Onder de titel De stateloze staat schreef de Amerikaanse publicist Tony Judt ooit in The New York Review of Books een belangwekkend essay over België en de communautaire problemen. Daarin kwam hij tot het pertinente besluit dat België geen model is, maar een waarschuwing. "We weten allemaal", schreef Tony Judt, "dat je te veel staat kunt hebben. België kan een nuttige vingerwijzing zijn dat het ook te weinig kan zijn."
...

Onder de titel De stateloze staat schreef de Amerikaanse publicist Tony Judt ooit in The New York Review of Books een belangwekkend essay over België en de communautaire problemen. Daarin kwam hij tot het pertinente besluit dat België geen model is, maar een waarschuwing. "We weten allemaal", schreef Tony Judt, "dat je te veel staat kunt hebben. België kan een nuttige vingerwijzing zijn dat het ook te weinig kan zijn." De campagnemakers wagen zich er niet aan, en de media laten het onderwerp liever aan de kant - te ingewikkeld om aan de lezers, kijkers of luisteraars uit te leggen. Maar dat tekort aan staat waar Judt het over heeft, is het gevolg van de opeenvolgende staatshervormingen à la carte, met als instinker de Bijzondere Financieringswet die de overdracht van een groot deel van de personenbelasting en de btw naar gemeenschappen en gewesten regelt. Die financiële regeling, waarvan Hugo Schiltz met enig enthousiasme in de stem voorspelde dat ze het einde van België inluidde, hangt nu als een molensteen om de nek van de armlastige federale overheid. Dat van die molensteen is een uitspraak van Luc Coene, de toekomstige gouverneur van de Nationale Bank van België. Coene weet waar hij het over heeft. Als kabinetschef van toenmalig premier Guy Verhofstadt was hij erbij toen in 2001 - om het Franstalig onderwijs van vers geld te voorzien - de Financieringswet van 1989 zodanig werd omgeleid dat de federale kas vandaag zienderogen leegloopt. Eric Kirsch, kabinetschef van premier Yves Leterme en een van de geroutineerde begrotingsspecialisten van de CD&V, heeft die leegloop in een overzichtelijke presentatie gegoten. Ook de Naamse econoom Robert Deschamps kwam onlangs tot vaststellingen die vergelijkbaar zijn met die van Kirsch. De kwalijke gevolgen van die Financieringswet, maar ook van de opeenvolgende bijeengelogen begrotingen, het uitblijven van de nodige communautaire, economische en sociale hervormingen, met daarbovenop de gevolgen van de bankencrisis, zitten nu op een gevaarlijk snijpunt. Die vaststelling komt van gewezen minister Frank Vandenbroucke, die ooit letterlijk zei: "Binnen afzienbare tijd is de federale overheid niet meer bij machte haar engagementen tegenover de burgers na te komen. Die engagementen, dat zijn onder meer de uitbetaling van de pensioenen en het organiseren van de gezondheidszorg." Omdat de Franstalige partijen om voor de hand liggende redenen weigeren om wat dan ook aan de financieringswet te wijzigen, raakt de communautaire dialoog niet meer van de kant en wordt de werking van de federale regering verlamd. Daarom zei Herman Van Rompuy, de oude kerkvader Tertullianus napratend, tijdens de zomer van 2007 over de te vormen meerderheid: ' Credo quia absurdum - ik geloof omdat het absurd is.' Robert Houben, de laatste voorzitter van de unitaire CVP-PSC, voorspelde ooit dat er een tijd zou komen dat het vormen van een Belgische regering onmogelijk zou worden. Eigenlijk zijn we al op dat punt aanbeland. De afgelopen drie jaar werd de schijn opgehouden. Maar zelfs de minste onder de Wetstraatbewoners weet dat de moeilijke communautaire verhoudingen, de partijpolitieke constructies en de kwijnende federale staat, die in toenemende mate op de pof leeft, de normale parlementaire werking niet meer verdragen. Dat allemaal rechttrekken betekent een gigantische verbouwing van het federale koninkrijk, en dát is de ware inzet van de komende verkiezingen. Jammer genoeg toont de lopende verkiezingscampagne dat de omvang van die opdracht, de grootte van wat gedacht en voorbereid moet worden, het talent dat in de Belgische politiek nog aanwezig is ver overstijgt. Belgische politici zijn specialisten van de korte baan. En de meeste van de partijkopstukken die zich dezer dagen bij de kiezers aandienen, zijn zoals de valse sinterklazen van Godfried Bomans bij wie de rafelige broekspijpen onder de soutane duidelijk te zien zijn. Beligsche politici zijn specialisten van de korte baan. rik van cauwelaert