Op 30 september waarschuwde Unilever dat zijn groei in het derde kwartaal zou terugvallen tot 3 à 3,5 procent, tegenover nog 5 procent in het eerste halfjaar en 7 procent in 2012. Dat was een gevolg van de tegenvallende inkomsten uit de opkomende landen. Met die aankondiging was de toon gezet, want ook Danone rapporteerde een daling van zijn organische groei tot 4,2 procent -- het laagste niveau sinds 2009. De terugloop bij de Franse voedingsmiddelengroep was vooral te wijten aan de gekelderde verkoop van babyvoeding in China. Na een antitrustonderzoek moest Danone er zijn prijzen verlagen; daarnaast moest het producten uit de handel nemen, nadat botulinetoxine was ontdekt in een melkstaal bij een van zijn leveranciers. IBM zag zijn omzet in de opkomende landen zelfs achteruitgaan met 9 procent; in China bedroeg de terugval maar liefst 20 procent.
...

Op 30 september waarschuwde Unilever dat zijn groei in het derde kwartaal zou terugvallen tot 3 à 3,5 procent, tegenover nog 5 procent in het eerste halfjaar en 7 procent in 2012. Dat was een gevolg van de tegenvallende inkomsten uit de opkomende landen. Met die aankondiging was de toon gezet, want ook Danone rapporteerde een daling van zijn organische groei tot 4,2 procent -- het laagste niveau sinds 2009. De terugloop bij de Franse voedingsmiddelengroep was vooral te wijten aan de gekelderde verkoop van babyvoeding in China. Na een antitrustonderzoek moest Danone er zijn prijzen verlagen; daarnaast moest het producten uit de handel nemen, nadat botulinetoxine was ontdekt in een melkstaal bij een van zijn leveranciers. IBM zag zijn omzet in de opkomende landen zelfs achteruitgaan met 9 procent; in China bedroeg de terugval maar liefst 20 procent. De omvang van de omzetvertraging is in grote mate te verklaren door de devaluatie van heel wat munten in de groeilanden. De Braziliaanse real, de Turkse lira en de Indiase roepie hebben sinds half mei ongeveer een vijfde van hun waarde verloren tegenover de euro. Maar we stellen ook vast dat de economie van de opkomende landen minder snel groeit. In China bijvoorbeeld zal de groei van het bruto binnenlands product (bbp) dit jaar beperkt blijven tot 7,5 procent, het laagste cijfer sinds 1990. Voor de landen die niet over een positieve handelsbalans beschikken, vormt de normalisering van de Amerikaanse rente de grootste bedreiging. De aantrekkelijkere rendementen in de westerse landen zetten beleggers ertoe aan minder te investeren in obligaties uit de opkomende landen. Die kapitaalvlucht in combinatie met een tekort op de lopende rekening leidt tot een verzwakking van de munt, aangezien het aanbod (invoer en uitgaande investeringen) hoger is geworden dan de vraag (uitvoer en inkomende investeringen). Om te voorkomen dat geïmporteerde producten de inflatie in de hoogte doen schieten -- voeding weegt het zwaarst op de inflatie in de opkomende landen -- hebben de centrale banken geen andere keuze dan de rente op te trekken, om de inflatie in te dijken en beleggers betere rendementen te bieden. Zo bedraagt de inflatie in Brazilië 6 procent en de basisrente 9 procent. Maar zo'n hoge rente haalt de conjunctuur onvermijdelijk onderuit, temeer omdat veel landen -- waaronder Brazilië -- gebukt gaan onder de vertraging van de Chinese economie en de gedaalde afname van grondstoffen. Dat onverbiddelijke economische proces houdt wellicht nog een tijdje aan. De rente in de westerse landen blijft historisch laag. In de Verenigde Staten stagneert de rente op tien jaar rond 2,6 procent. Dat is al beter dan het dieptepunt van 1,60 procent van mei dit jaar, maar het blijft gevoelig lager dan het normale niveau van 4 à 6 procent, zoals in de jaren 2000-2007. Bovendien voeden de verzwakking van de munt en de verslechtering van de conjunctuur ook de vlucht van de aandelenbeleggers. In China wordt geen nieuwe structurele versnelling van de economie verwacht. Integendeel, het ziet er zelfs naar uit dat de autoriteiten hun doelstellingen opnieuw zullen verlagen van 7,5 procent in 2013 tot 7 procent volgend jaar, wat nog niet de helft is van de groei van het bbp van 14,2 procent in 2007. Algemeen gesproken is het dus belangrijk voorzichtig te zijn met beleggingen in de opkomende landen of in westerse bedrijven die sterk afhankelijk zijn van de groei van die markten. Die westerse groepen lijken op dit moment nog een beetje kwetsbaarder, aangezien de lokale beurzen de afgelopen jaren al een correctie hebben moeten slikken. De grondstoffensector is zonder twijfel het meest afhankelijk van China, dat bijvoorbeeld 67 procent van alle ijzererts op de internationale markt opkoopt voor zijn staalproductie. IJzererts vertegenwoordigt meer dan de helft van de winst van de drie grootste mijnbouwgroepen (BHP Billiton, Vale en Rio Tinto). De vertraging van de Chinese vraag valt samen met de snelle toename van het aanbod door de investeringen van de afgelopen vijf jaar, wat weegt op de prijzen. Maar aangezien de handel in dollar gebeurt, worden de mijnbouwgroepen niet beïnvloed door de devaluatie van de munten in de opkomende landen. De afhankelijkheid van China heeft uiteraard ook een impact op de leveranciers van mijnbouwuitrusting, zoals Caterpillar. Ook grote groepen die gespecialiseerd zijn in basisconsumptiegoederen, zoals voeding en hygiëne, hangen sterk af van de opkomende landen, waar ze de voorbije jaren hun teleurstellende verkoop in Europa hebben kunnen compenseren. Na Unilever, dat 57 procent van zijn omzet uit die markten haalt, volgt een hele reeks van grote groepen die er ongeveer 45 procent van hun omzet realiseren, waaronder Nestlé, Procter & Gamble en Danone. Voor de grote brouwerijgroepen zijn hun activiteiten in de opkomende landen een tegenwicht voor de structurele en conjuncturele terugval van de bierconsumptie in Europa en Noord-Amerika. AB InBev, SAB Miller en Heineken realiseren meer dan de helft van hun winst in de regio Azië-Stille Oceaan, Oost-Europa, Afrika en Latijns-Amerika. In sectoren zoals de technologie, de diensten en de industrie zijn er grote verschillen tussen de activiteiten van de verschillende bedrijven op de groeimarkten. Terwijl EDF bijna uitsluitend actief is in West-Europa, heeft GDF Suez 37 procent van zijn elektrische capaciteit in die regio's. In de chemie bedraagt hun aandeel 40 procent voor Solvay en 35 procent voor BASF. Ook Bekaert blijft onlosmakelijk verbonden met de opkomende markten. Het realiseert er meer dan de helft van zijn omzet en zijn winstmarge is er hoger dan in Europa en Noord-Amerika. De vrachtprijzen van de maritieme bedrijven, zoals CMB en Euronav, weerspiegelen de wereldwijde verhouding tussen de vraag en het aanbod. De afgelopen jaren is de vraag vooral geëvolueerd onder impuls van de groeilanden. Ook de grote farmabedrijven beginnen hun pijlen te richten op de opkomende markten. Hun omzet is er nog niet groot, maar verscheidene bedrijven zien zich geconfronteerd met beschuldigingen van corruptie in China. In het derde kwartaal zag GlaxoSmithKline zijn verkoop in dat land kelderen met 61 procent. Tot slot vermelden we nog de grote Spaanse groepen waarvan er veel een sterke aanwezigheid hebben ontwikkeld in Latijns-Amerika, zowel in telecommunicatie (Telefónica) als in bankactiviteiten (Banco Santander) en autowegconcessies (Abertis). CÉDRIC BOITTE