De uitbreiding van de democratie in de wereld is sinds de jaren zeventig indrukwekkend geweest, vooral na de val van het communisme. Volgens Freedom House, een Amerikaanse organisatie die de wereldwijde trends op het gebied van politieke vrijheid opvolgt, waren er op het einde van 2005 122 'electorale democratieën' (64 % van alle landen in de wereld, vergeleken bij 40 % in het midden van de jaren tachtig).
...

De uitbreiding van de democratie in de wereld is sinds de jaren zeventig indrukwekkend geweest, vooral na de val van het communisme. Volgens Freedom House, een Amerikaanse organisatie die de wereldwijde trends op het gebied van politieke vrijheid opvolgt, waren er op het einde van 2005 122 'electorale democratieën' (64 % van alle landen in de wereld, vergeleken bij 40 % in het midden van de jaren tachtig). Volgens een iets strenger criterium kregen 89 van die landen de beoordeling 'politiek vrij' en dat komt overeen met 46 % van alle landen, vergeleken bij slechts 25 % in 1975. Toch lijkt er een einde te komen aan de verspreiding van de democratie. Er zijn negatieve voorbeelden te over. De zwakke respons in het Midden-Oosten op de democratiseringsdruk, evenals het experiment met ingevoerde politieke verandering in Irak, maken van George Bush''vrijheidsagenda' een farce. In Azië vormde de coup in Thailand een scherpe herinnering aan de broosheid van de democratie. De beloften van de veelkleurige revoluties rond de voormalige Sovjet-Unie blijven onvervuld en de verschuiving naar autoritaire trekjes zet zich voort in het Rusland onder president Poetin. Politieke crisissen in Centraal-Europa deden vragen rijzen over de stevigheid van de democratische overgang van de regio. In Latijns-Amerika zijn populistische krachten met twijfelachtige democratische geloofsbrieven op de voorgrond geschoven, meer bepaald in Venezuela, maar ook elders. Zelfs in het ontwikkelde Westen oefenen het gebrek aan belangstelling voor de politiek en beperkingen van de burgerrechten, ingegeven door veiligheidsoverwegingen, een ondermijnende invloed uit op enkele gevestigde democratieën. De nieuwe democratie-index van de Economist Intelligence Unit illustreert enkele van die tendensen. Vergeleken bij de maatstaf die Freedom House hanteert, graaft die index 'dieper' in het weefsel van de democratie. Er wordt immers gekeken naar zestig indicatoren uit vijf grote categorieën: vrije verkiezingen, burgerrechten, werking van de regering, deelname aan de politiek en politieke cultuur. Vrije verkiezingen en burgerrechten zijn noodzakelijke voorwaarden voor een democratie, maar ze zijn waarschijnlijk niet voldoende om te kunnen spreken van een robuuste democratie als ze niet vergezeld gaan van een transparante en een minimaal efficiënte regeringsvorm, voldoende participatie in de politiek en een ondersteunende politieke cultuur. Het is overigens niet gemakkelijk om een stevige democratie op te bouwen. Zelfs gevestigde democratieën kunnen verrassend snel verzwakken als ze niet gekoesterd en beschermd worden. De index biedt een momentopname van de huidige toestand van de democratie in 165 onafhankelijke staten en twee territoria. Hoewel bijna de helft van de landen in de wereld gecatalogeerd kan worden als een democratie, is het aantal 'volwaardige democratieën' vrij klein (slechts 28). Bijna twee keer zoveel (54 landen) staan gerangschikt als 'gebrekkige democratieën', maar zelfs een gebrekkige democratie is nog altijd beter dan helemaal geen democratie. Van de overblijvende 85 staten worden er 30 beschouwd als 'hybride regimes' en 55 als 'autoritair'. Zoals te verwachten was, zijn de ontwikkelde OESO-landen (met de opmerkelijke uitzondering van Italië) dominant onder de volwaardige democratieën, al behoren ook twee Latijns-Amerikaanse en twee Centraal-Europese landen en een Afrikaanse natie tot die categorie. Zweden, een zo goed als perfecte democratie, staat helemaal bovenaan, gevolgd door een schare vergelijkbaar deugdzame Noord-Europese landen. Verrassender is de vrij bescheiden score van twee traditionele bastions van de democratie, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. In de VS is er een duidelijk waarneembare uitholling van de burgerrechten geweest, die verband hield met de strijd tegen het terrorisme. Maar ook al lang bestaande problemen met de werking van de overheid zijn meer op de voorgrond geschoven. Ook in Groot-Brittannië heeft zich een zekere erosie van de burgerrechten voorgedaan, maar tegelijk ook een onthutsende terugval van de participatie in de politiek. De Britse score op dat vlak is de laagste van heel het Westen en weerspiegelt zich over heel het spectrum: opkomst bij de verkiezingen, lidmaatschap van een politieke partij, bereidheid om in de politiek te stappen en de houding tegenover de politiek in het algemeen. Vanwaar die achteruitgang in de verspreiding en de kwaliteit van de democratie? Het was te verwachten dat het ritme van de democratisering zou vertragen na de gemakkelijke terreinwinst na de val van de Berlijnse Muur. China en de autocratieën in het Midden-Oosten zouden overigens altijd wel een moeilijker kwestie vormen. Heel wat autocraten heersen over energierijke landen en konden hun positie versterken dankzij de hoge olieprijzen. De VS, dat een lichtend voorbeeld zou moeten zijn, heeft dan weer zijn eigen streven naar een verhoging van de vrijheid beschadigd: zijn militaire interventie in Irak is grondig onpopulair in heel de wereld, president Bush wordt algemeen verfoeid, en Guantanamo en andere gevallen van mishandeling van gevangenen hebben ertoe geleid dat de VS beschuldigd wordt van hypocrisie. Er zijn ooit nog van die omkeringen gebeurd: de golf van democratisering na 1945 eindigde toen twintig landen opnieuw vervielen in autoritarisme. We maken dit keer niet dat soort van terugval mee, maar in 2007 zal de dreiging van een achteruitgang zwaarder wegen dan de kans op een verdere uitbreiding. Bij onze nieuwe index hoort een lijstje van knipperlichten voor 2007: bij negen landen knippert een rood licht en bij slechts een (Hongkong) een groen. Het is niettemin fout om al te pessimistisch te zijn. Democratie oefent als waarde nog altijd een universele aantrekkingskracht uit. Een democratie creëren via een interventie van buiten blijkt moeilijk, maar trends zoals globalisering, toenemende onderwijsmogelijkheden en een uitdijende middenklasse bevorderen haar organische ontwikkeling. Die onderliggende krachten versterken de veronderstelling dat elke terugtocht van democratie slechts tijdelijk zal zijn. De auteur is directeur dienst Landenprognoses van Economist Intelligence Unit. Een volledige lijst van landen en een uitgebreide uitleg van de methodologie is beschikbaar op www.theworldin.com. Laza Kekic