Ze zijn discreet bij McLaren. Als we de Belgische verdeler - waar we de MP4-12C mogen testen - vragen of Mister Bean er eentje in de garage heeft, krijgen we geen antwoord. Dat Rowan Atkinson de trotse eigenaar was van een McLaren F1, de allereerste supercar van het merk, wisten we ook pas toen in de Britse kranten stond dat de acteur er een aan splinters had gereden. Dat voorpaginanieuws was overigens mooi meegenomen voor McLaren. Het gaf de auto ietwat mythische proporties. De formule 1-auto voor de openbare weg werd hij genoemd. Door zijn extreme prestaties - hij brak met 391 kilometer per uur het snelheidsrecord voor auto's voor dagelijks gebruik - en door zijn prijs: zo duur dat hij alleen voor de happy few was.
...

Ze zijn discreet bij McLaren. Als we de Belgische verdeler - waar we de MP4-12C mogen testen - vragen of Mister Bean er eentje in de garage heeft, krijgen we geen antwoord. Dat Rowan Atkinson de trotse eigenaar was van een McLaren F1, de allereerste supercar van het merk, wisten we ook pas toen in de Britse kranten stond dat de acteur er een aan splinters had gereden. Dat voorpaginanieuws was overigens mooi meegenomen voor McLaren. Het gaf de auto ietwat mythische proporties. De formule 1-auto voor de openbare weg werd hij genoemd. Door zijn extreme prestaties - hij brak met 391 kilometer per uur het snelheidsrecord voor auto's voor dagelijks gebruik - en door zijn prijs: zo duur dat hij alleen voor de happy few was. De nieuwste van McLaren maakt het zo bont niet. De MP4-12C haalt 'amper' 330 per uur. En u mag al eens brokken maken. Bij de Belgische dealer in Overijse hebben ze een nieuwe in voorraad . In onderdelen dan. En dat is zo bij elk van de 38 dealers in 22 landen. Net zoals de showroom overal identiek is. In het midden staat steevast een formule 1-wagen van het merk. Geen kopie, maar the real thing. In de McClaren-showroom aan de Brusselse Louizalaan is het die waarmee Kimi Raikkonen in 2004 in Francorchamps de Belgische Grand Prix won. "McLaren is een concept", zegt de pr-verantwoordelijke ons bij de onvangst. Een concept. Het voerde ons in gedachten terug naar Ron Dennis, naar de zomer van 1998. De CEO van McLaren was toen nog manager van het formule 1-team met die naam. De journalisten werden die zomer voor een persconferentie naar Praag gesommeerd, waar sponsor West - de sigaret werd toen nog gedoogd in de autosport - een statig paleis had afgehuurd op de heuvels die uitzien op de stad. Toen de pers had plaatsgenomen in de gigantische ridderzaal, gingen de metershoge deuren open en kwam onder klaroengeschal Ron Dennis binnengeschreden. Een Romeinse keizer had het niet beter gekund. Omgekeerd mocht je Dennis tijdens interviews niet herinneren aan zijn beginjaren als mecanicien van Jochen Rindt, wilde je niet op zijn zwarte lijst belanden. Te denken dat deze man zijn handen ooit had bevuild met sleutels en olie, het paste niet bij zijn imago als teambaas van het grote McLaren. En ook niet bij de klinische uitstraling dat alles en iedereen in zijn team had: nooit een spatje olie op de vloer van de garage, nooit een vuil glas dat bleef slenteren in de hospitality van het team, waar de bestekken millimeterprecies in dezelfde richting wezen. Het gerucht gaat dat Dennis ieder jaar de kiezels van zijn oprit laat wegnemen voor een wasbeurt. Het zou ons niet eens verbazen mocht het nog juist zijn ook. Maar ere wie ere toekomt: Ron Dennis schreef behoorlijk wat bladzijden vol in het grote geschiedenisboek van de formule 1. Nadat hij in 1981 de meerderheid van de aandelen had verworven, haalde hij McLaren uit het slop en voerde het team naar ongekende hoogten. Het grossierde in wereldkampioenen, met namen als Alain Prost, Niki Lauda, Mika Hakkinen of Ayrton Senna. Terug naar de showroom. "De tolerantie voor afwijkingen in het chassis van de MP4-12C bedraagt een halve millimeter", zegt de pr-verantwoordelijke van McLaren België. Een halve millimeter. Jawel, Ron Dennis rijdt mee. Dat McLaren ook sportwagens voor de openbare weg ging bouwen, kwam door toedoen van ene Gordon Murray. De Australiër was designer in het F1-team. In 1987 kreeg hij zin om een extreme 'gewone' auto te bouwen. Zijn plannen voor de 'ultieme sportwagen voor bemiddelde mensen' overtuigden Dennis meteen. De auto waar Rowan Atkinson in zou crashen, een supercar van één miljoen dollar, was geboren. Later, van 2003 tot 2007, zou McLaren in samenwerking met Mercedes nog de indrukwekkende SLR bouwen. En nu is er dus de MP4-12C, opnieuw 100 procent McClaren. Deze is iets democratischer geprijsd: u rolt hem al naar buiten voor 212.200 euro. In de Benelux zijn er al 25 van geleverd. Het profiel van die klant? "Heel andere klanten dan Ferrari-rijders", klinkt het. "Geen m'as-tu-vu's " De MP4-12C heeft dan ook een behoorlijk discrete lijn. Je ziet natuurlijk dat het een sportwagen is, maar ook niet meer dan dat. Maar als je de McLaren van dichtbij bekijkt, merk je dat hij gebouwd is door jongens die bezig zijn met formule 1, waar een bolide zo efficiënt mogelijk gebouwd moet zijn. Bijvoorbeeld: de uitlaten zitten zeer hoog, want dan is er minder buizenwerk. Maar ook: alles wat in, op of aan de wagen zit, tot het kleinste detail, heeft een bestaansreden of er zit een filosofie achter. Zo zitten op het stuur geen knopjes, want wie wil pezen met topmaterieel zit niet op het stuur te kijken. Hij concentreert zich op de weg en het verkeer. Voor sommigen een detail, voor Ron Dennis zonder twijfel essentieel. Bij Dennis gaat het om de details, alles moet volgens het boekje. Ex-coureur Nick Heidfeld kan het weten. Volgens de overlevering mocht hij ergens eind jaren negentig zijn kunnen laten zien in de F1-wagen van McLaren, tijdens een test in het Zuid-Spaanse Jerez. De Duitser kwam een paar uur te laat omdat hij zijn vlucht had gemist. Hij was vergeten zijn paspoort in zijn aktetas te stoppen. Toen bleek dat Heidfeld ook nog eens zijn verse onderbroeken in die aktetas had gepropt, zei Dennis tegen een medewerker: "Die jongen zal nooit met mijn auto's rijden." Het zou ons niet verbazen mocht ook dat verhaal kloppen. JO BOSSUYT"McLaren is een concept"