Europa pronkt met zijn rationaliteit. De Franse intellectueel Guy Sorman en anderen zien echter een groeiende onredelijkheid en een groeiend onbegrip bij het publiek over wetenschappen, vooruitgang en feiten.

DR. PAUL JANSSEN. "Dat is een waarneming die ik al heel lang maak en zij wordt versterkt door de stellingen van Guy Sorman in zijn jongste boek Le Progrès et ses Ennemis. Een heel goede tekst over deze kwestie is eveneens Le Refus du Réel. Daar staat essentieel hetzelfde in en hij is van oudere datum. Ik denk dat de exacte wetenschappers van het terrein Sorman gelijk geven."
...

DR. PAUL JANSSEN. "Dat is een waarneming die ik al heel lang maak en zij wordt versterkt door de stellingen van Guy Sorman in zijn jongste boek Le Progrès et ses Ennemis. Een heel goede tekst over deze kwestie is eveneens Le Refus du Réel. Daar staat essentieel hetzelfde in en hij is van oudere datum. Ik denk dat de exacte wetenschappers van het terrein Sorman gelijk geven." PROF. DR. FRANS VERBEURE. "Sorman durft te zeggen wat anderen in de wetenschappen alleen maar denken. Hij is soms erg zwart-wit, maar als je iets wil overbrengen, vermijd je beter grijs-grijs." PROF. DR. MARC VAN MONTAGU. "Het grootste deel van onze handelingen kunnen we niet meer rationaliseren omdat we geen tijd hebben. Als mensen plotseling met nieuwe ontwikkelingen in de wetenschap worden geconfronteerd, raken ze gestoord. Nieuwe kennis schudt oude zekerheden door elkaar. Je kunt het onze maatschappij kwalijk nemen dat ze de mensen niet beter voorbereidt op ontwikkelingen in de exacte wetenschappen." PROF. DR. JOZEF DEVREESE. "De enorme vooruitgang van de zuivere wetenschappen baart onrust. Ondanks Tsjernobyl bijvoorbeeld is kernenergie rationeel de beste oplossing voor de ecologie. Er is echter geen enkele politicus in de wereld en zeker niet in West-Europa die durft op te tornen tegen de groene beweging." VERBEURE. "De status is niet toegenomen, integendeel. Dat merk je bijvoorbeeld aan het dalend aantal studenten in de richting exacte wetenschappen. Vlaanderen en België reserveren maar een laag percentage van het bruto nationaal product voor wetenschappen. Er was een inhaalbeweging onder de vorige Vlaamse regering en die zou worden voortgezet. Wel zijn er, in vergelijking met vroeger, meer wetenschappers met een uitstekende internationale reputatie." JANSSEN. "Het is heel anders dan toen ik als onderzoeker begon. De situatie is verslechterd. Tegenwoordig praat men alleen over geld. Een echte wetenschapper kijkt echter niet naar de eigen financiële voordelen. Wetenschap bedrijft men omdat men erin geïnteresseerd is." VERBEURE. "Er lopen aan de universiteit heel wat sterk gemotiveerde onderzoekers rond. Het gaat om mensen die niet op een uurtje meer kijken, die dag en nacht bezig zijn. Ik zie schitterende ingenieurs die lonen afslaan in het bedrijfsleven om onderzoek te verrichten tegen een licentiaatswedde, omdat het hen passioneert." VAN MONTAGU. "Ik ben optimistisch. Vroeger waren de wetenschappen alleen voor de happy few. Het onderzoek was georganiseerd rond universiteitsprofessoren die een zeer hoge status hadden. Vandaag wordt er meer gewerkt rond mogelijke toepassingen. De maatschappij moet nieuwe technologieën, nieuwe industrieën kunnen valoriseren. Dat werd vroeger niet gezegd. Voor het fundamenteel onderzoek blijven de studenten en de researchers goed gemotiveerd. We merken wel een verschuiving, met spijtig genoeg minder interesse voor de scheikunde. Misschien heeft dat wel iets te maken met de eeuwige slogan dat de chemici verantwoordelijk zijn voor de pollutie en miserie op onze planeet, hoewel scheikunde natuurlijk aan de basis van zeer veel oplossingen ligt." DEVREESE. "In 1980 hoorde ik toenmalig premier Wilfried Martens voor het eerst een politieke verklaring afsteken die bol stond van de cijfers en financiële termen. Plots stond geld centraal. Toen ik nog studeerde, deed men aan fysica omdat men er enthousiast voor was. Er wordt vandaag een sfeer geschapen van 'die naïeve wetenschappers die toch geen geld verdienen'. Geld is de nieuwe god. Maar misschien is het goed dat mensen die door het geld worden aangetrokken de wetenschap mijden. Nederland heeft elf Nobelprijzen in de scheikunde en natuurkunde. Dat heeft alles te maken met 1585 _ de Val van Antwerpen en het vertrek van onze beste mensen naar het noorden. Vandaag zitten we nog altijd maar in de middenmoot als het gaat over middelen. Gelukkig is er geen rechtstreeks verband tussen de middelen en resultaten. Ik denk dat wij de vaders en de grootvaders zullen zijn van de eerste Vlaamse Nobelprijswinnaars buiten de geneeskunde." VAN MONTAGU. "België is klein en in een klein land is het zeer belangrijk dat het onderzoek zo dicht mogelijk bij de studenten plaatsvindt en dat de beste onderzoekers in de universitaire structuur zitten zodat ze hun kennis kunnen doorgeven. Natuurlijk is het positief voor de resultaten in de wetenschap om te beschikken over een degelijk instituut à la Max Planck, maar voor het algemene niveau van het wetenschappelijk onderzoek is het niet zo'n groot voordeel. Het Vlaams Instituut voor Biotechnologie lijkt me in dat opzicht beter omdat je enerzijds extra middelen hebt en anderzijds verbonden blijft met de opleiding van de studenten. We hebben in de vroegere Oostbloklanden gezien dat de laboratoria van de academies uitstekend werk afleverden, terwijl de universiteiten die voor de opleiding moesten zorgen zonder middelen zaten." JANSSEN. "Of zo'n topinstituut nu aan deze of de andere kant van de grens ligt, kan mij geen barst schelen. Als het maar goede instituten zijn. Wij denken té klein." VERBEURE. "Ik volg collega Van Montagu. We bezitten trouwens wel degelijk enkele goede instituten. Denk maar aan Imec in Leuven, dat uitstekend werk verricht op zijn gebied en de beste krachten naar zich toe trekt, zowel zuiver wetenschappelijk als in het toegepaste onderzoek in de micro-elektronica." DEVREESE. "Ik ga ermee akkoord dat men zijn topwetenschappelijk onderzoek zo dicht mogelijk bij de aankomende studenten moet plaatsen. Maar toch zou het geen kwaad kunnen indien een land zoals België ook een instituut met de allure van Max Planck zou hebben. Het mag van mij in de geneeskunde zijn, om het even, maar je moet Europees zichtbaarder worden." VAN MONTAGU. "Elke partij heeft in zekere mate een verborgen agenda. Ik ben meer bezorgd om pressiegroepen à la Greenpeace. Als ik met hen spreek, zeggen ze openlijk: 'het zijn de Monsanto's, de multinationals die we willen hebben'. De groene beweging vertaalt wat de rest van de maatschappij eist." VAN MONTAGU. "Ik koester veel respect voor de sjamanistische beweging en de oudere godsdiensten. We openen hier geen debat over de genetische kenmerken van het godsdienstgeloof. Ik geloof dat zij in de evolutie een belangrijke rol spelen. Als 90% tot 95% van de mensen godsdienstige gevoelens blijft hebben na alle rationele argumenten tegen, dan is dat voor mij een aanduiding dat er een biologische basis voor geloven bestaat." JANSSEN. "Geloven in iets, zo blijkt uit recent Amerikaans onderzoek, biedt een biologisch voordeel. Gelovigen hebben meer levenswil, zijn optimistischer. Dus het irrationeel denken biedt eigenlijk het voordeel dat het ons ook beschermt tegen levensmoeheid." JANSSEN. "Als er onderzoekers te weinig zijn, kunnen we ze vandaag maar best importeren. In het buitenland zijn er dikwijls te veel. Bij mijn onderzoekscel voor Moleculaire Biologie werken veel Nederlanders omdat we op vijf kilometer van de Nederlandse grens liggen. Wat op hun paspoort staat, kan mij niets schelen. De meeste mensen kregen een heel goede basisopleiding en dat is het enige wat mij interesseert. Nadien is de rest vrij makkelijk aan te leren." VERBEURE. "Er worden wel degelijk inspanningen geleverd. Denk maar aan de Wetenschapsweek, het Wetenschapsfeest, de Wetenschapswinkels... Maar blijkbaar kennen die niet zo'n succes, en dat is niet typisch Belgisch. Heel West-Europa kampt met een tekort aan onderzoekers." DEVREESE. "Indien we hieraan iets willen veranderen, moeten we starten bij het middelbaar onderwijs. Het is van het grootste belang dat de leraren beter worden betaald. Er zijn in Vlaanderen nog nauwelijks fysici die met hun licentiaatsdiploma naar het secundair onderwijs trekken. Dat is jammer. De vonk tussen een sterke wetenschapper en de scholieren ontbreekt." VAN MONTAGU. "Ik kom zelf uit een arbeidersmilieu en weet dat als er thuis nooit gelezen wordt, zoiets een serieuze handicap vormt. Het is echter gevaarlijk om studenten te gaan selecteren." JANSSEN. "Pleiten voor een grotere selectiviteit bij het begin van de studies is delicaat. Ouders verwachten gewoon dat hun kind naar de universiteit gaat." VERBEURE. "Vergeet ook niet dat het hoger onderwijs meer is dan alleen maar de universiteit. Bovendien sta je er soms van versteld dat scholieren waarvan je denkt 'die zullen nooit de universiteit halen', tóch slagen. Ze werken dan volgens het beginsel: 90% transpiratie, 10% inspiratie." VAN MONTAGU. "Een groot probleem is dat de wetenschap altijd heeft gedacht: wij zijn superieur en hoeven de angst van de samenleving niet te begrijpen. De confrontatie met de zogenaamde civil society is nieuw. Je moet via dialoog aan de maatschappij uitleggen hoe wij bijvoorbeeld met DNA-technieken werken en dat er oplossingen bestaan voor de problemen waarmee die maatschappij wordt geconfronteerd." JANSSEN. "Voor een dialoog heb je twee mensen nodig die elkaar proberen te begrijpen. Bij veel dialogen ontbreekt evenwel de wil. Men dient toch al enige basisnoties te hebben van wat wij bijvoorbeeld in de moleculaire biologie onderzoeken. Er wordt ontzettend losjes gediscussieerd over wetenschappelijke zaken. Geef mij bijvoorbeeld eens een definitie van dioxine, een vrij eenvoudig iets en een simpel probleem? Niet één mens op duizend kent het antwoord. Mensen weten niet waarover ze praten, maar iedereen heeft een mening. Dat toont aan dat de mensen de waarheid niet willen kennen." VERBEURE. "Als ik discussieer met believers en non-believers vrees ik inderdaad dat de dialoog in die gevallen weinig baat bijbrengt. Toch mogen we niet vergeten dat het meestal om zeer complexe dingen gaat. Neem nu de techniek van het klonen of de genetisch gewijzigde organismen. De bevolking heeft absoluut geen notie van de mogelijke gevolgen van dergelijke complexe technologieën. De standpunten van wetenschapper X of Y beklemtonen soms andere aspecten van dezelfde problematiek. Maar daarom zijn ze nog niet tegengesteld, hoewel ze zeker verwarrend zullen zijn voor de leek." JANSSEN. "Ach, de macht van woorden. De mensen spreken over de natuur als iets zuivers, iets ongerepts. Ze vergeten evenwel dat geen enkele van de planten en dieren die wij nu gebruiken in onze voeding, voor onze ontspanning, natuurlijk zijn. De huidige honden en katten zijn biologisch gezien monsters die niet kunnen overleven als we ze geen maximale zorg en bescherming geven." Roeland BylFrans CrolsFrans CrolsDe auteurs zijn respectievelijk redacteur en directeur van Trends.[2002]De eerste volledige sequentie van het menselijk genoom wordt in 2003 vrijgegeven.[2002]In 2002 vindt in Japan en Zuid-Korea de eerste voetbalmatch tussen robots plaats.[2002]De VN heeft 2002 uitgeroepen tot het Internationaal Jaar van de Bergen.