De werkbaarheidsgraad -- het percentage werknemers of zelfstandigen die niet-problematisch scoren op werkstress, welbevinden en leermogelijkheden in hun job en werk-privé-balans -- is lichtjes gestegen tussen 2004 en 2010", zegt Stephan Vanderhaeghe. De SERV-onderzoeker verwijst naar de cijfers van de jongste werkbaarheidsmonitor, die de SERV om de drie jaar uitbrengt. Dit jaar komt er een nieuwe studie.
...

De werkbaarheidsgraad -- het percentage werknemers of zelfstandigen die niet-problematisch scoren op werkstress, welbevinden en leermogelijkheden in hun job en werk-privé-balans -- is lichtjes gestegen tussen 2004 en 2010", zegt Stephan Vanderhaeghe. De SERV-onderzoeker verwijst naar de cijfers van de jongste werkbaarheidsmonitor, die de SERV om de drie jaar uitbrengt. Dit jaar komt er een nieuwe studie. "De lichte stijging was toe te schrijven aan een verbetering in de leermogelijkheden en het welbevinden op het werk. Werkstress, het belangrijkste knelpunt, blijft op een problematisch hoog peil. De Vlaamse regering en sociale partners hebben in het Pact 2020 de doelstellingen opgenomen dat tegen dan 60 procent van de werknemers en 55 procent van de zelfstandige ondernemers actief moet zijn in een werkbare job. Dan moet op de vier werkbaarheidsindicatoren ook vooruitgang geboekt zijn. Willen we die doelstellingen halen, dan zal het huidige groeitempo niet volstaan." "Stress hoeft niet negatief te zijn. Het is een fysieke reactie op een prikkel die je beschermt en ervoor zorgt dat je een bepaalde belasting aankan. Iedereen die werkt, bouwt vermoeidheid op. Iedereen die werkt, heeft stress. Het probleem ontstaat wanneer je niet voldoende kan rusten of ontspannen om te recupereren." De verklarende factoren voor werkstress zijn gelijk voor loontrekkenden en zelfstandigen. "Het sterkst verklarend is de werkdruk. Die hangt samen met de hoeveelheid werk die je in een bepaalde tijd moet verzetten en met het aantal gepresteerde uren. Voorts speelt de emotionele belasting. Bij contactberoepen, bijvoorbeeld in de zorg en het onderwijs, is die een stuk groter dan wanneer je aan de band staat. Bij werknemers telt ook de relatie met de directe leidinggevende. Ten slotte hangt werkstress ook samen met de mate waarin je zelfstandig beslissingen kan nemen en taken uitvoeren, en waarin je afwisselend werk kan doen." Op basis van de vorige metingen valt te verwachten dat de omvang van de stressproblematiek in 2013 niet veel zal afwijken van het beeld in 2010, meent Vanderhaeghe. Ongeveer 30 procent van de bevraagde loontrekkenden in 2010 ervoer negatieve psychische vermoeidheid of stress. Voor een kleine 10 procent is die werkstress zeer problematisch, wat gepaard gaat met een groter risico tot uitval of ziekte. Psychische vermoeidheid ligt doorgaans hoger bij kader- en directieleden (33,8%), middenkader (34,9%) en bij beroepen in zorg en onderwijs (33,2%). Andere groepen zoals uitvoerende bedienden (28%), geschoolde arbeiders (24%) en ongeschoolde arbeiders (30%) scoren wat lager. De werkbaarheidsgraad voor de 6000 bevraagde zelfstandige ondernemers in Vlaanderen bleef tussen 2007 en 2010 stabiel. 48 procent van de zelfstandigen vindt dat hij of zij een werkbare job heeft. 38 procent ervaart negatieve psychische vermoeidheid en voor 12,4 procent is dat een acuut probleem. Belgische bedrijven zijn sinds de jaren negentig verplicht de stress onder hun werknemers te meten en op basis daarvan een actieplan te ontwikkelen. Maar dat plan blijft in veel gevallen nog dode letter, stelt Vanderhaeghe. "Een van de redenen is dat het onderwerp stress nog te veel blijft hangen in termen van schuld, van de boosdoener en het slachtoffer, terwijl iedereen de dupe is en verliest. Je moet als werkgever de problematiek erkennen en analyseren, om te zien wat je eraan kan doen." GOELE GEERAERT