De dichter vindt zijn muze terug. Het laatste werk uit de reeks van meer dan honderd olieverfschilderijen die Willy Van den Bussche in Oostende heeft samengebracht. Gedateerd 1956. De dichter komt te paard aangereden en vindt zijn muze terug, smachtend op de trappen van haar woonwagen. Een broek (zijn broek?) hangt te drogen aan de wasdraad. Voor de raampjes hangen gordijntjes die dra zullen worden dichtgeschoven. Op de achtergrond een trombonespeler en een vrouwelijke jongleur. Het leven is een kermis. Op het einde van zijn leven vindt ...

De dichter vindt zijn muze terug. Het laatste werk uit de reeks van meer dan honderd olieverfschilderijen die Willy Van den Bussche in Oostende heeft samengebracht. Gedateerd 1956. De dichter komt te paard aangereden en vindt zijn muze terug, smachtend op de trappen van haar woonwagen. Een broek (zijn broek?) hangt te drogen aan de wasdraad. Voor de raampjes hangen gordijntjes die dra zullen worden dichtgeschoven. Op de achtergrond een trombonespeler en een vrouwelijke jongleur. Het leven is een kermis. Op het einde van zijn leven vindt Edgard Tytgat (1879-1957) zijn muze terug. Hij knoopt weer aan met zijn betere werken uit de jaren '20. Hij slaagt er eindelijk in om zijn taferelen - die zich afspelen tegen een ondeugende achtergrond van kermis, klooster, mythologie en dagelijks (liefdes)leven - op iets groter formaat te borstelen: 80x100 en 90x115. De schilder is dik zeventig jaar en schildert dezelfde personages die even jong gebleven zijn, met dezelfde naïeve verwondering en ondeugende humor van een kind dat nooit volwassen wordt. Tytgat is de dichter, de dromer ( Chagall is niet ver weg), de verteller. De muze is de vrouw die hij aanbidt. De prikkelende schoonheid van het roze lichaam dat zich onweerstaanbaar op bed uitstrekt. Terwijl de man zijn schoenen uitschopt, ongeduldig uit zijn broek springt en morst met zijn römer champagne, de toverdrank van de liefde. Kunst is liefde bij Tytgat. Wordt Tytgat au sérieux genomen? Wellicht niet. Misschien wil hij dat niet eens. Tytgat bekijk je met een glimlach. Hij past ook niet in het rijtje. Hij vindt geen thuis bij de verschillende -ismen. Al is hij toch een kind van zijn tijd. Hier en daar een vleugje Rik Wouters of Leon Spilliaert, Gustave Van de Woestyne, Gust Desmet of Jean Brusselmans. Maar geen boeren van Permeke of koeien van Malfait. Tytgat is het verfijnde en frivole heertje met vlinderdas. Hij verhuist van Brugge naar Brussel. Tijtgat wordt Tytgat: misschien omdat het beter klinkt in het Frans? Toch is hij heel Vlaams gebleven. Een Pallieter in de hoofdstad. Met Felix Timmermans onderhield hij trouwens nauwe banden. "Eigenlijk is het woord 'gewoon' de werkelijke sleutel tot Tytgats kunst en ook de enige", schrijft Paul Verbraeken in de catalogus. Een sleutel is dit zeker. Maar niet de enige. Er is ook nog de kracht van het penseel, het broze evenwicht tussen de naïeve vormentaal en het delicate kleurengebruik, waarmee Tytgat de vruchten van zijn verbeelding, zijn 'vertelsels', in miniatuurverpakking tot kunst verheft. De interessante retrospectieve toont Tytgat ook als een uitmuntend etser en een buitengewoon aquarellist. De retrospectieve Edgard Tytgat is tot 8 november te bezichtigen in het PMMK, Romestraat 11, Oostende. Tel.: (059) 50.81.18. Open van 10u tot 18u; maandag gesloten.Henk VAN NIEUWENHOVE