In 2003 schreef Lisa Belkin in het magazine van The New York Times het artikel 'The Opt Out Revolution'. Het stuk gaat over hoogopgeleide vrouwen die er bewust voor kiezen hun succesvolle carrière af te breken en thuis te blijven. De katalysator is vaak de geboorte van een eerste of een tweede kind. Het artikel bracht een storm van protest teweeg. De voornaamste kritiek is dat Belkin zich voor haar artikel beperkte tot haar kennissenkring en de ervaringen van enkele vriendinnen met een universitair diploma extrapoleerde tot een 'revolutie' in het bedrijfsleven.
...

In 2003 schreef Lisa Belkin in het magazine van The New York Times het artikel 'The Opt Out Revolution'. Het stuk gaat over hoogopgeleide vrouwen die er bewust voor kiezen hun succesvolle carrière af te breken en thuis te blijven. De katalysator is vaak de geboorte van een eerste of een tweede kind. Het artikel bracht een storm van protest teweeg. De voornaamste kritiek is dat Belkin zich voor haar artikel beperkte tot haar kennissenkring en de ervaringen van enkele vriendinnen met een universitair diploma extrapoleerde tot een 'revolutie' in het bedrijfsleven. Bijna een decennium later is het stof nog altijd niet helemaal neergedwarreld. Het bewijs is het boek Women who opt out, samengesteld door professor Bernie Jones van Suffolk University. Jones is doctor in de rechten en vroeg wetenschappers een bijdrage te leveren voor het boek zodat een stand van zaken mogelijk was over het nog altijd erg controversiële onderwerp. Volgens sommigen is 'opting out', de bewuste keuze van een vrouw om te kiezen voor haar gezin, een mythe. "De meeste moeders kiezen er niet voor thuis te blijven, maar worden daartoe gedwongen door het gebrek aan flexibiliteit van de werkplaats", stelt hoogleraar Heather Boushey ronduit. Kerstin Aumann en Ellen Galinsky ontdekten in hun studie een frappant fenomeen: "Vrouwen die ervoor kiezen eruit te stappen, vormen een ernstige bedreiging voor werkgevers omdat ze foert zeggen tegen ondernemingen die carrière maken nog altijd als een motivatietool zien." Opting out is volgens hen dus een vorm van protest. Het boek gaat verder dan algemene analyses en komt ook met cijfers. In de jaren negentig werkte 63,5 procent van de vrouwelijke Harvard-alumni voltijds. Tien jaar later is dat percentage teruggevallen tot 60,3 procent. Belangrijker dan de vraag of dat een trend is en een significante daling betekent, is de vraag waarom vier op de tien hoogopgeleide vrouwen niet voltijds werken. En dat terwijl studies aan de universiteit van Harvard peperduur zijn. Een van de mogelijke antwoorden die Women who opt out geeft, is dat sommige vrouwen gewoonweg niet geïnteresseerd zijn in carrière maken en dat ze dus niet altijd op gendergerelateerde hinderpalen botsen. Het thema van de combinatie gezin-werk is overal in de industriële wereld een hot topic, ook in België. Volgens de recentste gegevens van het Generations & Gender Programme (GGP) werkt 75,5 procent van de hoogopgeleide Belgische vrouwen zonder kinderen voltijds. Hoogopgeleide vrouwen met een kind tussen 0 en 2 jaar stoppen plots met (voltijds) werken. In die categorie is slechts 45 procent voltijds aan de slag. In de groep met kinderen tussen 3 en 5 jaar valt dat percentage nog verder terug: slechts 34,7 procent van de hoogopgeleide vrouwen is dan voltijds aan het werk. Jones concludeert dat het aan de vrouwen zelf is om de keuze te maken hoe ze gezin en carrière combineren, maar het is een feit dat bedrijven nog te weinig doen om het starre regime van het bedrijf bij te sturen zodat ook vrouwen met kinderen voltijds kunnen blijven werken. Bernie Jones (ed), Women who opt out. The Debate over Working Mothers and Work-Family Balance, New York University Press, 2012, 216 blz, 20 euro THIERRY DEBELS