Na enkele decennia van 'begrotingen van de waarheid' en andere straffe vooropstellingen door de beleidsverantwoordelijken, zijn de overheidsfinanciën nog altijd niet gesaneerd. Meer zelfs, door het uitstelgedrag werd veel tijd verloren en steeg de overheidsschuld tot een ongeziene hoogte. Zo staan we almaar verder van het einddoel. Dat er tegenvallers waren, zoals de financiële crisis, is juist, maar er was ook de euro-meevaller.
...

Na enkele decennia van 'begrotingen van de waarheid' en andere straffe vooropstellingen door de beleidsverantwoordelijken, zijn de overheidsfinanciën nog altijd niet gesaneerd. Meer zelfs, door het uitstelgedrag werd veel tijd verloren en steeg de overheidsschuld tot een ongeziene hoogte. Zo staan we almaar verder van het einddoel. Dat er tegenvallers waren, zoals de financiële crisis, is juist, maar er was ook de euro-meevaller. Het Belgische saneringsproces kun je omschrijven als een opeenvolging van goede bedoelingen, ondersteund door sterke uitspraken, maar met te weinig concrete gevolgen. Door de systematische financieringsproblemen behoort onze belastingdruk vandaag bij de wereldtop. Tezelfdertijd zijn de overheidsuitgaven ontspoord en is de overheidsschuld onrustwekkend hoog. Door de lage rentevoeten rolt weliswaar geen rentesneeuwbal zoals in de jaren zeventig en tachtig, maar het zou cynisch zijn te hopen dat deze toestand nog vele jaren aansleept. De al bij al niet dramatische macro-economische cijfers maskeren zware onderliggende onevenwichten. Zo zijn de belastingen niet alleen te hoog, maar ook te ingewikkeld. Dat is een perverse dynamiek waar geen einde aan komt, ondanks de vele beloftes van belastinghervormingen. Buiten de bekende nefaste gevolgen zorgt dat ook voor een misallocatie van arbeidskrachten. Fiscaliteit oefent een sterke aantrekkingskracht uit op de beste juristen en economen. Talent en creativiteit worden er uitstekend gehonoreerd, maar de maatschappelijke meerwaarde ligt toch extreem laag. Ook de kwaliteit van de overheidsdiensten daalt jaar na jaar. Hoge overheidsuitgaven, ontevreden ambtenaren en belastingbetalers vormen een perfecte illustratie van het uitstelgedrag in het saneringsproces: alle grondige hervormingen werden vooruitgeschoven en de financiële kortetermijnproblemen werden met lapmiddelen opgelost. Het gevolg is een groeiend probleem met onze staatsfinanciën. En juist omdat het probleem almaar toeneemt, zakt de moed van vele beleidsvoerders hen in de schoenen: waarom zouden zij het probleem oplossen, laat staan aanpakken, als zovele voorgangers het niet hebben gedaan, hoewel ze daartoe meer mogelijkheden hadden? Toegegeven, we zijn (nog) niet in een Griekse situatie beland. De 'verdienste' van vroegere beleidsvoerders is dat ze het schip van de overheidsfinanciën drijvende hebben gehouden. We onderschatten de moeilijkheidsgraad van deze opdracht zeker niet. Maar na verloop van tijd moet men zich toch de vraag stellen of de saneringsstrategie om geleidelijk te hervormen in afwachting van een sterke economische heropleving, wel de juiste was. Het uitstelgedrag zal ook wel ingegeven zijn door een gebrek aan politieke moed om de bevolking duidelijk te maken dat er grenzen zijn aan het overheidsoptreden. De noodzakelijke ingrepen worden steeds pijnlijker, waardoor de electorale kosten oplopen. De Griekse ervaring geeft echter aan dat 'boven zijn stand leven' geen duurzame beleidsstrategie is. De afloop is bijzonder pijnlijk en het herstel duurt lang. Na twee jaar regering-Michel en zonder drastische ingrepen in de overheidsfinanciën, moet men sceptisch zijn of er deze legislatuur nog veel zal veranderen. We willen de realisaties niet minimaliseren, maar staan die in verhouding tot wat er moest gebeuren om de overheidsfinanciën te saneren? De vraag stellen is ze beantwoorden. Het meest verontrustende is dat er geen saneringsplan is. Natuurlijk bestrijkt zo'n plan meerdere legislaturen, maar bestaat zo'n groot verschil tussen de politieke partijen dat rond de essentiële elementen geen brede politieke consensus bereikt kan worden? We voorspellen dan ook een herhaling van voorgaande scenario's: harde taal, ballonnetjes van mogelijke saneringen die even snel worden afgeschoten als ze in de pers worden opgelaten, veel besparingen waarvan het eindresultaat nauwelijks of niet kan worden geschat, een eindbegroting die het tekort met enkele tienden van een procent van het bbp beperkt en beleidsvoerders die zich op de borst kloppen en zeggen dat ze goed bezig zijn. De auteur is hoogleraar economie aan de VUB. JEF VUCHELENHet Belgische saneringsproces kan je omschrijven als een opeenvolging van goede bedoelingen, ondersteund door sterke uitspraken, maar met te weinig concrete gevolgen.