Eind deze week wordt op het parcours van Campo Villa in Madrid de Spaanse Open gespeeld. Het toernooi, dat in 1972 voor het eerst werd georganiseerd, is uitgegroeid tot een grote klassieker in het Europese circuit. Toch blijft Spanje een buitenbeentje in de golfsport. Net zoals in ons land, worstelt de sport er met een elitair imago, hoewel er de voorbije jaren heel wat openbare parcours zijn aangelegd. Bovendien neemt het aantal spelers gestaag toe. In 1990 waren het er nog amper 45.000, vandaag al meer dan 270.000. Dat is heel wat, maar veel minder dan in Engeland (650.000), Frankrijk (420.000) of Zweden (500.000). Het land heeft 450 golfbanen, die ook nog heel wat golftoeristen aantrekken, vooral tijdens de winter. Ieder jaar komen meer dan 1 miljoen amateurspelers, vooral Britten en Scandinaviërs, er een balletje slaan.

In Spanje is voetbal met voorsprong de populairste sport en krijgt golf vrij weinig aandacht van de media. En dat is toch opvallend, want Spanje grossiert al generatieslang in topspelers op de greens. Zo kent iedereen de legendarische Severiano Ballesteros, die acht jaar geleden overleed. Hij effende het pad in de jaren zeventig. Ballesteros was van bescheiden komaf, ging aan de slag als caddie in de Pedrena-club en populariseerde de golfsport in alle hoeken van de wereld met zijn charisma en zijn spectaculaire speelstijl. 'Seve', zoals hij genoemd werd, won twee keer de Masters en drie keer de Britse Open. Als voorbeeld voor de jeugd zette hij Spanje op de internationale golfkaart. Ballesteros zorgde ervoor dat Valderrama in 1997 als eerste club op het Europese vasteland de Ryder Cup mocht organiseren.

Ondertussen kreeg Ballesteros al heel wat opvolging: topspelers als Jose-Maria Olazabal, Miguel Angel Jimenez, Sergio Garcia, Rafael Cabrera-Bello en de jonge Jon Rahm. Bijna allemaal spelers die een vergelijkbare stijl hebben als Ballesteros: natuurlijk en intuïtief, met een verfijnde baltoets.

De verklaring voor dat succes schuilt in de omkadering. Golf is niet populair in Spanje, maar de sport stoelt er wel op een uitstekende structuur: in het nationaal golfcentrum in Madrid kunnen de beste jonge beloften in de best mogelijke omstandigheden trainen en golf combineren met hun studie. Daar werd ook Jon Rahm opgeleid, vooraleer hij naar een Amerikaanse universiteit trok.