(1) Tine Dhont en Freddy Heylen, Fiscal Policy, Employment and Growth: Why is Continental Europe Lagging Behind? Universiteit Gent, november 2004. (2) Robert J. Gordon, Why was Europe Left at the Station When America's Productivity Locomotive Departed? Northwestern University, maart 2004.
...

(1) Tine Dhont en Freddy Heylen, Fiscal Policy, Employment and Growth: Why is Continental Europe Lagging Behind? Universiteit Gent, november 2004. (2) Robert J. Gordon, Why was Europe Left at the Station When America's Productivity Locomotive Departed? Northwestern University, maart 2004. De klad zit in de economie. Alweer. In de eerste drie maanden van 2005 raakten we niet verder dan een nulgroei en het tweede kwartaal belooft van nog mindere makelij te worden. Zowat alle conjunctuurindicatoren zakken door naar stormweer. Dat betekent dat de Belgische economie flirt met een recessie (twee kwartalen op rij met negatieve groei), net als de grote broers Duitsland, Frankrijk, Italië en Nederland. Als verder ontij uitblijft, zal deze groeivertraging de geschiedenisboeken ingaan als klassiek en relatief mild. Conjunctuurschommelingen horen nu eenmaal bij de economische activiteit zoals eb en vloed bij de zee (zie grafieken 1 en 2). Op langere termijn is de toestand ernstiger. De kernlanden van de eurozone kampen met een bijzonder welvaartsonvriendelijke vertraging van de arbeidsproductiviteit en vinden maar geen antwoord op de lage werkgelegenheidsgraad. "Het toekomstige groeipad is bezaaid met wolfijzers en schietgeweren. We riskeren de komende jaren van de ene groeivertraging naar de volgende recessie te sukkelen," waarschuwt Freddy Heylen, professor Economie aan de Universiteit Gent. Wat nu? Vingers kruisen en hout vasthouden en in de zomer zou de conjunctuur kunnen verbeteren. Dan moet 2005 nog afklokken op een groei van zowat 1 à 1,5 %. "2005 is voor ons geen crisisjaar zoals 2003. Er blijft groei, ook omdat we eerder de Europese dan de Belgische groei volgen," commentarieert Remi Boelaert, hoofdeconoom van Agoria, de werkgeverskoepel boven conjunctuurgevoelige sectoren als technologie en metaalverwerking. "De conjunctuurcurve van de Nationale Bank daalt al acht maanden fors en dat is zorgwekkend. Maar onze eigen leden boekten in het eerste kwartaal nog een omzetgroei van 3 %. De volgende kwartalen zijn mogelijk wat minder, maar een omzetgroei in 2005 van 2 % is haalbaar. Onze werkgelegenheid daalt dit jaar met ongeveer 1 %, wat behoorlijk is."Weet een herleving zich door te zetten in de tweede jaarhelft, dan zit er in 2006 in het beste geval 2 % groei in. Het is echter moeilijk om vooruit te kijken en als dit scenario herzien wordt, is de kans groot dat de conjunctuurspecialisten een pessimistischer draaiboek publiceren. Niemand durft zijn hand in het vuur steken voor een stevig herstel in 2006. En valt de economische inzinking (voorlopig) nog relatief mee, dan is er alvast één grote mythe gesneuveld: de nulgroei in het eerste kwartaal maakte een bruusk einde aan het Belgische groeisprookje. Ook de begroting en mogelijk de laatste fase van de belastingverlaging horen bij de slachtoffers (zie kaderstukken: Slachtoffer 1 en Slachtoffer 2). Premier Guy Verhofstadt (VLD) deed vorige week nog een aandoenlijke poging de groeivertraging in de schoenen te schuiven van de Brussel-Halle-Vilvoorde-crisis. Alsof twee weken politiek gehakketak een neergang kunnen verklaren die straks twaalf maanden oud is. Zelfs de dure olie en de sterke euro mogen niet als hoofdschuldigen in de beklaagdenbank. Natuurlijk eisen ze hun tol, maar voor een economie op toerental zijn dat wel stevige kuitenbijters en geen onoverkomelijke cols. Met dure olie zullen we trouwens moeten leren leven. Op de toekomstmarkt moet tot in 2007 meer dan 48 dollar voor een vat worden betaald. En de aantrekkende dollar is dan wel de revelatie van het jaar, de kans is groot dat de greenback straks terugvalt in een jaren oud dalende trend. Olie en euro versterken dus eerder een conjunctuurvertraging, die klassiek van uitzicht is, maar een structurele ondertoon heeft die veel ernstiger van aard is. Het prijskaartje van de Europese welvaartsstaten weegt zwaar op de competitiviteit van de economie. "Het aanhoudende verlies aan concurrentiekracht hypothekeert elk stevig herstel in de eurozone. We zien geen beterschap," zegt Bart Van Craeynest, conjunctuurspecialist van KBC Asset Management. "De arbeidsmarkt raakt niet vlot, de werkloosheid blijft hoog en dat weegt op het vertrouwen van de gezinnen. En bedrijven aarzelen om te investeren, omdat hun aandeel op de wereldmarkten onder druk staat en de gezinnen niet consumeren. Europa raakt niet uit die vicieuze cirkel, ook omdat de VS-locomotief, die de boel klassiek vlot kan trekken, stoom aflaat."De ruime financiële slagkracht van bedrijven en gezinnen staat in schril contrast met hun terughoudendheid om die middelen te gebruiken of te investeren - nu dus ook opnieuw in België. "De bevolking voelt dat er iets moet gebeuren," meent Etienne De Callataÿ, hoofdeconoom van Bank Degroof. "De consument ziet welke maatregelen in de buurlanden genomen worden en merkt ook hoe moeilijk sommige bedrijven het hebben. Hij slikt het officiële alles-gaat-goed-verhaal niet meer. Dat verhaal zal contraproductief werken. De maatregelen, die bijvoorbeeld Duitsland neemt, wegen weliswaar op korte termijn op de groei, maar zullen op langere termijn ongetwijfeld hun vruchten afwerpen."Duitsland tracht zich uit het moeras te hijsen, waarbij het van groot belang is dat de hervormingen krachtig in één snelle beweging worden doorgevoerd. Anders bestaat het gevaar dat de Duitse economie halfweg in de modder blijft steken. Italië is een groter zorgenkind. Volgens de Oeso zijn de Italiaanse loonkosten een verbijsterende 25 % te hoog om de concurrentie op de wereldmarkt afdoend van antwoord te dienen. Dat de laars van Europa van een financiële crisis gespaard bleef, dankt het aan zijn lidmaatschap van de euroclub. Maar de Italianen hebben misschien precies een rammeling nodig om de koe bij de horens te vatten. Vergeet ook niet dat de makkelijkste piste om de competitiviteit te herstellen - devalueren - voor Italië en de andere euroleden definitief afgesloten is, of het moet zijn dat het Franse neen tegen de Europese grondwet (zie ook blz. 14) die doos van Pandora op een kier zet. Alleen het op orde zetten van de eigen huishouding kan een verder verlies van jobs en groei indammen. De klad zit al tien jaar in de Europese economie, of toch in de economie van de kernlanden van de eurozone. Groot-Brittannië en de Scandinavische landen deden het de jongste jaren opvallend beter. De zeepbelhoogconjuctuur van bij de eeuwwisseling kon het structurele karakter van de zwakke groei nog onder de mat vegen, maar op iets langere termijn dreigt voor de eurozone een vrijwel permanente staat van (dreigende) recessie. De potentiële groei zou ook in België, bij ongewijzigd beleid, tegen 2010 terugvallen tot iets boven 1 %. De hoofdschuldige van dit zwartgallige scenario is de bijzonder welvaartsvernietigende groeivertraging van de arbeidsproductiviteit. Volgens de Oeso is de jaarlijkse productiviteitswinst (per gewerkt uur) gezakt van gemiddeld 2 % in de jaren negentig naar 1,5 % nu (zie grafiek 1: Op weg naar permanente recessie). Blijven er evenveel mensen aan de slag (die even lang werken), dan daalt de potentiële groei navenant. De Oeso verwacht echter ook nog eens dat er in België vanaf 2010 minder gewerkt zal worden. Het arbeidsaanbod daalt door de vergrijzing en de werkweek zou nog korter worden. Die krimpende werkijver haalt nog eens 0,4 % van de potentiële groei af. Blijft dus 1 % groei over vanaf 2010. Dat we minder werken, kan nog als een eigen keuze uitgelegd worden. Belgen en andere Europeanen ruilen graag arbeidstijd in voor vrije tijd. Daar worden we misschien niet rijker van, maar wel gelukkiger. Geen enkele econoom heeft er een probleem mee dat "de economische agenten hun nut maximaliseren." Helaas impliceert die keuze dus dat we op termijn naar een bijna permanente staat van recessie evolueren, dat onze welvaartsstaat helemaal onbetaalbaar wordt en dat onze concurrentiepositie verder aangetast wordt. Is minder werken wel een bewuste keuze of eerder een door de overheid gesubsidieerde keuze, waarbij de gelukkige genieters de kosten afwentelen op de rest van de samenleving? "Landen als België, Frankrijk, Duitsland of Italië geven relatief veel uit aan uitkeringen voor langdurig werklozen of de subsidiëring van vervroegde uittreding uit de arbeidsmarkt. Dergelijke transfers zijn dodelijk voor de groei en de werkgelegenheid," vindt Freddy Heylen (1). Hij vertrok van de vaststelling dat de Amerikaanse economie de jongste jaren opvallend beter presteerde dan de Europese: "De klassieke hoofdschuldigen leken de hogere belastingen en stroevere arbeidsmarkten in Europa. Maar wat dan met de Scandinaviërs, die het zelfs beter deden dan de VS? De Scandinavische landen zijn belastingkampioenen en hun arbeidsmarkt sluit aan bij het Europese model. Toch groeien ze beduidend sneller dan continentaal Europa en zelfs de VS. De verklaring: de Zweden, bijvoorbeeld, geven veel meer uit aan productieve investeringen (zoals aan onderwijs, onderzoek en ontwikkeling, het activeren van werklozen) en veel minder aan uitkeringen aan niet-werkenden. De Belgische groei kan opgekrikt worden door de belastingen te verlagen, maar vooral ook door de uitgaven te herschikken. Nu bestraffen we arbeid twee keer: via hoge belastingen en via hoge transfers aan niet-werkenden."Dat doet de Gentse econoom Heylen besluiten dat Europa tien jaar lang op het verkeerde paard heeft gewed: "Alle politiek kapitaal werd in de weegschaal gegooid om het budgettaire huis op orde te zetten. Alsof dat het enige belangrijke en zaligmakende was. De reële economie verloor men uit het oog, zoals de organisatie van de arbeidsmarkt."De Oeso-cijfers liegen er niet om: omdat we er onvoldoende in slagen de beschikbare arbeidsvoorraad in te schakelen, laten we per hoofd van de bevolking 30 % welvaart liggen in vergelijking met de VS. Intussen stopt de Belgische regering het debat over het loopbaaneinde in de koelkast, hoewel België bij de absolute wereldtop hoort wat betreft de verspilling van ouder menselijk kapitaal. Nu zou de politieke keuze voor vrije tijd nog te rijmen zijn met verdere welvaartswinst, op voorwaarde dat de arbeidsproductiviteit fors de hoogte in gaat. In het economische walhalla volstaat een handvol mensen om het industriële apparaat draaiende te houden, de rest van de bevolking kan zich dan, bijvoorbeeld, bezighouden met het maken en lezen van magazines. Maar met die productiviteit gaat het dus ook mis. Vijftig jaar lang verkleinde de Europese economie de productiviteitsachterstand op de VS, maar in 1995 keerde het tij verrassend en sindsdien neemt de kloof weer toe. De Amerikaanse professor Economie Robert Gordon (2) berekende dat Europa tien jaar geleden tot op 94 % van het productiviteitsniveau van de VS was genaderd, maar in 2004 was dat nog amper 85 %. Dat betekent dat Europa de jongste tien jaar een vijfde van de goedgemaakte achterstand sinds 1945 is kwijtgespeeld. België had volgens de Oeso sinds 1980 zelfs een voorsprong tegenover de VS, maar die dreigt over een paar jaar helemaal verloren te gaan (zie grafiek 4). Het verschil schuilt volgens Robert Gordon - opmerkelijk genoeg - grotendeels in de van ICT gebruikmakende sectoren van de groot- en kleinhandel en de aandelenhandel. Dat komt omdat de VS letterlijk de ruimte heeft om in die sectoren forse productiviteitswinsten te boeken. De VS stimuleerde de uitzaaiing van de metropolen over grote gebieden met een relatief lage bevolkingsdichtheid, waar de distributie (lees: Walmart) over de oppervlakte beschikte om efficiënte grote winkeldozen te bouwen. Europa walgt van die ruimteverspillende en energie-intensieve politiek, die vrijwel volledig gebaseerd is op autoverkeer en openbaar vervoer compleet negeert. Maar ook voor die keuze betalen Europeanen met een ernstig welvaartsverlies. Daan Killemaes"Nu bestraft België arbeid twee keer: via hoge belastingen en via hoge transfers aan niet-werkenden."