Er is iets vreemds aan de hand in Duitsland. Op een moment dat niemand het nog verwacht, gebeurt het dan toch: de immer sobere Duitsers laten hun geld rollen. De Duitse gezinnen geven 2 procent per jaar meer uit, dat hebben ze zich sinds het einde van de jaren negentig niet meer veroorloofd. Het consumentenvertrouwen piekt, de autoverkoop stijgt met 8 procent, de consumentenkredieten met 13 procent en Ikea Duitsland meldt een recordomzet in augustus. "Dit is een paradigmaverandering in het Duitse groeimodel. De conjunctuur drijft nu op binnenlandse consumptie in plaats van op export", zei Jorg Kramer, de hoofdeconoom van Commerzbank in de Financial Times.
...

Er is iets vreemds aan de hand in Duitsland. Op een moment dat niemand het nog verwacht, gebeurt het dan toch: de immer sobere Duitsers laten hun geld rollen. De Duitse gezinnen geven 2 procent per jaar meer uit, dat hebben ze zich sinds het einde van de jaren negentig niet meer veroorloofd. Het consumentenvertrouwen piekt, de autoverkoop stijgt met 8 procent, de consumentenkredieten met 13 procent en Ikea Duitsland meldt een recordomzet in augustus. "Dit is een paradigmaverandering in het Duitse groeimodel. De conjunctuur drijft nu op binnenlandse consumptie in plaats van op export", zei Jorg Kramer, de hoofdeconoom van Commerzbank in de Financial Times. De Duitsers plukken eindelijk de vruchten van een volgehouden soberheidsbeleid. Daar kunnen we in België alleen maar van dromen. In het vorige decennium woog een ingrijpende hervorming van de Duitse arbeidsmarkt en van de sociale uitkeringen op het sentiment, en na de crisis van 2008 hield Duitsland vast aan loonmatiging om de concurrentiekracht te beschermen. Daar is het met verve in geslaagd, geholpen door de relatief zwakke euro van de voorbije jaren. De buikriem kan nu een gaatje of twee losser. De begroting toont een overschot, ondanks de stijgende kosten voor de opvang van de vluchtelingen. Het reëel beschikbaar inkomen stijgt net als de lonen met 2,4 procent. De werkgelegenheid ligt op het hoogste peil in 26 jaar en de werkloosheid is gedaald tot 6,1 procent. Dat gevoel van jobzekerheid overtuigt Duitse gezinnen grote uitgaven te doen, ook omdat spaargeld nauwelijks opbrengt. De Europese Centrale Bank krijgt er geregeld van langs in Duitsland, maar zelfs de Duitsers kunnen niet meer weerstaan aan de sirenenzang van de ECB. ECB-voorzitter Mario Draghi lacht in zijn vuistje. Voor de Belgische economie blaast deze nieuwe Duitse wind in de rug. Als hofleverancier voor de Duitse economie mogen we ons aan extra bestellingen verwachten. Daarnaast kikkeren de stijgende Duitse lonen de concurrentiepositie van ons land en van andere eurolanden op. Elk land moet natuurlijk eerst zijn huiswerk maken voor de Duitse bestellingen naar daar vloeien, maar het verbeteren van de concurrentiekracht ten opzichte van Duitsland gaat iets makkelijker als de Duitse lonen met 2 procent of meer stijgen. Het IMF vraagt de Duitse vakbonden om nog hogere looneisen te stellen, maar die vakbonden denken iets meer op langere termijn dan hun Belgische collega's. Ook de rest van de wereld haalt opgelucht adem. Bondskanselier Angela Merkel krijgt regelmatig te horen dat de Duitse economie een zwart gat is in de wereldeconomie, dat bestellingen naar zich toe zuigt, maar zelf te weinig orders laat ontsnappen. Het overschot op de Duitse lopende rekening bedraagt nog altijd een astronomische 8,9 procent van het bbp. Uitgedrukt in dollar is het overschot zelfs groter dan het Chinese. Duitsers leven dus bijzonder ver onder hun stand en worden in deze discipline enkel overtroffen door de Nederlanders. Voor een Europese economie die kreunt onder een haperende vraag, is de Duitse zuinigheid een deel van het probleem. En dus is de nieuwe Duitse koopzucht ook een deel van de oplossing. Nog een advies voor Merkel & co luidt daarom om het fiscale gaspedaal in te duwen om de binnenlandse vraag aan te zwengelen. Duitsland krijgt regelmatig de wenk meer te investeren in publieke infrastructuur om het groeipotentieel te ondersteunen en de achterstand in vooral digitale infrastructuur weg te werken. In principe moet Duitsland bijsturen omdat Europa een overschot op de lopende rekening van 6 procent als maximum ziet. Een groot land als Duitsland, dat een sterkere munt kan verdragen, en een groot land als Frankrijk, dat kampt met een ernstig handelstekort en een zwakkere munt kan gebruiken, kunnen op termijn onmogelijk dezelfde munt blijven hanteren, tenzij de Duitsers een Frans beleid voeren en omgekeerd. Geen van beide is waarschijnlijk. Intussen zijn de overschotlanden de baas in Europa en leggen ze de lasten van de bijsturing vooral bij de tekortlanden. Duitsland is de deurwaarder van Europa geworden om zijn buitenlandse beleggingen te beschermen. Een iets meer gebalanceerde oefening zou niemand slecht uitkomen. Wie echter denkt dat Duitsland zijn concurrentiepositie overboord zal gooien om anderen een plezier te doen, is eraan voor de moeite. Zo graag ziet Duitsland de Europese Unie of de euro niet. Een tekort op de begroting blijft heiligschennis. Bovendien zit het probleem dieper. De vergrijzende Duitse beroepsbevolking krimpt al, en dus daalt de capaciteit om schulden terug te betalen. Achter 'wir schaffen das' zit ook een economische noodzaak om verse krachten. Bij ongewijzigd beleid zou de Duitse overheidsschuld exploderen door oplopende pensioenuitgaven. Duitsland volgt een perfect logische spaarstrategie voor zijn oude dag. De Duitse koopwoede vraagt dus om bevestiging. Een Duitse zwaluw maakt nog geen Europese lente. DAAN KILLEMAESWie denkt dat Duitsland zijn gezonde concurrentiepositie overboord zal gooien om anderen een plezier te doen, is eraan voor de moeite.