Een jaar geleden was Etienne de Callataÿ, de hoofdeconoom van Bank Degroof, nog optimistisch over de toekomst van de eurozone ("De eurozone zal niet uiteenvallen", in MoneyTalk nr. 17 van 28 april 2011). Vandaag is hij voorzichtiger. "De kansen zijn fiftyfifty dat Griekenland uit de eurozone verdwijnt. Maar een Griekse exit zou geen goede zaak zijn, noch voor Griekenland noch voor de andere eurolidstaten. We hebben er niets bij te winnen dat Griekenland verarmt, en een Griekse uitstap zou zo veel onzekerheid creëren dat er in Portugal en Spanje een run on the bank op gang kan komen. De banken zouden extra belastinggeld nodig hebben om zich te herkapitaliseren en we zouden nog meer verliezen op onze leningen aan Griekenland moeten nemen."
...

Een jaar geleden was Etienne de Callataÿ, de hoofdeconoom van Bank Degroof, nog optimistisch over de toekomst van de eurozone ("De eurozone zal niet uiteenvallen", in MoneyTalk nr. 17 van 28 april 2011). Vandaag is hij voorzichtiger. "De kansen zijn fiftyfifty dat Griekenland uit de eurozone verdwijnt. Maar een Griekse exit zou geen goede zaak zijn, noch voor Griekenland noch voor de andere eurolidstaten. We hebben er niets bij te winnen dat Griekenland verarmt, en een Griekse uitstap zou zo veel onzekerheid creëren dat er in Portugal en Spanje een run on the bank op gang kan komen. De banken zouden extra belastinggeld nodig hebben om zich te herkapitaliseren en we zouden nog meer verliezen op onze leningen aan Griekenland moeten nemen." "Het probleem is dat Europa een grote stap in de richting van meer integratie moet zetten om een Griekse exit uit de eurozone te vermijden", stelt de Callataÿ. "De bevolking is niet rijp voor meer solidariteit. Al hoeven de politici die mening niet noodzakelijk te delen." Etienne de Callataÿ . "Dat is zeker waar. Europa is tevreden met de uitslag van de Griekse parlementsverkiezingen, maar nu moeten we wel aan de slag met Nea Demokratia en Pasok, de partijen die Griekenland met hun wanbeleid in de problemen hebben gebracht. Dat belooft niet veel goeds voor de hervormingen die Griekenland moet doorvoeren. "Maar daartegenover staat dat we ook profijt hebben gehad van de fouten van Griekenland en de andere Zuid-Europese landen. Het verlies aan concurrentiekracht in Zuid-Europa heeft ertoe geleid dat Noord-Europa - en vooral Duitsland - meer heeft kunnen uitvoeren naar die regio. Bovendien kunnen we door de onzekerheid in de eurozone profiteren van een lage rente en een zwakkere euro, wat positief is voor onze exportbedrijven. Ten slotte moeten we er als schuldeisers ook de gevolgen van dragen dat we jarenlang een te lage rente hebben aangerekend aan Griekenland." de Callataÿ . "We moeten absoluut vermijden dat een Griekse exit de andere zwakke eurolidstaten besmet. Dat kan bijvoorbeeld door een Europees waarborgfonds voor spaartegoeden op te richten. Het is dan klaar en duidelijk dat het spaargeld veilig is - zelfs bij een Portugese of een Spaanse bank - omdat het Europees wordt gewaarborgd. Een tweede belangrijk element is dat de zwakke lidstaten zich duidelijk moeten verbinden tot bijkomende structurele hervormingen om hun concurrentievermogen te herstellen. Nieuwe budgettaire inspanningen lijken me niet gepast, omdat op dat gebied al veel is gedaan." de Callataÿ . "Inderdaad. We krijgen steeds meer signalen dat de Europese economieën sterk afhankelijk zijn van elkaar en van de gemiddelde Europese groei. In Europa zijn er geen economische eilanden meer. Zelfs in Duitsland is de binnenlandse vraag niet sterk genoeg om de uitvoer te vervangen. Goed nieuws is dat de Duitse lonen aan het stijgen zijn. Dat verlicht het Europese probleem van de divergerende loonkosten per eenheid product, en het is aangenamer dat de Duitse lonen omhooggaan dan dat de lonen in Zuid-Europa worden verlaagd. Maar we moeten er wel op toezien dat we internationaal competitief blijven. De lonen in Duitsland en Frankrijk mogen niet plotseling een kwart duurder worden. Hoewel twee derde van de Europese handel binnen Europa blijft, zijn we toch geen gesloten economie." de Callataÿ . "Momenteel hebben we geen keuze en moet de rente zeer laag blijven. Ik pleit er zelfs voor dat de Europese Centrale Bank de rente nog verlaagt. We moeten leren leven met financiële repressie - een negatieve reële rente die de koopkracht van het geld aantast - want de regeringen hebben geen budgettaire ruimte om de economie te ondersteunen. De lage rente is goed voor de overheden, die veel schulden moeten herfinancieren, en voor de banksector, die via hogere marges zijn kapitaalbuffers kan herstellen. "Bovendien is het gevaar van deflatie - een daling van de prijzen, en dus een stijging van de geldwaarde - veel groter dan dat van inflatie. Deflatie is nefast voor een economie - denk maar aan Japan - en voor landen met hoge schulden. De Europese regeringen creëren inflatie in hun eigen belang. Inflatie zal dus altijd deel uitmaken van de oplossing van de hoge schuldgraad van onze overheden. "Op middellange termijn kan een lage rente nieuwe zeepbellen doen ontstaan. Zelfs nu zien we al activa die daar dichtbij zitten, zoals de bedrijfsobligaties. Beleggers kiezen beter voor alternatieven, bijvoorbeeld dividendaandelen. Daarbij moeten ze bedrijven vermijden die sterk afhankelijk zijn van de overheid, zoals banken, nuts- en telecombedrijven. Die kunnen worden geconfronteerd met extra lasten en prijscontroles." de Callataÿ . "Beleggers moeten beseffen dat er geen risicoloze beleggingen meer zijn. Een brede diversificatie is nog belangrijker dan vroeger. Beleggers moeten een kwart van hun portefeuille beleggen buiten de VS en Europa, met een voorkeur voor aandelen van bedrijven uit de groeilanden. Door hun voortdurend stijgende opleidingsniveau worden landen zoals India en China in ijltempo kenniseconomieën, wat bij ons tot extra banenverlies zal leiden. Om de dalende koopkracht in het Westen te compenseren, is het dus verstandig dat beleggers een deel van de meerwaarde die in de groeilanden wordt gecreëerd meepikken via aandelen uit die landen. "In zo'n inflatoire omgeving zijn ook beleggingen in langetermijnobligaties en goud te vermijden. Goud wordt beschouwd als een veilige belegging, maar dat is allerminst het geval. Het is onderhevig aan grote prijsschommelingen en kan tot driekwart van zijn waarde verliezen. Met de aandelenmarkten zie ik dat tegen de huidige waarderingen niet gebeuren. Bovendien creëert goud geen meerwaarde. Het is beter je geld toe te vertrouwen aan creatieve bedrijfsleiders die toegevoegde waarde creëren." MATHIAS NUTTIN"Beleggers moeten een kwart van hun portefeuille beleggen buiten de Verenigde Staten en Europa, met een voorkeur voor aandelen van bedrijven uit de groeilanden"