We moeten de managementteams van de Belgische beursgenoteerde ondernemingen feliciteren met hun jaarcijfers voor 2009. Die waren uiteraard niet allemaal buitengewoon goed en er zaten ook wel enkele flinke uitschuivers tussen, maar over het algemeen werden er ijzersterke cijfers gepresenteerd. Zeker als we rekening houden met de moeilijke economische en financiële context van vorig jaar. Uitzonderlijke omstandigheden vergen uitzonderlijke maatregelen. Dat was het motto bij de bedrijven en op dat vlak hebben ze hun werk bijzonder goed gedaan. Helaas betekende dat ook dat er hier en daar mensen moesten worden ontslagen. Op langere termijn heeft de hele economie echter baat bij rendabele en gezonde bedrijven. Bij de meeste beursgenoteerde ondernemingen zijn de balansen eind 2009 gezonder dan eind 2008. De schuldenlast is doorgaans sterk verlaagd.
...

We moeten de managementteams van de Belgische beursgenoteerde ondernemingen feliciteren met hun jaarcijfers voor 2009. Die waren uiteraard niet allemaal buitengewoon goed en er zaten ook wel enkele flinke uitschuivers tussen, maar over het algemeen werden er ijzersterke cijfers gepresenteerd. Zeker als we rekening houden met de moeilijke economische en financiële context van vorig jaar. Uitzonderlijke omstandigheden vergen uitzonderlijke maatregelen. Dat was het motto bij de bedrijven en op dat vlak hebben ze hun werk bijzonder goed gedaan. Helaas betekende dat ook dat er hier en daar mensen moesten worden ontslagen. Op langere termijn heeft de hele economie echter baat bij rendabele en gezonde bedrijven. Bij de meeste beursgenoteerde ondernemingen zijn de balansen eind 2009 gezonder dan eind 2008. De schuldenlast is doorgaans sterk verlaagd. Een te traag economisch herstel en een mogelijke terugkeer naar deflatie is wat ons in België bezighoudt. Elders in de wereld wordt er voor oververhitting en inflatie gevreesd. Met elders bedoelen we China en India, waar zowat een derde van de wereldbevolking woont. India verhoogde eind vorige week voor het eerst sinds de zomer van 2008 de rente omdat de inflatie onrustwekkend is gestegen. Er was enige impact op de financiële markten, maar de invloed van India op de wereldeconomie is nog niet echt groot. Tot nader order is China veel belangrijker. Dat is nog altijd bijna drie keer zo groot als het land van Gandhi. En voor een aantal dingen is China zelfs dominant. Vorig jaar was het aandeel van het land in de wereldeconomie toegenomen tot 8,7 %, wat meer dan een verdubbeling is ten opzichte van de 3,7 % van 2000. India had vorig jaar een aandeel van 3,5 %. Het belang van China is dus enorm snel aan het toenemen. Het land is vooral bepalend geworden op het vlak van de grondstoffen en in het bijzonder van de basismetalen. De cijfers zijn overrompelend. Voor aluminium bijvoorbeeld was China in het derde trimester van vorig jaar goed voor 40 % van de totale wereldvraag. Dat betekent dat er van elke vijf ton aluminium twee ton naar China gaat. En voor andere metalen is de positie nog sterker. Voor koper kwam een half jaar geleden 42 % van de vraag vanuit het Middenrijk, voor lood en nikkel 44 %, voor zink 46 % en voor staal 48 %. Als we dat vergelijken met de cijfers van eind 2000, dan zien we hoe sterk de positie van China in amper één decennium is toegenomen. Voor aluminium bedroeg het aandeel van het land tien jaar geleden amper 13 %. Nog spectaculairder is de ontwikkeling voor nikkel: daar bedroeg het Chinese aandeel in 2000 zelfs nog maar 6 %. De recente economische en financiële crisis versnelt die sterke structurele ontwikkeling nog. Voor de basismetalen aluminium en nikkel bedroeg de vraag eind 2008 respectievelijk 33 en 29 %. Minder dan een jaar later was dat dus al 40 en 44 %. China wordt stilaan dominant voor de vraag naar en de prijsvorming van de basismetalen. Sinds vorig jaar is China ook de grootste exporteur ter wereld. Duitsland werd van de troon gestoten. Het belangrijkste voor de verdere evolutie van China is echter niet de uitvoer, maar de ontwikkeling van de binnenlandse economie. De opkomst van een sterke middenklasse is daarbij een cruciaal element. In 1985 lag het gemiddelde jaarlijkse inkomen per hoofd voor de 10 % hoogste inkomens op 1400 yuan, tegenover gemiddeld 500 yuan voor de 10 % laagste inkomens. In 2008 was het gemiddelde inkomen van de laagste categorie vertienvoudigd tot 5200 yuan, maar was de kloof met de midden- en hoogste klasse enorm toegenomen. De middenklasse zat twee jaar geleden aan een gemiddeld jaarinkomen van 11.000 tot 21.000 yuan, terwijl de hoogste klasse was opgeklommen tot een jaargemiddelde van bijna 50.000 yuan. Daarmee komen we uit op een verhouding van één op tien tussen de hoogste en laagste klasse, tegenover één op drie een kwarteeuw geleden. Er blijft een substantieel potentieel voor een toename van de inkomsten, zeker in het binnenland. Wie op de beurs bovengemiddelde rendementen wil halen, houdt dus best rekening met het thema van de zich ontwikkelende middenklasse in China en andere opkomende landen. DE AUTEUR IS DIRECTEUR STRATEGIE. Danny ReweghsWie bovengemiddelde rendementen op de beurs wil halen, houdt best rekening met het thema van de zich ontwikkelende middenklasse in China en andere opkomende landen.