Jarenlange stress en hoge werkdruk kunnen leiden tot emotionele, fysieke en mentale uitputting. Mensen voelen zich opgebrand en uitgeperst. Een toestand die we kennen als burn-out en die op het eerste gezicht veel weg heeft van een depressie. Met dat grote verschil dat een depressie in wezen een stemmingsstoornis is met een impact op alle levensdomeinen, terwijl een burn-out zich beperkt tot de werksfeer.
...

Jarenlange stress en hoge werkdruk kunnen leiden tot emotionele, fysieke en mentale uitputting. Mensen voelen zich opgebrand en uitgeperst. Een toestand die we kennen als burn-out en die op het eerste gezicht veel weg heeft van een depressie. Met dat grote verschil dat een depressie in wezen een stemmingsstoornis is met een impact op alle levensdomeinen, terwijl een burn-out zich beperkt tot de werksfeer. Volgens professor Hans De Witte, hoogleraar arbeidspsychologie aan de KULeuven, heb je een burn-out wanneer aan drie voorwaarden is voldaan: totale uitputting, depersonalisatie en verminderde professionele bekwaamheid. "De depersonalisatie uit zich in een extreem cynische houding tegenover collega's en leidinggevenden. Men is negatief tegen alles en iedereen. Door afstand te creëren van baan en werkomgeving, verminderen de prestaties overigens vanzelf." Burn-out kan je beschouwen als het eindstadium van aanhoudende werkstress. De Witte: "Gestreste mensen kunnen ook negatief overkomen, maar ervaren nog kracht. Als stress te lang aanhoudt, ebt die kracht weg. Dat is het verschil." Een burn-out wordt ook wel eens verward met het chronischevermoeidheidssyndroom, maar ook dat is andere koek. "Bij CVS is de uitputting vooral lichamelijk, bij burn-out is men vooral mentaal en emotioneel ten einde." Perfectionisten die voor zichzelf de lat nog hoger leggen, lopen iets meer risico dan andere werknemers, maar toch is de invloed van persoonlijkheid gering. Professor De Witte: "Evenveel mannen als vrouwen krijgen met burn-out te maken. Doorgaans mensen met heel uiteenlopende persoonlijkheden. De uitputting wordt vooral veroorzaakt door werk en werkplek." Hoge werkdruk, stress, onduidelijke taakomschrijvingen, conflicten met collega's en leidinggevenden, gebrek aan autonomie over de taken, gebrek aan steun en jobonzekerheid laten hun sporen na. Ook taakgericht leiderschap is een risicofactor. Hans De Witte: "Mensen die aan de ene kant een team moeten motiveren en aan de andere kant bepaalde doelstellingen moeten halen en zelf onder druk staan, krijgen het extra te verduren. Denk maar aan de human resources manager die goede werkkrachten moet ontslaan wegens noodzakelijke besparingen. Dat leidt tot innerlijke conflicten." Het zijn vooral de mensen met contactuele beroepen - banen waarbij interactie met anderen een centrale rol speelt - die het snelst ten prooi vallen aan burn-out. Huisartsen vormen een bijzondere risicogroep: de werkdruk ligt doorgaans zeer hoog, gezien het tekort aan eerstelijnsartsen, de minder goed afgelijnde werktijden en het risico op isolatie. Volgens onderzoek zit 41 % van de huisartsen in de gevarenzone: als ze geen gas terugnemen, riskeren ze vroeg of laat over de kop te gaan. Ook beroepsjournalisten hebben last van te hoge werkdruk, zo toont een studie van de Gentse Arteveldehogeschool: 7 % kreeg ooit de diagnose burn-out. Eén op drie kampt met een te zware werkbelasting. Ondanks de hoge cijfers over stress op het werk, komt burn-out niet zo vaak voor. Hans De Witte: "De mens kan tegen een stootje. Je moet al één tot twee jaar vrijwel permanent over je grenzen gaan voor je de toestand van totale uitputting bereikt. Om die reden kunnen we vandaag nog niet spreken van een toename van burn-out door de economische crisis. Omdat die simpelweg nog niet lang genoeg duurt." Hans De Witte herinnert er ook aan dat mensen vandaag over veel meer vrije tijd beschikken dan enkele decennia geleden. De meeste banen bieden ondanks een hoge werkbelasting voldoende tijd om te recupereren. Volgens Nederlands onderzoek komt burn-out voor bij 4 tot 7 % van de actieve bevolking. Belgische cijfers zijn er niet, maar aangenomen wordt dat de toestand in onze contreien vergelijkbaar is. Hans De Witte: "Als we de Nederlandse cijfers extrapoleren naar Vlaanderen, mogen we veronderstellen dat zo'n 100.000 mensen totaal uitgeput zijn van het werk." Willen of niet, zij moeten wel afhaken, omdat ze niet langer in staat zijn hun werk voort te zetten. Doorgaans volgen weken tot maanden werkonbekwaamheid en is een aanpassing van het werk naderhand noodzakelijk om herval te voorkomen. Voorkomen is op alle fronten beter dan genezen. Leren neen zeggen, op tijd en stond er een dagje tussenuit knijpen, tijd maken voor sport (waarbij je ook mentaal ontspant) en luisteren naar de signalen van je lichaam, zijn mogelijke maatregelen. Een burn-out overvalt je ook niet van de ene dag op de andere. Bij overbelasting krijgen we altijd last in lijf en leden: slapeloosheid, concentratiestoornissen en hoge bloeddruk zijn maar enkele van de symptomen waar we niet naast kunnen kijken en die aan de totale uitputting voorafgaan. Hans De Witte: "Toch is het vooral de taak van de werkgevers en leidinggevenden om burn-out te voorkomen. Duidelijke taakomschrijvingen, positieve feedback, geregelde schouderklopjes en een zekere mate van autonomie over de taken zijn cruciaal. Wie zich goed in zijn vel voelt, werkt niet alleen efficiënter, maar loopt ook minder risico op een burn-out. Zelfs in tijden van jobonzekerheid."(T) (*) DE AUTEUR IS ARTS EN HOOFDREDACTEUR VAN BODYTALK. Marleen.finoulst@bodytalk.be Door Marleen Finoulst (*)