Met de auto-industrie is het blijkbaar zoals met de varkens in Animal Farm, de bekende satire van George Orwell. Alle varkens zijn gelijk. Maar sommige zijn meer gelijk dan andere.
...

Met de auto-industrie is het blijkbaar zoals met de varkens in Animal Farm, de bekende satire van George Orwell. Alle varkens zijn gelijk. Maar sommige zijn meer gelijk dan andere. Want economische logica is niet altijd de leidraad in deze industrie. Het is een sector met een enorme lobbykracht, en honderdduizenden banen. Door de gewestelijke en Europese verkiezingen van volgende zondag kunnen politici niet anders dan toegeven. Nochtans pruttelt de Duitse federale minister van Economie Karl-Theodor zu Guttenberg (CSU) tegen. Het begon al zaterdagmorgen, om half drie 's morgens. De Duitse regeringsdelegatie, de investeerder Magna en General Motors konden eindelijk het langverwachte akkoord aankondigen. De Beierse christendemocraat gaf slechts schoorvoetend toe dat hij zich, na lang twijfelen, achter de meerderheid kon scharen. Enthousiasme klinkt anders. Nog geen dag later klonk zijn kritiek hardop. Gratis bier voor iedereen bestaat niet, aldus de trouwe bezoeker van de jaarlijkse Oktoberfeste in München. Politici voeren kiescampagne, op kosten van de belastingbetaler. En als een staat rijkelijk met subsidies strooit, maakt diezelfde staat zich kwetsbaar voor chantage. Want morgen klopt onbeschroomd het volgende slachtoffer van de kredietcrisis bij de overheid (de belastingbetaler) aan. Zijn woorden waren nog niet koud, of daar kwam ook al de grootwarenhuisuitbater Arcandor om subsidies bedelen. In Duitsland lonken inmiddels 1164 bedrijven naar staatsteun, met de kredietcrisis als (drog)reden. Zu Guttenberg, een nieuweling in de Duitse federale politiek en een rijzende ster, werd met zijn uitspraken meteen beloond in de populariteitpolls. Maar met zijn kritiek staat de Beier moederziel alleen. Bondskanselier Angela Merkel noemde het een goede zaak dat een minister van Economie zout in de stinkende wonden wrijft. Waarna ze overging tot de orde van de dag. De deal met Magna kreeg haar fiat. Want naar Opel vloeit de volgende vijf jaar liefst 4,5 miljard euro leninggeld, met staatswaarborg. Het begint al meteen met een overbruggingskrediet van anderhalf miljard euro. Daarmee kan het bedrijf voorlopig verder. Tot na de federale Duitse verkiezingen van 27 september, mopperen de critici. In de parlementen van de Duitse deelstaten werd het overbruggingskrediet eenparig goedgekeurd. Wie tegenstemt, pleegt politieke zelfmoord. Ook de Vlaamse overheid legt een half miljard euro leningen met staatswaarborg op tafel voor het openhouden van de fabriek in Antwerpen. Maar de scepsis over de deal blijft levensgroot. Het nieuwe Opel is de facto in handen van twee grootmachten en hun toplui. President Barack Obama van de Verenigde Staten en premier Vladimir Poetin van Rusland. De Amerikaanse staat werd met circa 60 procent de hoofdaandeelhouder van General Motors, dat op zijn beurt 35 procent behoudt in het Europese Opel. Het zwalpende Amerikaanse autoconcern wordt sinds eind vorig jaar nog enkel met belastinggeld overeind gehouden. De teller stond eind mei op 21,4 miljard dollar. In een half jaar uitgereikt. Op pinkstermaandag stapte General Motors in chapter 11. Dat vrijwaart de autobouwer tijdelijk van schuldeisers. De Amerikaanse president voorziet in nogmaals ruim 30 miljard dollar voor het autoconcern. Niet met plezier, liet hij optekenen. Maar een faillissement zou zware gevolgen hebben. Dan doet zijn Russische collega, Vladimir Poetin, een veel betere zaak. De combinatie van de autotoeleveraar Magna, de Russische bank Sberbank en de Russische autoconstructeur Gaz (van de oligarch Oleg Deripaska) verwerft samen 55 procent in het nieuwe Opel. Magna neemt 20 procent voor zijn rekening. In ruil doet het trio een inbreng in de nieuwe vennootschap van 700 miljoen euro. Maar een deel is geleend geld, bij de Duitse overheidsbank Kreditanstalt für Wiederaufbau. Sberbank wordt voor 57 procent gecontroleerd door de Russische nationale bank. De sterke man is dus premier Vladimir Poetin. German Gref, de voorzitter van de raad van bestuur van Sberbank, kon zijn enthousiasme dan ook nauwelijks verbergen. We kopen westerse spitstechnologie voor een prikje, juichte de voormalige Russische minister van Economie. Critici noemen dit een merkwaardige vorm van nieuw Europees industriebeleid. De politici, met de Europese verkiezingen voor de deur, kopen de gunst van de kiezers af. Rusland doet daarbij een uitstekende deal, want het verwerft voor rekening van de Europese belastingbetaler westerse technologie. Toch kent de deal ook vurige voorstanders. Bij hen Ferdinand Dudenhöffer, professor aan het Center for Automotive Research aan de universiteit van Duisburg-Essen. Dudenhöffer ontvouwde al op 30 april in Trends het huidige scenario. De overname rond Magna en Sberbank werd toen op zware scepsis onthaald. Maar het scenario kwam in het voorbije pinksterweekend wél uit de bus. Ferdinand Dudenhöffer gelooft duidelijk in de combinatie. In een tienpuntenplan ontvouwt de professor voor Trends waarom de samenwerking met Magna een goede zaak wordt voor het nieuwe Opel. Daarbij kijkt Dudenhöffer in de eerste plaats naar de Russische markt. General Motors zag zijn verkoop in het eerste kwartaal van 2009 weliswaar ineenstuiken met 63 procent, terwijl de hele Russische markt er met 40 procent op achteruitging. Maar dat zijn tijdelijke barensweeën. De economie zal weer opveren, de kredietcrisis verdwijnen. En dus zullen ook de energieprijzen weer klimmen. Een goede zaak voor de Russische economie. Rusland telt vandaag 200 wagens per 1000 inwoners. In West-Europa loopt dat vlotjes op tot 500 per duizend inwoners. Rusland is dus een enorme groeimarkt. Ferdinand Dudenhöffer verwacht in 2015 een verkoop van een half miljoen Opels in Rusland (het totale verkoopcijfer bedroeg 1,5 miljoen in 2008, nvdr). Volgens de professor is dat nog een conservatieve schatting. Op langere termijn gaat de jaarlijkse verkoop naar één miljoen wagens. Magna heeft nog meer pluspunten, los van de Russische beloftemarkt. De fabrieken kennen een zeer flexibele productie. Ze werken voor diverse constructeurs. Daar ligt misschien een overlevingkans voor Opel Antwerpen. Maar dinsdagvoormiddag 2 juni was nog geen nieuwe datum vastgepind voor een ontmoeting tussen de Vlaamse regering en de Magna-toplui. (T) Door Wolfgang Riepl