De boutade is bekend. In Europa gebeurt nauwelijks iets als Frankrijk en Duitsland er niet gezamenlijk de schouders onder zetten. De felle discussies over het stabiliteitsfonds voor de eurozone - nu nog het European Financial Stability Facility (EFSF) met een kapitaal van 440 miljard euro dat tegen midden 2013 overgaat in het European Stability Mechanism (ESM) met 700 miljard kapitaal - bevestigt onze twee grote buurlanden eens te meer in die rol.
...

De boutade is bekend. In Europa gebeurt nauwelijks iets als Frankrijk en Duitsland er niet gezamenlijk de schouders onder zetten. De felle discussies over het stabiliteitsfonds voor de eurozone - nu nog het European Financial Stability Facility (EFSF) met een kapitaal van 440 miljard euro dat tegen midden 2013 overgaat in het European Stability Mechanism (ESM) met 700 miljard kapitaal - bevestigt onze twee grote buurlanden eens te meer in die rol. We besparen u de details van hoe het allemaal werkt en gefinancierd wordt. Het staat wel buiten kijf dat de landen met nog onaangetaste kredietwaardigheid de boel moeten trekken. In de eurozone bestaat dit groepje van AAA-landen nog uit Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, Nederland, Oostenrijk, Finland en Luxemburg. Economisch gezien vertegenwoordigen de laatste vier landen samen exact een vierde van het gewicht van Duitsland en Frankrijk. Het stabiliteitsfonds voor de euro steunt dus op de kredietwaardigheid van Berlijn en Parijs. Maar de financiële hemel ziet er in die twee mooie Europese grootsteden allesbehalve vlekkeloos blauw uit. De toestand van de Franse publieke financiën is het dirty little secret van de eurozone. Hoewel, het probleem is niet klein en zeker ook niet geheim, want in alle degelijke statistieken onmiddellijk afleesbaar. Frankrijk haalt al decennia geen evenwicht meer op de jaarlijkse begroting, laat staan een overschot. Tussen 1992 en 2011 kwam er dertien keer een deficit groter dan de fameuze 3 procentnorm op de tabellen. Dat is niet zo erg als Griekenland - dat 20 op 20 scoort als het over de 3 procentovertredingen gaat - maar veel slechter dan landen als Portugal en Ierland. Frankrijk sloot 2010 af met begrotingstekort van 7,5 proent van het bbp en haalt dit jaar allicht de beoogde 6 procent niet zonder diep te graaien in de trukendoos. Uit oefeningen van de OESO over de omvang van de conjuncturele component van de begrotingstekorten blijkt dat de Franse deficits minder gedreven zijn door de conjunctuur dan bijvoorbeeld in Duitsland en Italië. De Franse begrotingstekorten vertonen een uitgesproken structureel karakter. De socialezekerheidsuitgaven, bijvoorbeeld overheidspensioenen, spelen een erg belangrijke rol. De Franse overheidsschuld zat eind 2007 nog op 70 procent van het bbp; eind dit jaar wordt er afgevlagd heel dicht bij de 100 procent. Uit alle berekeningen waar het bij ongewijzigd beleid naar toe gaat met de publieke financiën - de zogenaamde intergenerational accounting-berekeningen - komen alle Europese landen vrij belabberd uit, maar Frankrijk behoort steevast tot de absolute toppers in negatieve zin. Uit berekeningen op basis van het cijfermateriaal tot 2004 van Jagadeesh Gokhale, een specialist en lid van de Amerikaanse Social Security Advisory Board, blijkt dat bij ongewijzigd beleid de Franse staatschuld op weg is naar 550 procent van het bbp. Duitsland landt in diezelfde berekening op 410 procent. België doet het met 300 procent helemaal niet 'slecht'. Op basis van de evolutie van de jongste jaren zegt Gokhale dat "iedereen verdere averij oploopt, maar Frankrijk zeker en vast nog veel meer dan bijvoorbeeld Duitsland". Dat wil niet zeggen dat onze oosterburen hun openbare financiën echt onder controle hebben. Maar hun jaarlijkse tekorten liggen wel veel lager dan de Franse: 3,3 procent in 2010 en 2 tot 2,5 procent dit jaar. Gezuiverd voor de effecten van de conjunctuur zit Duitsland zelfs in een situatie van licht overschot op de begroting, zowel dit als vorig jaar. De Duitse overheidsschuld situeert zich nu op 80 procent van het bbp. Niet te vergeten dat de Duitsers de budgettaire consequenties van hun kostelijke hereniging nog altijd verteren. De grote uitdaging waar Duitsland vandaag voor staat, zit in zijn bankwezen. Zwaar ondergekapitaliseerd, slecht gestructureerd en met nog vrij massale verliezen op de herbeleggingsportefeuille in het verschiet, behoren de Duitse banken tot de zwakste van Europa (zie de opinie op trends.be: Duits bochtenwerk in Europees bankmoeras) Het valt zwaar te betwijfelen of er in de markt spontaan voldoende vers geld gemobiliseerd kan worden om de Duitse banken van een adequate kapitaalbasis te voorzien. De staat zal hier dus allicht met vele miljarden euro's op de proppen moeten komen. Zo wordt, zoals bijna altijd en overal, ook in Duitsland een bankencrisis een zware last voor de publieke financiën. De rest van Europa doet er bijgevolg goed aan voor ogen te houden dat ook de portemonnee van het machtige Duitsland niet eindeloos aanspreekbaar is. JOHAN VAN OVERTVELDTDe Franse begrotingstekorten vertonen een uitgesproken structureel karakter.