Geen gemakkelijkere manier voor dagbladen om de verkoop op te krikken dan via de publicatie van een kies-peiling. Lezers willen wat graag weten welke partijen in de lift zitten en welke niet. Meestal worden die peilingen door een televisiezender overgenomen en uitgebreid geanalyseerd. Maar een aantal zaken wordt amper vermeld. Welke methodologie werd gehanteerd? Is ze betrouwbaar? Hoe zit het met de representativiteit van de steekproef? "Voor een kwaliteitskrant blijft zo'n gortdroge statistische informatie oninteressante bladvulling", schrijft Frank Thevissen in Het is maar een peiling. ...

Geen gemakkelijkere manier voor dagbladen om de verkoop op te krikken dan via de publicatie van een kies-peiling. Lezers willen wat graag weten welke partijen in de lift zitten en welke niet. Meestal worden die peilingen door een televisiezender overgenomen en uitgebreid geanalyseerd. Maar een aantal zaken wordt amper vermeld. Welke methodologie werd gehanteerd? Is ze betrouwbaar? Hoe zit het met de representativiteit van de steekproef? "Voor een kwaliteitskrant blijft zo'n gortdroge statistische informatie oninteressante bladvulling", schrijft Frank Thevissen in Het is maar een peiling. Het boek is de eerste diepgaande analyse van de Vlaamse peilingenindustrie. Thevissen neemt de lezer mee naar de keuken waar 'representatieve peilingen', stemtesten en politieke populariteitspolls worden bereid die via de media op ons bord belanden. De rode draad door het boek is het gebrek aan wetenschappelijk en methodologisch sérieux van wie betrokken is bij de peilingindustrie. De media willen vooral snel en spectaculair uitpakken met "het journalistieke format bij uitstek om tussen twee verkiezingen letterlijk te scoren". Zo publiceerde De Standaard op 7 juli 2008 een ISPO-KU Leuven-onderzoek over de plotse verrechtsing van de Vlaamse jeugd. De VRT stortte zich op het nieuwsfeit. Niemand stelde vragen bij de methode: de kiesintenties van 64 Vlaamse jongeren werden geëxtrapoleerd naar de hele groep jonge Vlaamse kiezers. Het boek staat vol voorbeelden van zulke oppervlakkige peilingen, die veel weg hebben van een cijferzwendel. Thevissen, een voormalige VUB-prof en zelf vaak betrokken bij opinieonderzoek, is niet alleen kritisch voor de journalisten die deze methodologisch weinig hygiënische onderzoeken zomaar slikken. Hij wijst ook op politieke beïnvloeding en schiet met scherp op ex-collega's die eigen onderzoeken ophemelen en andere afkraken met valse argumenten. Een kampioen daarin is de Leuvense emeritus hoogleraar Jaak Billiet, die zijn klassieke face to face of telefonische steekproeven als de enige betrouwbare beschouwt en internetpeilingen afdoet als rommel. Een ervan was de Stemmenkampioen. Deze internetpeiling - met Thevissen als ontwikkelaar - bracht tussen 2006 en 2007 in Het Laatste Nieuws de systematische afkalving van het marktaandeel van de Vld in kaart. De Stemmenkampioen was de peiling die keer op keer de verkiezingsresultaten het best benaderde. Het boek doet haarfijn uit de doeken hoe de Vld-top met Karel De Gucht op kop deze peiling in diskrediet probeerde te brengen. De Gucht kreeg daarbij de steun van De Morgen-journalisten die de Stemmenkampioen systematisch afbraken. Ook de top van de VUB zette de aanval in tegen zijn professor. De druk op Thevissen was zo groot dat hij zich terugtrok uit het project. Kort daarna veerde de Vld op in de peiling van de Stemmenkampioen. Thevissen toont in het boek aan dat de cijfers toen gemanipuleerd en vervalst werden. Frank Thevissen, Het is maar een peiling. Opiniepeilingen in de media: van wetenschap tot wichelarij?, Pelckmans, 2011, 338 blz, 30 euroALAIN MOUTON