M ia De Vits heeft haar eerste debatthema in het Europees Parlement - als ze haar mandaat opneemt en niet kiest voor een ministerpost in de Vlaamse regering - klaarliggen in haar ex-ladenkast bij het ABVV. Krachtig zal zij galmen over de gevaren voor de werknemers van de offshoring of delokalisatie.
...

M ia De Vits heeft haar eerste debatthema in het Europees Parlement - als ze haar mandaat opneemt en niet kiest voor een ministerpost in de Vlaamse regering - klaarliggen in haar ex-ladenkast bij het ABVV. Krachtig zal zij galmen over de gevaren voor de werknemers van de offshoring of delokalisatie. Is Mia De Vits geïnteresseerd in de avonturen van TotalFina op de Noordzee; is zij op werkbezoek geweest in de Golf van Texas of op de boorplatformen voor de Angolese kust? Neen. Mia De Vits is trendy en weet dat delokalisatie niet meer actueel klinkt, de nieuwste kreet is offshoring. De offshoring is de jongste etappe in de internationalsering van de economie en de handel (zie blz. 50 en 56). De waterstraal van investeringen vanuit België naar Centraal-Europa of het Verre Oosten stroomt verder. In het recente verleden zocht de verwerkende industrie de goedkopere lonen en talenten en nieuwe markten voorbij de Oder-Neisse-Linie en langs de Chinese Zee; vandaag reizen de hersenen naar het oosten. Vereenvoudigend is China de plek van de nieuwe productie en India de plek van de nieuwe IT. U bent bankdirecteur en hoofd van de ontwikkelcel van de huissoftware. U hebt tientallen medewerkers voor deze bits en bytes. De druk om modules van de programmatuur uit te besteden aan nijvere denkers in Bangalore vergalt uw nachten. De broodwinning van uw medewerkers en hun gezinnen wordt 'geoffshored'. Waarom? Het refrein kent u: programmeurs in India kosten veel minder dan hier, hun kwaliteit doet niet onder voor wat Belgische softwareschrijvers aanbieden, de soepelheid en de levenslust van de Indiërs ligt hoger dan de onze. Wij werden collectief vadsiger, huisbakkener, berustender. Heeft dit te maken met een genetisch gebrek? Uiteraard niet. Toen in Vlaanderen de globalisering toesloeg, zwoegden en studeerden ook wij dag en nacht. Gelukkig en trots om de centen die binnenrolden. Nu is alles volbracht en zijn wij gemelijker dan de Indiërs en de Chinezen. Zij hoeven geen peptalk van Patricia Ceysens over Flanders District of Creativity of vrije tribunes van EU-commissaris Philippe Busquin (PS) over de plicht om het Lissabon-plan (de EU als innovatiemotor in 2010) ernstig te nemen. Het exporteren van jobs is een eeuwig discussiepunt van niet-economen. Economen en zij die economen aardig vinden - de meeste ondernemers, niet de meeste vakbondsbonzen - weten dat offshoring een positief verhaal is van groei voor de ontvangende economie (land B) en de verliezende economie (land A). De nieuwe arbeidsverdeling veroorzaakt schokken, maar is de oorzaak van een beter land A en land B. De burgers van land A kunnen de lager gesofisticeerde producten en diensten inkopen tegen voordeelprijzen (zonder offshoring bleef de pc op uw thuisbureau een speeltje voor rijkelui) en zichzelf specialiseren in meer vernuftige fabriekswaren en diensten (dat kan entertainment zijn van het populistische én hoge-cultuurtype); de burgers van land B verdienen aan de verschuiving van de fabrieken en de IT, zien een arbeidersklasse en een middenstand groeien die de samenleving verrijkt en stabiliseert. De antiglobalistas moeten hun ABVV-reflexen laten varen. Frans Crols