De Maastricht-criteria dwingen de Europese regeringen tot een strikte monetaire politiek en een koherent budgettair beleid. Daardoor kan de lange-termijnrente verder teruglopen. Deze aanpak moet gebeuren via interne maatregelen en laat de wisselkoers ongemoeid.
...

De Maastricht-criteria dwingen de Europese regeringen tot een strikte monetaire politiek en een koherent budgettair beleid. Daardoor kan de lange-termijnrente verder teruglopen. Deze aanpak moet gebeuren via interne maatregelen en laat de wisselkoers ongemoeid.De meeste regeringen konden zo'n "Europese stok achter de deur" best gebruiken om orde op zaken te stellen. Zoniet zou de laksheid het vlot gehaald hebben uit vrees voor sociale onrust en voor een afstraffing bij de verkiezingen. Pijnlijk geval.Europa heiligt de pijnlijke aanpassingen. De eenheidsmunt biedt meer voor- dan nadelen. Zelfs indien dat in een huidig politiek versnipperd Europa als irrealistisch kan overkomen. De eenheidsmunt als een waardig alternatief voor de alomtegenwoordige USD. Op dit ogenblik is de ECU (XEU) te artificieel om die rol te vervullen. De eenheidsmunt zal de nefaste wisselkoersverstoringen voor liefst 75 % van de buitenlandse handel uitschakelen. Dit betekent een ongelooflijke besparing voor de handel en de industrie van de EU-landen. Ook al krijgt de financiële sektor onder de vorm van gederfde wisselinkomsten een flinke rekening geprezenteerd. As Bonn-Parijs.De eenheidsmunt dwingt alle deelnemende landen tot een gelijklopende ekonomische, monetaire, fiskale, budgettaire en inkomstenpolitiek. Deze discipline niet opbrengen, zal zich prompt vertalen in een hogere risicopremie voor de dissidente landen. Natuurlijk impliceert dit ook een grotere politieke kohesie via onder meer een steviger Europees parlement.De dominantie van Duitsland is overduidelijk en wordt door steeds meer landen aanvaard. Toch is het ondenkbaar "Deutschland über alles" te blijven promoten. Men moet een andere lange-termijnoplossing nastreven. De navelstreng van de Ekonomische en Monetaire Unie is de as Bonn-Parijs.De andere deelnemers zijn satellieten. Groot-Brittannië blijft zich hardnekkig verzetten tegen de eenheidsmunt. Hoelang nog ? Het zou ons geenszins verbazen dat ook de Britse regering alles in het werk zal stellen om de boot uiterlijk tegen 2002 niet te missen.Wankel evenwicht.De door de Europese Kommissie en het Europees Monetair Instituut de voorloper van de Europese centrale bank voorgestelde timing gaat ervan uit dat de huidige politieke wil om de eenheidsmunt te verwezenlijken ook de komende jaren zal aanwezig zijn. De korte-termijnbenadering zou wel eens snel de kop kunnen opsteken. Bijvoorbeeld wanneer de sociale onrust zich vanuit Frankrijk zou verspreiden naar andere landen. Want ook elders zijn hervormingen in de sociale zekerheid noodzakelijk. Zelfs indien de ekonomische kontekst versneld zou verslechteren en een deflatie zich zou aanmelden. De "tering naar de nering" zetten in landen met een (te ?) stevige munt en een open ekonomie leidt onvermijdelijk tot een groeibeperking. Diezelfde landen hebben echter nood aan meer groei en/of meer inflatie om hun handicaps versneld weg te werken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in bepaalde bedrijfskringen gepleit wordt voor een kompetitieve devaluatie om een hogere inflatie te hebben. Ondanks de mogelijke nefaste gevolgen voor prijzen en rente. Meer nominale groei creëert de illuzie van meer welvaart en stimuleert het verbruik. Hopelijk beschikken de regeringen over voldoende slagkracht om aan deze verleiding te weerstaan. Voor alle EU-landen ligt de lat (te ?) hoog. Het zal veel staatsmanschap vergen om de eenheidsmunt te bereiken. Een mislukking van het hele proces opent onvermijdelijk het pad voor een nieuwe wisselkoersstorm in het EMS. Met alle nefaste ekonomische gevolgen door een renteklim van dien. Euro-optimisme.De tegenstanders roepen luid en zaaien soms verwarring in de rangen van de voorstanders. Het voordeel hiervan is dat elke bijkomende stap duidelijk overwogen wordt. Men wil immers niet in een valstrik lopen. Het feit dat men vorig jaar heeft ingezien dat 1997 niet meer haalbaar was als startdatum, siert de bewindsvoerders. De tegenstanders hopen uiteraard dat naarmate de evaluatiedatum nadert (begin '98) opnieuw zal moeten beslist worden om de timing bij te sturen. De voorstanders worden echter talrijker en vormen een hechter blok. We gaan ervan uit dat de eenheidsmunt er komt op 1 januari 1999 via een 1-voor-1 omruiling met de bestaande teoretische ECU.