In West-Europa associëren we de Eerste Wereldoorlog met de loopgraven in de Westhoek en de Sommestreek. Al te vaak vergeten we dat er ook in Oost-Europa hard werd gevochten. Daar brak de oorlog ook uit. Na de moord op de Oostenrijkse kroonprins Frans Ferdinand door een Servische nationalist was Oostenrijk-Hongarije vastbesloten het kleine Servische buurland van de kaart te vegen. Het kreeg daarvoor carte blanche van Duitsland. Rusland snelde zijn Slavische bondgenoot te hulp. Door de allianties raakten ook Frankrijk en Groot-Brittannië bij de oorlog betrokken.
...

In West-Europa associëren we de Eerste Wereldoorlog met de loopgraven in de Westhoek en de Sommestreek. Al te vaak vergeten we dat er ook in Oost-Europa hard werd gevochten. Daar brak de oorlog ook uit. Na de moord op de Oostenrijkse kroonprins Frans Ferdinand door een Servische nationalist was Oostenrijk-Hongarije vastbesloten het kleine Servische buurland van de kaart te vegen. Het kreeg daarvoor carte blanche van Duitsland. Rusland snelde zijn Slavische bondgenoot te hulp. Door de allianties raakten ook Frankrijk en Groot-Brittannië bij de oorlog betrokken. Een nieuw boek vertelt het verhaal van de eerste wereldbrand vanuit Russisch perspectief. Dominic Lieven, afkomstig uit de oude Baltisch-Russische adel, toont aan hoe Rusland in de jaren voor 1914 meer en meer in de ban van het Slavische nationalisme raakte. Russische politici en een groot deel van de publieke opinie vonden dat alle Slavische volkeren moesten worden beschermd tegen wat ze als de 'Germaanse overheersing' beschouwden. Dat ging in tegen de mening van het gros van de oude adel, dat vond dat het land op goede voet moest staan met het Duitse keizerrijk. Die Russische adel had vaak familiebanden met de Duitse aristocratie. Tsarina Alexandra, de vrouw van tsaar Nicolaas II, was van Duitse afkomst. Maar in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog haalde de slavofiele connectie de overhand. Veel Russen vonden dat hun land was vernederd na de verloren oorlog tegen Japan in 1905 en waren uit op revanche. Met de hulp van Franse kredieten raakte de Russische economie er opnieuw bovenop. Tegen 1914 was Rusland economisch en militair hersteld. Lieven toont in zijn boek aan dat veel Russische generaals beseften dat dit onvoldoende was om een oorlog tegen Duitsland te winnen. Toch storten de Russen zich vol enthousiasme in de strijd. Nicolaas II probeerde het conflict nog tegen te houden. Tevergeefs. Wat sommige generaals voorspelden kwam uit: aan het Oostfront waren de Russen geen partij voor het gedisciplineerde Duitse leger. In Oost-Pruisen leed het tsaristische leger zware nederlagen. Dat werd deels gecompenseerd door Russische overwinningen tegen het zwakke Oostenrijk. In 1915 en 1916 kon Rusland door enkele gerichte militaire operaties standhouden. Maar op het thuisfront begon het volk te morren. De voedselbevoorrading kwam in gevaar en een opstand was een kwestie van tijd. In februari 1917 werd de tsaar afgezet. Het nieuwe linkse bewind kon niet voor stabiliteit zorgen. De hongersnood bleef aanhouden en er kwam geen einde aan de oorlog. Rusland kwam in een machtsvacuüm terecht. De bolsjewieken van Lenin grepen de macht. Duitsland en het communistische Rusland sloten in maart 1918 een wapenstilstand, waarbij grote delen van Rusland (onder meer Oekraïne) onder Duitse controle kwamen. Lieven stelt dat Duitsland de oorlog zou hebben gewonnen als het westelijke front in de zomer van 1918 niet was ineengestort. Het draaide anders uit. Duitsland werd na de nederlaag van 1918 een paria in Europa, maar hetzelfde gold voor het communistische Rusland. Dominic Lieven, Oorlog en Revolutie. De ondergang van tsaristisch Rusland, Spectrum, 2015, 510 blz, 39,99 euro ALAIN MOUTON