De zomervakantie zat er amper op of de motor van de politieke mallemolen draaide al op volle toeren. Minister van Financiën Didier Reynders (MR) viel gunstig op met zijn pogingen om het taboe van de fiscale amnestie constructief te doorbreken. Maar er was heel wat meer ongunstig nieuws. Als eerste spektakelstuk werd de begrafenis van Copernicus, de hervorming van de federale overheidsdiensten, voorbereid. Minister van Begroting en Overheidsbedrijven Johan Vande Lanotte ( SP.A) schroefde de sanering van de NMBS ...

De zomervakantie zat er amper op of de motor van de politieke mallemolen draaide al op volle toeren. Minister van Financiën Didier Reynders (MR) viel gunstig op met zijn pogingen om het taboe van de fiscale amnestie constructief te doorbreken. Maar er was heel wat meer ongunstig nieuws. Als eerste spektakelstuk werd de begrafenis van Copernicus, de hervorming van de federale overheidsdiensten, voorbereid. Minister van Begroting en Overheidsbedrijven Johan Vande Lanotte ( SP.A) schroefde de sanering van de NMBS terug. Twee regeringsinterventies die het (vooral socialistische) verlangen om het ancien régime van syndicaal corporatisme en jobs for the boys te restaureren, duidelijk maken. Kunt u zich een beter bewijs indenken van het feit dat het land nu verder moet met een premier die op de eerste plaats aandacht besteedt aan de uitbouw van zijn eigen internationale carrière? Al even markant als de NMBS-actie van zijn partijgenoot Vande Lanotte, waren de woorden van minister van Arbeid en Pensioenen Frank Vandenbroucke. We moeten allicht langer gaan werken en de verhouding tussen loon uit arbeid en pensioenuitkeringen moet wat bijgestuurd worden ten voordele van het eerste, zo verkondigde hij. Toen hoogleraar Emiel Van Broekhoven ( Ufsia) 25 jaar geleden exact dezelfde bedenkingen opperde op een cijfermatig gestoffeerde basis, verklaarde de voltallige Belgische elite hem ofwel gek ofwel onverantwoord. Minister Vandenbroucke declameert vandaag evidenties die iedereen die de dossiers zelfs maar oppervlakkig kent, al jaren weet. Wil Vandenbroucke zijn imago van goed minister bevestigen, dan moet hij ook handelen in het verlengde van zijn grote woorden. Waar komt dat degelijke imago overigens vandaan? Vandenbroucke is een intellectueel die zijn periode in de politieke woestijn, noodzakelijk na zijn rol als geldverbrander, doorbracht met het behalen van een doctoraatstitel aan de prestigieuze Oxford University. Hij kent zijn dossiers. En toch kan men niet anders dan grote twijfels koesteren over de ministeriële kwaliteiten van de Leuvense socialist. Die twijfels rijzen zeker na zijn jongste verklaringen over zijn vorige beleidsverantwoordelijkheid, de gezondheidszorg. Misschien, zo liet hij verstaan, moeten die uitgaven in de toekomst wat minder stijgen dan anderen nu vooropstellen. Iedereen die Vandenbroucke tijdens Verhofstadt I gevolgd heeft, viel van zijn stoel, toen die woorden uit de radio galmden. Tijdens zijn beleidsperiode greep een schrikbarende stijging van de uitgaven voor gezondheidszorg plaats. Tussen 1999 en 2002 stegen die kosten met 18 % tegenover 10 % in de tijdsspanne 1996-1999. De kreet dat Vandenbroucke moest compenseren voor opgelegde minderuitgaven tijdens de vorige regering, blijkt fout. Voorts bleek uit recent studiewerk van ING dat de escalatie van de uitgaven in de gezondheidszorg slechts in beperkte mate te maken heeft met de vergrijzing. Vandenbroucke deed gewoon zijn job niet als minister verantwoordelijk voor volksgezondheid. Johan Van Overtveldt