Hoe meer kilometer woon-werkverkeer met een bedrijfswagen worden gereden, hoe minder belasting op het voordeel van alle aard. En als men maar genoeg kilometers rijdt, is er helemaal geen voordeel, en dus ook geen belasting meer. Dat is in een notendop een van de perverse gevolgen van de nieuwe fiscale behandeling die bedrijfswagens sinds begin dit jaar te beurt valt, en die daarmee veel weg heeft van een ware klucht.
...

Hoe meer kilometer woon-werkverkeer met een bedrijfswagen worden gereden, hoe minder belasting op het voordeel van alle aard. En als men maar genoeg kilometers rijdt, is er helemaal geen voordeel, en dus ook geen belasting meer. Dat is in een notendop een van de perverse gevolgen van de nieuwe fiscale behandeling die bedrijfswagens sinds begin dit jaar te beurt valt, en die daarmee veel weg heeft van een ware klucht. De oorzaak is terug te vinden in de nieuwe manier waarop het belastbaar voordeel, dat voortvloeit uit de terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen voor privédoeleinden, berekend wordt. Tot nog toe ging men bij de berekening van het voordeel uit van het aantal privékilometers (inclusief woon-werkverkeer). Met dien verstande dat men in de praktijk meestal genoegen nam met het belasten van 5000 privékilometers als de afstand tussen de woon- en de werkplaats niet meer dan 25 kilometer bedroeg, en van 7500 privékilometers als diezelfde afstand groter was. In de nieuwe regeling speelt het geen rol meer hoeveel privékilometers met de bedrijfswagen gereden worden. De berekening van het voordeel van alle aard gaat nu uit van de cataloguswaarde van het voertuig, dit is de gefactureerde waarde inclusief opties en btw, maar zonder rekening te houden met enige korting of vermindering. Op die waarde wordt vervolgens een CO2-percentage toegepast, waarna het resultaat beperkt wordt tot 6/7. Het basis-CO2-percentage bedraagt 5,5 procent bij een CO2-uitstoot van 115 gram per kilometer voor voertuigen met een benzine-, lpg- of aardgasmotor en van 95 gram per kilometer voor voertuigen met een dieselmotor. Ligt de CO2-uitstoot hoger, dan wordt het basispercentage verhoogd met 0,1 procent per CO2-gram. Voor een dieselwagen met bijvoorbeeld een CO2-uitstoot van 145 gram per kilometer moet dus (145 - 95 =) 50 keer 0,1 procent bijgeteld worden. Het CO2-percentage bedraagt aldus 5,5 + 5 = 10,5 procent. Stel dat het voertuig in het voorbeeld een cataloguswaarde heeft van 30.000 euro. Het jaarlijks te belasten voordeel van alle aard is dan gelijk aan 30.000 x 10,5 procent of 3150 euro. Maar deze uitkomst moet, zoals gezegd, nog vermenigvuldigd worden met de breuk 6/7. Het te belasten voordeel wordt aldus beperkt tot (3150 x 6/7 =) 2700 euro. Zoals alle belastingplichtigen hebben ook gebruikers van bedrijfswagens recht op de aftrek van hun beroepskosten. Als zij - in het kader van de personenbelasting - hun werkelijke beroepskosten bewijzen, mogen zij voor de kilometers van het woon-werkverkeer een vast bedrag van 0,15 euro per kilometer in rekening brengen. In de nieuwe regeling is dat niet anders, maar het heeft wel onverwachte en perverse gevolgen. Het probleem is dat in de nieuwe regeling enerzijds op geen enkele manier nog rekening gehouden wordt met het aantal privékilometers als het erop aankomt het voordeel van alle aard te berekenen, maar dat anderzijds nog wel rekening gehouden wordt met het aantal kilometers daar waar het erop aankomt de aftrekbare kosten te becijferen. De nieuwe regeling combineert op deze manier twee zaken die intern tegenstrijdig zijn. Dat leidt onvermijdelijk tot ongerijmdheden. Hernemen we het voorbeeld van iemand die een dieselwagen van 30.000 euro ter beschikking krijgt en die daarvoor in de nieuwe regeling een voordeel van alle aard aangerekend krijgt van 2700 euro. Stel dat hij zijn werkelijke kosten bewijst. Voor elke kilometer van het woon-werkverkeer mag hij dan 0,15 euro in aftrek brengen. Dit betekent dat het voordeel van alle aard van 2700 euro, per kilometer van het woon-werkverkeer met 0,15 euro daalt. Als hij op jaarbasis minstens 18.000 kilometer woon-werkverkeer aflegt, is er zelfs geen belastbaar voordeel, en dus ook geen belasting meer, want tegenover het belastbaar voordeel van alle aard van 2700 euro staan dan aftrekbare kosten van (18.000 x 0,15 =) ook ongeveer 2700 euro. Conclusie: hoe meer men rijdt (en aan luchtvervuiling doet), hoe minder belasting men betaalt. Is dat niet pervers? Pro memorie: 18.000 kilometer is op jaarbasis minder dan een dagelijkse pendel Antwerpen-Brussel of Namen-Brussel. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. www.fiscoloog.beJAN VAN DYCKDe nieuwe regeling combineert twee intern tegenstrijdige zaken.