar ...

Emotioneel ben ik hier heel gelukkig mee. Mijn verstand zegt me echter dat we voor loodzware problemen staan." Met die woorden becommentarieerde gewezen Europees commissaris Karel Van Miert (SP.A) op 1 mei, tijdens het VRT-Journaal, de uitbreiding van de Europese Unie. Wie de opgeklopte euforie laat varen en het houdt bij de nuchtere cijfers over de uitbreiding van de EU, kan niet anders dan het eens zijn met Van Miert: de uitbreiding kan de spoorslag worden waar Europa op wachtte om politiek en economisch weer naar de koppositie van het wereldforum te stomen, maar verwed er geen geld op. Europa heeft immers te weinig eigen potentieel om tot een langdurige periode van stevige economische groei - rond 3 % op jaarbasis - te komen. En zonder zulke groeicijfers zal Europa nooit een structurele oplossing kunnen bedenken voor de problemen waarmee het wordt geconfronteerd (de toestand van de publieke financiën, de vergrijzing, de tewerkstelling...). In zijn jongste World Economic Outlook gaf het Internationaal Monetair Fonds (IMF) het ook al aan: de beperkte economische groei binnen de EU was de voorbije drie jaar vooral te danken aan de impulsen die uitgingen van de Amerikaanse deficits op de begroting en de lopende rekening van de betalingsbalans (zie blz. 24). Iedereen weet echter dat de Amerikanen onmogelijk het beleid van de voorbije jaren kunnen voortzetten. Slecht nieuws, vooral voor Europa. De Lissabon-doelstelling om tegen 2010 van de EU de meest performante economie ter wereld te maken, is vandaag verder af dan toen enkele jaren geleden die intentie op papier werd gezet. In het verleden toonden Nederland, Ierland, Spanje en Denemarken al aan dat je met een doordacht beleid enkele jaren stevig boven de grijze Europese middenmoot kunt uitgroeien. België slaagt daar echter helemaal niet in, wat eerste minister Guy Verhofstadt ( VLD) ook moge beweren over onze prestaties tegenover het eurogemiddelde. In 2003 scoorden we inderdaad beter dan dat eurogemiddelde (België haalde 1,1 %, euroland 0,4 %), maar alleen in 2003. Wie vanaf 2003 terugrekent naar de gemiddelden over de voorbije drie, vier of vijf jaar, merkt dat België telkens tekortschiet ten opzichte van datzelfde eurogemiddelde. De premier maakt dus steeds nadrukkelijker dezelfde fout: het is niet omdat hij vindt dat het goed moet gaan met ons land, dat het effectief ook goed gaat. De handelwijze van Vlaams minister-president Bart Somers ( VLD) is al even theatraal. Zijn idee om de Olympische Spelen naar Vlaanderen te halen, is op zich niet slecht. Maar het recent vrijgegeven rapport ter onderstutting van die idee lijkt nergens op. Te veel partijen die om allerhande redenen niets met het welzijn van de Vlaamse economie te maken hebben maar wel brood zien in het project, konden in dat rapport het laken naar zich toe halen. Somers sloeg ook geen goed figuur toen hij vorige week zat te koketteren aan de zijde van goeroe Richard Florida, die de toekomst van de Vlaamse economie zowat identificeerde met design, cultuur en homo's. Zowel Verhofstadt als Somers zouden zichzelf én het land een grote dienst bewijzen door eens aandachtig te luisteren naar enkele ondernemers uit de eigen VLD-achterban. Johan Van Overtveldt