TOEKOMSTIG minister-president Jan Jambon (N-VA) verkondigde tijdens de presentatie van het Vlaamse regeerakkoord een boodschap van excellentie op de schoolbanken. Daartegen is het moeilijk oppositie voeren. Wie heeft nu bezwaar tegen het streven naar kwaliteitsvol onderwijs?

Inhoudelijk drukken de coalitiepartners Open Vld en vooral de N-VA hun stempel op het onderwijsbeleid van de komende jaren. Zo heiligt de nieuwe regering de vrije schoolkeuze en verwijst ze de dubbele contingentering -- de maatregel die de sociale mix in scholen moest regelen -- naar de prullenmand. Er komt dan toch geen brede eerste graad in het secundair. En in plaats van het M-decreet, dat kinderen met een beperking in het reguliere onderwijs toelaat, plant de regering een begeleidingsdecreet voor zorgnoden. De CD&V van uittredend minister van Onderwijs Hilde Crevits was vragende partij voor de bijsturing. Als die nieuwe regeling meer moet zijn dan een symbolische naamsverandering, staat daar wel een hogere factuur tegenover.

Hoe de Vlaamse regering haar onderwijsplannen denkt te betalen, blijft onduidelijk.

Dat geldt ook voor de poging het beroep van leerkracht aantrekkelijker te maken. Er komt nu een betere anciënniteitsregeling voor de zogenaamde zij-instromers, die een carrière in de privésector verruilen voor een baan in het onderwijs. Zo'n overstap betekende tot nu toe een aanzienlijk loonverlies. Die paradox wegwerken kost 300 miljoen euro.

Naar onderwijs gaat nu al bijna 14 miljard euro, bijna een derde van de Vlaamse begroting. Het ziet ernaar uit dat dat nog meer wordt. Want bovenop de geciteerde plannen, zijn er nog beloftes om meer geld te geven aan het kleuteronderwijs, taalbadklassen op te zetten en te investeren in duurzame schoolgebouwen. Hoe de nieuwe Vlaamse regering dat alles denkt te betalen, blijft onduidelijk.