Geweld en oorlog zijn een veelvoorkomend thema in de historieschilderkunst. Vaak waren de kunstenaars geen ooggetuige van de gruwel, maar moesten ze in opdracht de heroïsche oorlogsscènes naschilderen. Het Van Abbemuseum in Eindhoven zet een tentoonstelling op met werk ...

Geweld en oorlog zijn een veelvoorkomend thema in de historieschilderkunst. Vaak waren de kunstenaars geen ooggetuige van de gruwel, maar moesten ze in opdracht de heroïsche oorlogsscènes naschilderen. Het Van Abbemuseum in Eindhoven zet een tentoonstelling op met werk van veertien artiesten die het oorlogsgeweld wel meemaakten. De expo start in de achttiende eeuw met de kritische grafiek van William Hogarth, een reeks die Goya moet hebben gekend. Van Goya is de wereldberoemde reeks prenten over de verschrikkingen van de Spaanse onafhankelijkheidsoorlog te zien. Zijn Los Desastres de la Guerra, een meesterwerk uit 1810-1820, zijn misschien wel de rauwste weergave van onrecht en bruut geweld in de kunstgeschiedenis. Daarna maakt de tentoonstelling een sprong naar de generatie kunstenaars die de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt. Joseph Beuys maakte in 1971 een grote installatie over zijn troebele jeugd in het Duitsland van de jaren dertig, speciaal voor het Van Abbemuseum. Ook Marlène Dumas is vertegenwoordigd met een indringend zelfportret, Het kwaad is banaal, dat impliciet gaat over het Apartheidsregime in Zuid-Afrika. De titel verwijst naar Hannah Arendts controversiële stelling dat het kwaad alledaags was in de bureaucratie van de nazi's.