Meer dan een half miljoen toeschouwers, gemiddeld meer dan een miljoen Vlaamse televisiekijkers, een omzet van meer dan 2 miljoen euro: de Ronde van Vlaanderen is ook financieel een van de grootste Belgische sportmanifestaties van het jaar. Toch blijft Ronde-organisator Flanders Classics van Wouter Vandenhaute in de schaduw van de echte machthebber in het wielerpeloton. Dat zijn niet de ploegen of rijke sponsors. Wel Amaury Sport Organisation (ASO), de Franse eigenaar van de Tour en een aantal andere topkoersen zoals Parijs-Roubaix, een topklassieker die volgende week plaatsvindt. ASO haalt al jaren miljoenen euro's uit het wielrennen en verdeelt ze royaal onder zijn aandeelhouders. Wie de macht van de Parijse mediagroep en organisator van sportevenementen wil breken, botst al snel op een muur. Dat mocht Oleg Tinkoff, een Russische oligarch en eigenaar van de wielerploeg Tinkoff-Saxo, vorige zomer ondervinden.
...

Meer dan een half miljoen toeschouwers, gemiddeld meer dan een miljoen Vlaamse televisiekijkers, een omzet van meer dan 2 miljoen euro: de Ronde van Vlaanderen is ook financieel een van de grootste Belgische sportmanifestaties van het jaar. Toch blijft Ronde-organisator Flanders Classics van Wouter Vandenhaute in de schaduw van de echte machthebber in het wielerpeloton. Dat zijn niet de ploegen of rijke sponsors. Wel Amaury Sport Organisation (ASO), de Franse eigenaar van de Tour en een aantal andere topkoersen zoals Parijs-Roubaix, een topklassieker die volgende week plaatsvindt. ASO haalt al jaren miljoenen euro's uit het wielrennen en verdeelt ze royaal onder zijn aandeelhouders. Wie de macht van de Parijse mediagroep en organisator van sportevenementen wil breken, botst al snel op een muur. Dat mocht Oleg Tinkoff, een Russische oligarch en eigenaar van de wielerploeg Tinkoff-Saxo, vorige zomer ondervinden. Tinkoff gaat al jaren tekeer tegen de gigantische bedragen die ASO binnenrijft dankzij de televisierechten voor zijn wielerwedstrijden. In tegenstelling tot het voetbal waar de ploegen massa's tv-rechten opstrijken, zien de wielerteams daar amper een cent van. Het geld gaat grotendeels naar de organisatoren. Hoeveel ASO elk jaar precies opstrijkt, is onduidelijk. Tinkoff spreekt van 100 miljoen euro aan tv-rechten voor de Tour alleen al. Hij dreigde al meermaals om samen met een aantal andere topploegen de Ronde van Frankrijk te boycotten. Zonder toprenners aan de start zou ASO een mal figuur slaan en zou het wel verplicht zijn om rond tv-rechten een deal te sluiten met de wielerteams. Vorige zomer werd de druk sterk opgevoerd tijdens de rustdag van de Ronde van Frankrijk in Avignon. Een aantal topploegen kwam samen om een strategie te ontwikkelen die het wielrennen verder moest commercialiseren via nieuwe wedstrijden. Dat zou de tv-rechten doen toenemen en de ploegen zouden een deel van die grotere koek opeisen. Maar dat zogenaamde Avignon-project was een doodgeboren kind. Om te beginnen, namen slechts dertien van de achttien WorldTour-ploegen (de Champions League van de koers) deel aan het overleg. Een eensgezind front was er niet. Bij de afwezigen Katjoesja, eigendom van een andere Russische oligarch, Igor Makarov, en volgens kenners een veel invloedrijker figuur in het wielrennen dan de impulsieve Tinkoff. Makarov staat dicht bij Brian Cookson, voorzitter van de internationale wielerfederatie UCI. Als de ploegen een vuist willen maken tegen ASO, dan zal het via Makarov moeten gebeuren en dan zullen alle ploegen aan één zeel moeten trekken. "Maar dat zal niet snel gebeuren", weet Daam Van Reeth, sporteconoom aan de HU Brussel. "De wielerwereld is altijd al hopeloos verdeeld geweest." Bovendien liet ASO na het uitlekken van het Avignon-project via zijn eigen sportkant l'Equipe weten dat "de historische rechten van de organisatoren van wielerwedstrijden niet ter discussie staan". Lees: de ploegen mogen naar mogelijke tv-centen fluiten. "ASO is de feitelijke eigenaar en financiële baas van het wielrennen. En dat zal zo blijven", weet Wim Lagae, hoofddocent sportmarketing KU Leuven, campus Antwerpen. Van de 28 WorldTour-wedstrijden -- grote rondes en topklassiekers zoals de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix -- die jaarlijks worden georganiseerd, zijn er 8 in handen van ASO. Dan volgt het Italiaanse RCS met 4 wedstrijden (onder andere Milaan-Sanremo en de Ronde van Italië). Flanders Classics van Wouter Vandenhaute telt slechts 2 WordTour-wedstrijden (Ronde van Vlaanderen en Gent-Wevelgem). "En ASO is haar greep op het wielrennen nog aan het versterken", stelt Daam Van Reeth vast. "Het organiseert sinds een paar jaar de tweedaagse wedstrijd World Ports Classic tussen Rotterdam en Antwerpen." De meeste organisatoren van wielerwedstrijden zijn blij als ze break-even kunnen werken. Flanders Classics haalt een omzet van 3 tot 3,5 miljoen euro waarvan goed 2 miljoen van de Ronde van Vlaanderen komt, maar winst maken ligt moeilijk. Naast de vip-inkomsten en televisierechten -- telkens wellicht 1 miljoen euro, volgens Van Reeth -- zijn er tal van uitgaven zoals verzekeringen, prijzengelden, startpremies, personeelskosten, enzovoort. ASO is op dat vlak een uitzondering. De wielerwedstijden en de Ronde van Frankrijk zijn de geldmachines voor ASO (dat naast wielerwedstrijden ook Parijs-Dakar en de Marathon van Parijs organiseert) en voor het moederbedrijf Amaury. Amaury is actief in media met de Franse kranten Le Parisien en l'Equipe, het heeft een eigen fotoagentschap. De sportieve poot van het consortium is ASO. Amaury wordt met harde hand geleid door Marie-Odile Amaury (74), de weduwe van de in 2006 overleden topman Philippe Amaury. De omzet van de groep bedraagt 690 miljoen euro. Maar de financiële situatie van de ASO-poot is niet altijd even doorzichtig. Wim Lagae sloeg aan het rekenen en kwam uit op een omzet van 166,4 miljoen euro en een nettowinst van 38,1 miljoen euro. Lagae: "Dat zijn gelden die als dividenden in handen van de aandeelhouders van vooral de familie Amaury terechtkomen." Dat ASO zonder problemen winst maakt, heeft te maken met de royale opbrengsten uit vooral de Tour. Zo zijn er de hoge bedragen die landen neertellen om als startplaats van de Ronde van Frankrijk te fungeren. Groot-Brittannië legde voor de volgende Tourstart 15 miljoen euro neer. En dan zijn er natuurlijk de tv-rechten. Over de precieze omvang ervan bestaat heel wat onduidelijkheid. "Die 100 miljoen waar Oleg Tinkoff het over heeft, is overdreven", zegt Van Reeth. "Volgens mij komt het eerder in de buurt van 50 miljoen euro. Maar ik denk toch dat sommige wielerploegen te veel verwachten van de tv-rechten als inkomstenbron. Veronderstel dat je de helft van die 50 miljoen verdeelt onder de ploegen. Dat is amper meer dan 1 miljoen euro voor de 22 ploegen die aan de Tour deelnemen. Alle geld is welkom, maar daarmee verander je het businessmodel van het wielrennen niet fundamenteel." Sporteconomen zeggen dat het fout is te focussen op wat ze 'de mythe van de tv-rechten' noemen. Dat het wielrennen geen efficiënt en gezond businessmodel heeft, heeft ook te maken met de macht van wat Wim Lagae de sugardaddies noemt, de suikerooms of rijke mecenassen die wielerploegen ondersteunen en in belangrijke mate financieren. Tinkoff is er een van, net als de Zwitser Andy Rihs (BMC) of de Tsjech Zdenek Bakala (geldschieter van Omega Pharma/QuickStep naast de merkensponsors). Volgend jaar stapt Formule 1-ster Fernando Alonso met een eigen ploeg in het wielrennen. Lagae: "Die mecenassen kunnen zeer hoge lonen betalen. Zo is er een gevecht bezig om volgend jaar een topper als Peter Sagan binnen te rijven. Dat trekt de prijzen voor bepaalde renners sterk omhoog. Maar die mecenassen werken niet marktconform en ze verstoren de gezonde werking van deze sportmarkt. Er is een groot verschil tussen de lonen van toppers en de helpers." Er lijkt een kloof te ontstaan tussen ploegen die steevast gefinancierd worden door rijke wielerliefhebbers en andere teams die constant moeten harken om hun budget rond te krijgen. Lotto-Belisol, een van de twee Belgische WorldTour-ploegen, moet niet rekenen op geld van mecenassen. En een van de succesvolste ploegen van het nog jonge seizoen, Giant, bestaat enkel omdat fietsensponsor Giant de ploeg in eigen handen nam nadat de hoofdsponsor, het energiebedrijf Aros, vorige winter heeft besloten met wielersponsoring te stoppen. In de macht van ASO en de diepe zakken van een aantal mecenassen ziet Wim Lagae een gebrek aan financiële fair play: "In het wielrennen speelt echt de wet van de jungle. Er is geen regulator, de internationale wielerunie UCI houdt zich daar niet mee bezig." Daam Van Reeth relativeert: "Bij Europese voetbalploegen vertaalt het finan-ciële verschil zich ook direct in een grote sportieve kloof. Bij het wielrennen, of toch onder de WorldTour-ploegen, zie ik dat minder. BMC mag dan al veel geld hebben, de ploeg heeft het moeilijk om topkoersen te winnen." Vraag is of de mecenassen een langetermijnvisie hebben. Wat als ze beslissen om het wielrennen plots te verlaten? "Eigenlijk heeft men nood aan gezonde en grote multinationals die duurzaam sponsoren. Niet aan hobbyisten", weet Van Reeth. Dat fenomeen is in België trouwens niet nieuw. Veertig jaar geleden waren het ook rijke wielerliefhebbers die wielerploegen zoals Flandria en IJsboerke op poten zetten. Volgens Van Reeth moeten ploegen op zoek naar andere inkomsten: uit merchandising, los van de wielevenementen op zich. "Dat vergt een langetermijnvisie, maar in tegenstelling tot voetbalploegen hebben wielerteams niet het eeuwige leven. Trekt een financier of sponsor zich terug, dan is het gedaan met het team."ALAIN MOUTON, FOTOGRAFIE JELLE VERMEERSCH"Er is nood aan gezonde multinationals die duurzaam sponsoren, niet aan hobbyisten" Daam Van Reeth "In het wielrennen is er geen financiële regulator, de UCI houdt zich daar niet mee bezig" Wim Lagae