Veiligheid is goed voor de economie. Ze bevordert het vertrouwen. In een veilig land laten de consumenten het geld vlotter rollen en investeren de bedrijven meer. Maar veiligheid kost ook geld. Herman Matthijs, professor overheidsfinanciën aan de VUB en de UGent, zocht de cijfers op, en stootte op enkele verrassingen (zie tabel Winnaars en verliezers).
...

Veiligheid is goed voor de economie. Ze bevordert het vertrouwen. In een veilig land laten de consumenten het geld vlotter rollen en investeren de bedrijven meer. Maar veiligheid kost ook geld. Herman Matthijs, professor overheidsfinanciën aan de VUB en de UGent, zocht de cijfers op, en stootte op enkele verrassingen (zie tabel Winnaars en verliezers). Van 2002 tot 2016 stegen de totale uitgaven van de federale overheid met 53 procent. Justitie - vaak in het nieuws als behoeftig departement - doet echter beter, met een groeipercentage van 57,6 procent. De Staatsveiligheid, een onderdeel van Justitie, is de grote winnaar, met 67 procent. "Dat is een opmerkelijk groeicijfer", zegt Matthijs. "Maar anderzijds heeft het nominale budget van de Staatsveiligheid niet veel te betekenen. Met 45 miljoen euro kun je het land niet beveiligen. Temeer omdat er flink wat werk is met de bescherming van de vele supranationale instellingen in Brussel, zoals de EU en de NAVO." De politie-uitgaven konden in het vorige decennium nog profiteren van de hervormingsmaatregelen in de nasleep van de Dutroux-affaire. Maar sindsdien zit de klad erin, zodat de groei van het politiebudget over de periode 2002-2016 lager uitvalt dan de totale uitgavengroei. Met defensie is het nog slechter gesteld. Daar is het budget gekrompen. "Defensie is de pineut", aldus Matthijs. "Geen wonder dat België kritiek krijgt voor het niet-naleven van zijn NAVO-verplichtingen." Een jonge tak aan de Belgische veiligheidsboom is het OCAD (Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse), wettelijk opgericht in 2006. Het OCAD bepaalt het dreigingsniveau, met behulp van informatie van de andere veiligheidsdiensten. "Wegens die hulp heeft het OCAD per definitie minder volk nodig", zegt Matthijs. "Dat verklaart deels het bescheiden budget van OCAD, gaande van 1,2 miljoen euro in 2008 tot 1,66 miljoen euro in 2016. De vraag is of de veiligheidsdiensten ook daadwerkelijk al hun interessante informatie doorgeven aan het OCAD." Alles bijeen is onze overheid in de voorbije vijftien jaar niet overdreven genereus geweest voor het veiligheidsapparaat. Maar sedert het aantreden van de regering-Michel merkt Matthijs beterschap. "De regering maakt middelen vrij via de zogenoemde provisies, kredieten voor bepaalde noden. In de begroting 2016 zit een provisie van 95 miljoen euro voor veiligheid, en van 400 miljoen euro voor de strijd tegen terrorisme en radicalisering." Het nadeel is dat zowat elke minister met een beetje vindingrijkheid uit die provisies kan putten, aldus Matthijs. "Minister van Justitie Koen Geens heeft geld van de provisie veiligheid gebruikt om achterstallige facturen van het gerecht te betalen. Je kunt je afvragen wat achterstallige facturen met veiligheid te maken hebben. De regering moet de kredieten ondubbelzinnig toewijzen, bijvoorbeeld aan de Staatsveiligheid. Toch wil ik de begrotingsinspanningen niet relativeren. Dit is de eerste regering in lange tijd die meer geld op tafel legt voor veiligheid."