Collen werd financieel onafhankelijk door de ontdekking in 1979 van t-PA, een middel dat bloedklonters oplost en de overlevingskans bij een hartaanval aanzienlijk verhoogt. Collen gaf een licentie voor t-PA aan het Amerikaanse Genentech, en streek ruim 100 miljoen euro aan royalty's op. Een flink deel daarvan versaste hij naar een door hem opgericht liefdadigheidsfonds, de D. Collen Research Foundation. "Zo had ik het in al mijn jeugdig enthousiasme genoemd. Ik dacht ...

Collen werd financieel onafhankelijk door de ontdekking in 1979 van t-PA, een middel dat bloedklonters oplost en de overlevingskans bij een hartaanval aanzienlijk verhoogt. Collen gaf een licentie voor t-PA aan het Amerikaanse Genentech, en streek ruim 100 miljoen euro aan royalty's op. Een flink deel daarvan versaste hij naar een door hem opgericht liefdadigheidsfonds, de D. Collen Research Foundation. "Zo had ik het in al mijn jeugdig enthousiasme genoemd. Ik dacht 'als er een Janssen Research Foundation is, waarom dan geen Collen Foundation?' Verkeerde beslissing ( grijnst), want ik heb daar alleen maar jaloezie door gekend." Door de nieuwe wetgeving op vzw's moest Collen zijn stichting in 2005 herdopen in Life Sciences Research Partners. Collen had begin jaren negentig met de royalty's ook het bedrijfje Thromb-X opgericht om een opvolger voor t-PA te ontwikkelen. Thromb-X werd later herdoopt in ThromboGenics, het inmiddels succesvolle biotechbedrijf dat Collen in 2006 naar de beurs bracht. Een groot deel van de aandelen ThromboGenics werd door Collen geparkeerd bij de non-profitorganisatie Biggar. Het belang van Biggar in ThromboGenics, waarvan Collen afstand had gedaan, werd na de beursgang stelselmatig afgebouwd van ruim 70 procent tot 6,9 procent nu. Biggar is intussen uitgegroeid tot een onafhankelijke trust met een gevarieerde portefeuille die ruim 100 miljoen euro waard is. "Er zit wat cash in, meestal in euro maar ook een beetje in dollar, en obligaties, grondstoffen en aandelen ThromboGenics", zegt Buyse. Biggar wordt beheerd door het Zwitserse Coutts, een oude Zwitserse private bank die onlangs fuseerde met de Royal Bank of Scotland. "Er is het engagement dat jaarlijks een stuk van de opbrengst van de portefeuille getransfereerd wordt naar LSRP", legt Buyse uit. "Dat is een contract tussen trustees en LSRP. Wij krijgen een percentage van de opbrengst van de portfolio. Het eerste werkjaar bedroeg dat 1,5 miljoen, en voor 2010 was dat bijna 5 miljoen. Restjes van voorgaande jaren worden mee in de pot gestoken." Het investeringsbudget voor 2011 bedraagt meer dan 5 miljoen euro, mede door de sterke stijging van de aandelenkoers van ThromboGenics. Zelf controleert Collen nog 1,2 procent van ThromboGenics. "Ik ben geen sukkelaar, en ik denk dat ik goed voor mijn familie gezorgd heb", stelt de professor emeritus.