Als we de conjunctuurbarometer van de Nationale Bank mogen geloven, is het vertrouwen van de ondernemers gedaald tot een niveau dat gepaard gaat met negatieve economische groei. Van die negatieve groei is - voorlopig - nog geen sprake, maar de indicatoren voorspellen weinig goeds. Ze tonen aan dat de productiecijfers zeer laag liggen, dat er bij de bedrijven veel minder bestellingen binnenkomen én dat die niet direct verwachten dat de situatie zal verbeteren.
...

Als we de conjunctuurbarometer van de Nationale Bank mogen geloven, is het vertrouwen van de ondernemers gedaald tot een niveau dat gepaard gaat met negatieve economische groei. Van die negatieve groei is - voorlopig - nog geen sprake, maar de indicatoren voorspellen weinig goeds. Ze tonen aan dat de productiecijfers zeer laag liggen, dat er bij de bedrijven veel minder bestellingen binnenkomen én dat die niet direct verwachten dat de situatie zal verbeteren. De driemaandelijkse CEO-poll bevestigt dat negativisme. 76,3 % van alle respondenten verwacht geen economisch herstel binnen het jaar. De stemming in de IAB-poll (gehouden onder leden van het Instituut voor Accountants en Belastingconsulenten) is nog somberder. Maar liefst 82,1 % van de IAB-leden ziet geen verbetering voor half 2004. De andere vragen uit de poll bevestigen dat pessimisme. Op een schaal van 1 (laag) tot 10 (hoog) konden de respondenten antwoorden op de vraag of ze nog vertrouwen hadden in de economische conjunctuur. Het cijfer voor juni 2002 mag met 4,8 dan wel wat hoger liggen dan bij de vorige CEO-poll (4,3 in maart van dit jaar), het blijft een stuk lager dan de enquêtes die we in 2002 hielden. Trouwens, ook voor de evolutie van de omzet, de tewerkstelling en de investeringen liggen de verwachtingen zeer laag: op dezelfde schaal variëren ze tussen 4,6 en 5,2. Een andere constante: het vertrouwen in de euro blijft onaangetast. En dat terwijl onze exportgerichte economie in deze moeilijke tijden niet zit te wachten op een sterke munt. Voor de actualiteitsgerichte vragen gingen we deze keer de politieke toer op. Wij vroegen de CEO's wie volgens hen een geschikte premier zou zijn en wie ze het liefst op enkele sociaal-economische departementen zoals begroting, financiën en arbeid zagen. We gaven telkens de keuze tussen vier politici. De resultaten bevestigen het vertrouwen in Guy Verhofstadt ( VLD) als eerste minister. Voor 80,7 % van de CEO's mag hij in de Wetstraat 16 blijven. Wel beklemtonen verschillende managers dat Verhofstadt voor hen de "minst slechte" keuze is. Echt overtuigen doet hij dus niet bij iedereen. Ook Louis Michel ( MR) is tamelijk populair, zij het alleen in Franstalig België. Elio di Rupo ( PS) profileerde zich de voorbije weken in de media als een staatsman in wording, maar dat heeft bij de bedrijfsleiders weinig effect gehad. Slechts 1,4 % ziet in hem een potentiële premier. Zelfs Steve Stevaert (SP.A), die op dat vlak weinig ambitie betoont, scoort beter. Johan Vande Lanotte (SP.A) en Didier Reynders (MR) krijgen wel goede punten van de Belgische bedrijfsleiders. Zij worden vooral geprezen om hun managementkwaliteiten. Voor bijna driekwart onder hen mag Vande Lanotte hetzelfde kabinet blijven leiden. Idem voor Reynders, die een niet onaardige 63 % scoort. Anders is het gesteld met Laurette Onkelinx (PS). Amper 10 % van de respondenten wil haar opnieuw als federaal minister van Tewerkstelling en Arbeid. Een citaat uit de enquête: "Wat werkgelegenheidsbeleid betreft liggen de ideeën van Onkelinx vijftig jaar achter." Als eventuele vervangers wordt vooral gedacht aan Frank Vandenbroucke (SP.A) aan Vlaamse kant (58,8 %) en Serge Kubla (MR) aan Franstalige kant (29,8 %). Een andere vrouwelijke excellentie die onze bedrijfsleiders liever kwijt dan rijk zijn is... de nieuwe Vlaamse minister van Economie Patricia Ceysens (VLD). Slechts 12,1 % vindt haar geschikt voor de functie. Al haasten de meeste respondenten zich om te zeggen dat ze een nieuwe minister pas na een tijd kunnen beoordelen op basis van het beleid dat werd gevoerd. Alain Mouton