Bijna acht jaar na de ondergang van Fortis is er een voorstel tot schikking voor de aandeelhouders. Een van de voorwaarden is dat men aandeelhouder was tussen 28 februari 2007 en 14 oktober 2008. In die periode daalde de koers van het Fortis-aandeel van boven 34 euro naar 1,22 euro. Een implosie. Op ieder pakket van 100 aandelen leed de aandeelhouder dus een verlies van bijna 3300 euro. De goede huisvader die ervan uitging dat financiële instellingen te groot zijn om failliet te gaan, had het grotendeels juist. Weinige gingen failliet, maar dat verhinderde niet dat aandeelhouders serieuze verliezen incasseerden.
...

Bijna acht jaar na de ondergang van Fortis is er een voorstel tot schikking voor de aandeelhouders. Een van de voorwaarden is dat men aandeelhouder was tussen 28 februari 2007 en 14 oktober 2008. In die periode daalde de koers van het Fortis-aandeel van boven 34 euro naar 1,22 euro. Een implosie. Op ieder pakket van 100 aandelen leed de aandeelhouder dus een verlies van bijna 3300 euro. De goede huisvader die ervan uitging dat financiële instellingen te groot zijn om failliet te gaan, had het grotendeels juist. Weinige gingen failliet, maar dat verhinderde niet dat aandeelhouders serieuze verliezen incasseerden. Het voorstel van schikking zal weinig of niets van het verlies compenseren. In het beste scenario wordt 2 euro per aandeel uitbetaald, maar realistischer lijkt een cijfer in de buurt van 0,5 euro. Nauwelijks 1,5 procent van het verlies! Natuurlijk geen dode mus, maar veel leven zit er toch niet meer in. Voor echt trouwe aandeelhouders die vandaag aandeelhouder van Ageas zijn, valt de vergoeding nog lager uit omdat ze een negatief effect heeft op de beurskoers. Voor hen is het niet veel meer dan een vestzak-broekzakoperatie met een beetje kleingeld. Waarom dan deze schikking? Duidelijk is in ieder geval dat enkele verenigingen van aandeelhouders en vooral de betrokken advocaten de beste zaak doen. Dat is geen verwijt, niemand werkt gratis. Maar wellicht was het voor hen evident dat verdere onderhandelingen weinig zouden opleveren en de zaak dus maar beter kon worden afgesloten. Waarschijnlijk wachten andere dossiers met betere perspectieven. Maar daar ligt het probleem niet. Van bij de start was het duidelijk dat via Ageas niet echt omvangrijke vergoedingen bekomen zouden worden. Het voorstel tot schikking maakt dus niemand echt blij, maar het treft ook geen verantwoordelijke. Beleggers hadden beter hun energie gestopt in het bestraffen van de verantwoordelijken voor de financiële crisis. Dat zou hen echter alleen op kosten hebben gejaagd zonder uitzicht op persoonlijk voordeel. De vordering tegen Ageas moest vooral de frustratie van beleggers koelen. Beleggers zijn in crisissituaties altijd de dupe omdat ze nooit voldoende geïnformeerd zijn over het beleggingsbeleid van de bedrijven waarin ze beleggen. Directiecomités en raden van bestuur kunnen immers nooit voldoende informatie geven. Het vertrouwen dat de beleggers in hen stellen is onvermijdelijk bijzonder groot. Als achteraf blijkt dat beslissingen verkeerd uitdraaien, dan moeten de aandeelhouders de financiële gevolgen dragen. Als er roekeloos met het geld van aandeelhouders is omgesprongen, dan moeten de beslissingnemers ook hun deel van de verantwoordelijkheid opnemen. Dat is na de financiële crisis, waarbij zoveel vermogen in rook is opgegaan, niet gebeurd. Er veranderde weinig in de directiecomités en raden van bestuur van financiële instellingen. Niemand blijkt enige verantwoordelijkheid te dragen. De vraag is dan wel wat de bevoegdheid van die organen is. Dat geregeld de stelling opduikt dat bij vele financiële instellingen weinig is veranderd en dat ze opnieuw vervallen in de 'oude' gewoontes van onbezonnen risico's te nemen, valt ook toe te schrijven aan de te beperkte sancties acht jaar geleden. De overheid gaat evenmin vrijuit. De strafzaken slepen aan en zullen een natuurlijke dood sterven. Dat de bevoegde toezichters niet werden gestraft, geeft de financiële instellingen het argument dat ze het slachtoffer zijn van een buitenlandse crisis waaraan ze geen schuld hebben. De gevolgen van foute beslissingen, de economische crisis die volgde op de financiële crisis, zijn bijzonder groot. Het gecumuleerde verschil in economische groei tussen de acht jaar voor de crisis en de acht jaar nadien, loopt al op tot 12 procent van het bbp. Dat inhalen lijkt onmogelijk. Het is dan ook dagdromen als we ons afvragen hoe onze economische en financiële problemen er vandaag zouden hebben uitgezien indien we de crisis niet hadden meegemaakt. Gedane zaken nemen geen keer, maar vermijden dat de crisis zich herhaalt, is toch elementair. Dienen sancties daar niet voor? De auteur is hoogleraar economie aan de VUB. JEF VUCHELENGedane zaken nemen geen keer, maar vermijden dat de crisis zich herhaalt, is toch elementair.