Van hoog op hun torens kijken 90.000 bankiers neer op de Theems. Tot zestig jaar geleden meerden bij elk tij schepen aan van de grootste handelsvloot ter wereld, gebouwd op de meest productieve scheepswerven ter wereld en ondersteund door de grootste scheepsverzekeraars, bankiers en advocaten ter wereld. Vandaag blijft van die machtige haven weinig meer over dan de kleurrijke namen van de dokken en de steigers.
...

Van hoog op hun torens kijken 90.000 bankiers neer op de Theems. Tot zestig jaar geleden meerden bij elk tij schepen aan van de grootste handelsvloot ter wereld, gebouwd op de meest productieve scheepswerven ter wereld en ondersteund door de grootste scheepsverzekeraars, bankiers en advocaten ter wereld. Vandaag blijft van die machtige haven weinig meer over dan de kleurrijke namen van de dokken en de steigers. Het is een historisch toeval dat Groot-Brittanniës meest succesvolle sector uit de as van een andere sector verrees. Tegelijk wordt de City geconfronteerd met een baisse op haar belangrijkste markten nu het krediet schaarser wordt en de Europese crisis blijft aanslepen. Ze wordt ook geconfronteerd met hogere belastingen voor de rijken en strengere immigratieregels. Regulering komt ook uit het buitenland. De Bazel-III-regels verplichten de banken om de leverage te verminderen die hun voor de crisis winst opleverde. De Europese regels lijken op pogingen om de City te kortwieken en een deel van haar activiteiten te verschuiven naar andere financiële centra zoals Parijs en Frankfurt. De City staat ook voor een reeks fundamentele uitdagingen. Zijn haar knowhow en geschiedenis, haar netwerken en de liquiditeit van haar markten voldoende om het statuut van meest vooraanstaand internationaal financieel centrum te vrijwaren, ook al verschuift het zwaartepunt van de wereldwijde economische activiteit naar Azië? De regelgevers zijn geobsedeerd door de financiële crisis van 2008-'09. Groot-Brittannië wil de retailafdelingen van de Britse banken muilkorven zodat ze afgescheiden worden van de internationale, zakenbank- en kapitaalmarktactiviteiten van die instellingen. Ze bevatten alleen die delen die essentieel zijn voor de gezondheid van de rest van de Britse economie, zoals betalingssystemen en leningen aan particulieren en kmo's. Ze moeten veel meer kapitaal aanhouden en ze worden uitgesloten van vele soorten riskante of internationale zaken. Het worden saaie en zwaar gereglementeerde nutsbedrijven die nog weinig uitzicht hebben op sappige winsten, maar ook veel minder kans maken om de lucht in te gaan. De andere delen mogen risico's nemen, maar ze moeten wel een gedetailleerd testament opstellen waardoor de toezichthouders ze kunnen opdoeken als ze falen. De Britse belastingbetalers moeten dan nooit meer een banksector redden die de nationale economie fnuikt (zie grafiek Bankactiva in % van het bbp). De Britse grootbanken zien hun leenkosten scherp toenemen en tegelijk moeten ze hun staatsleningen terugbetalen. De kostprijs voor de banken bedraagt 3,5 tot 8 miljard pond per jaar, misschien wel meer. Die hoge kosten verplichten de banken hun wholesale-activiteiten af te bouwen. Door de Britse banken te kortwieken worden ze verplicht in te krimpen. Dat hoeft de City als financieel centrum geenszins te verlammen. Het grootste deel van haar groei tijdens de voorbije zes decennia kwam van internationale banken die zaken deden in Londen, meer dan van de groei van de Britse banken zelf. Zowat 40 procent van de deviezenhandel en 46 procent van de handel in derivaten die niet op de beurs verhandeld worden, vindt plaats in Groot-Brittannië. Toch is Barclays de enige Britse bank die de top vijf van de grootste investeringsbanken in de wereld haalt. Ook Deutsche Bank staat in die top. Dat heeft zijn hoofdkwartier in Frankfurt, maar het grootste deel van zijn trading gebeurt in Londen. Een verontrustender bedreiging is de zwerm regels die in Brussel en verder beraamd worden. De kwalijkste is de taks op de financiële transacties, waardoor een kleine heffing wordt ingevoerd op de transacties van Europese financiële instellingen. Het is de bedoeling met die taks niet alleen geld binnen te krijgen. De EU denkt dat ze haar eigen geldkoffers en die van de lidstaten kan aanvullen met 55 miljard euro per jaar, waarvan 60 tot 70 procent zou geheven worden in Groot-Brittannië. Europa denkt ook de handel en de speculatie tegen te gaan die aan de basis liggen van de financiële crisis. Groot-Brittannië moet wel zijn toestemming geven voor zo'n taks. Een andere Europese bedreiging komt van voorstellen die de clearinghouses (die handelen in derivaten die in euro uitgedrukt zijn) ertoe verplichten zich in de eurozone te vestigen. Die voornemens vormen een bedreiging voor een markt die door Groot-Brittannië gedomineerd wordt en komen Parijs en Frankfurt ten goede. Toch zijn die regels zo'n flagrante schending van de Europese eenheidsmarkt dat ze waarschijnlijk niet standhouden. Een geniepiger dreiging schuilt in een duizendtal kleinere regelgevende hindernissen die het voor banken steeds moeilijker of duurder maken om zaken te doen of nieuwe markten aan te boren. Sommige ervan, zoals het Europese voorstel om nationale regelgevers te verbieden om banken ertoe te verplichten meer kapitaal aan te houden dan de Europese norm, zouden de regulering van de Britse banken verzwakken. Andere kunnen Europese fondsbeheerders ervan weerhouden om de activa aan te kopen die ze verkiezen of kunnen het gebruik verbieden van ratings die bepaald worden door buitenlandse afdelingen van kredietbeoordelaars. Het cumulatieve effect van al die regels is moeilijk in te schatten. Samen met de Britse verhoging van de belastingvoet op hogere inkomens met 50 procent, de beperking van de immigratie van goed opgeleide werknemers en de geregelde uitvallen van politici en beleidsvormers tegen de financiële wereld, weerhouden ze waarschijnlijk financiële ondernemingen ervan naar Londen te verhuizen of zich uit te breiden als andere financiële centra wenken. Volgens een ruwe berekening zou het voor heel wat veelverdieners lonend zijn om Londen te verlaten (zie grafiek Nettoloon van de allerrijksten). De City moet ook optornen tegen de dalende vraag naar haar diensten op haar belangrijkste markten. De economische inzinking in Europa en Amerika heeft ertoe geleid dat de effectenmarkten in de geïndustrialiseerde wereld behoorlijk vastliepen. De onmiddellijke vooruitzichten voor de handel, de kapitaalwerving, de fusieovereenkomsten en de honoraria die ze de firma's in de City opbrengen, zijn in decennia niet zo slecht geweest. De financiële sector is vet geworden tijdens de lange periode van kredietexpansie in de rijke wereld en het is onvermijdelijk dat ze afneemt nu de boom een bust werd. Het aandeel dat de verzekeringen en de banken in het Britse bbp vertegenwoordigen, is al gedaald tot net beneden 8 procent (meer dan 9% in 2007). Het aantal mensen dat de sector in Groot-Brittannië in dienst heeft, is in de drie jaar voorafgaand aan het derde kwartaal van 2011 met 7 procent gedaald. Het is waarschijnlijk dat er nog meer banen verloren gaan naarmate de City zich aanpast aan de somberdere economische vooruitzichten. De verschuiving van de globale economische macht naar de grote opkomende landen in Azië brengt met zich dat de toekomst er veel rooskleuriger uitziet voor nieuwsoortige economische hubs als Hongkong en Singapore. Gevestigde waarden vormen echter een krachtige barrière in sectoren als de financiële sector, waar sterke netwerkeffecten spelen. Het Engels als wereldtaal geeft Londen een voorsprong op andere Europese centra. De prominente positie van Londen in de deviezen- en intrestderivatenhandel ontstond toen de City zich in de jaren zestig en zeventig herbronde als een offshorecentrum voor deposito's en leningen in dollar, nadat het pond afgedaan had als reservemunt. In de Londense deviezenhandel gaat twee keer meer geld om dan in New York en Tokio samen. Dat doet vermoeden dat de financiële wereld niet zo mobiel is als sommige van zijn beoefenaars graag beweren. De financiers die de hogere rangen van de City uitmaken, velen onder hen van buiten Groot-Brittannië, begonnen hun carrière in Londen in de jaren tachtig. Ze zijn nu op middelbare leeftijd en zijn gehecht geraakt aan Londen. Hun kinderen lopen er school en ze staan weigerachtig tegenover het idee te verhuizen om een betere belastingbehandeling te krijgen. Hoge taksen en de beperking van de immigratie van buiten de Europese Unie kunnen een nieuwe generatie van financiers er echter van weerhouden fortuin te zoeken in Londen. Als de MBA'ers van Mumbai of Seoel wegens de hoge belastingen afgeschrikt worden om naar Londen te komen, zullen ze, eens ze baas geworden zijn, nauwelijks de City overwegen als een plek om aan uitbreiding te doen. Britse toppolitici willen de economie 'een nieuw evenwicht' geven, weg van de financiële diensten. De binnenlandse vraag zal echter nog jaren schaars zijn in Groot-Brittannië, naarmate de consumenten hun schulden proberen af te betalen en de regering het begrotingstekort poogt terug te dringen. De economie wordt dus nog afhankelijker van de inkomsten uit export. In de financiële sector is Groot-Brittannië een wereldleider. De competitieve voorsprong van de City wordt weerspiegeld in de Britse betalingsbalans (zie grafiek Handelsoverschot in % van het bbp). Het gecombineerde handelsoverschot van de financiële diensten en de verzekeringen voor de eerste drie kwartalen van 2011 bedroeg 2,6 procent van het bbp. Als de export van verwante diensten daaraan toegevoegd wordt, dan stijgt dat overschot tot meer dan 3 procent van het bbp. Geen enkel ander financieel centrum kan tippen aan die exportprestatie. New York kon in het verleden altijd terugvallen op de ruime Amerikaanse markt, maar Londen, als hoofdstad van een wegkwijnende economische macht, was decennialang verplicht voor zaken buiten de grenzen te kijken. Dat betekent dat Azië zowel een opportuniteit als een bedreiging kan vormen. China, India en een aantal andere grote opkomende economieën beschikken slechts over immature financiële markten. De economische logica wil dat er winst te halen moet zijn uit de handel tussen de City en de aanstormende reuzen. Nu het zich opgeworpen heeft als wereldwijde draaischijf voor de financiering in dollars, is het zinvol dat de City er ook naar streeft een offshorecentrum te worden voor de yuan. Die munt is een stevige uitdager voor de dollar als globale munt. THE ECONOMISTEen duizendtal kleinere Europese regels maken het voor de banken steeds moeilijker of duurder om zaken te doen of nieuwe markten aan te boren. Londen is de wereldwijde draaischijf voor de financiering in dollars. Het moet ernaar streven ook een offshorecentrum te worden voor de yuan.