In tijden van handelsoorlogen zijn alle wapens toegelaten. Daverende verklaringen volgen op indrukwekkende bluf en besmuikte bedreigingen. En dat alles in een gepolijste, gecodeerde taal, die esoterisch overkomt op iedereen die niet vertrouwd is met de semantiek van de centrale bankiers. Nu de wereldgroei vertraagt en het begrotingswapen -- vooral in het Westen -- bot geworden is, aarzelen veel landen niet langer om hun munt te gebruiken om weer wat zuurstof te krijgen.
...

In tijden van handelsoorlogen zijn alle wapens toegelaten. Daverende verklaringen volgen op indrukwekkende bluf en besmuikte bedreigingen. En dat alles in een gepolijste, gecodeerde taal, die esoterisch overkomt op iedereen die niet vertrouwd is met de semantiek van de centrale bankiers. Nu de wereldgroei vertraagt en het begrotingswapen -- vooral in het Westen -- bot geworden is, aarzelen veel landen niet langer om hun munt te gebruiken om weer wat zuurstof te krijgen. Landen waarvan de concurrentiekracht uitgehold is, hoeven hun munt maar iets te laten afglijden om marktaandeel weg te kapen. Voor andere, die de handelsoverschotten opstapelen en slapen op een dikke matras van vreemde deviezen, komt het eropaan de opwaardering van de munt te vermijden. Een nieuwe monetaire oorlog zet de wereld in vuur en vlam. China wordt er voortdurend van beschuldigd zijn yuan ruimschoots onder zijn waarde te houden. Maar het land is niet noodzakelijk de schurk in het verhaal. Zonder het met zoveel woorden te zeggen, sturen de Verenigde Staten immers aan op een ontwaarding van de dollar. Door de langetermijnintresten naar historisch lage niveaus te laten dalen, heeft de quantitative easing van Fed-baas Ben Bernanke niet alleen de vastgoedsector gered, maar ook de dollar onderuit doen gaan: de wisselkoers van de dollar ten opzichte van een korf van de belangrijkste valuta in de wereld is sinds januari 2009 met 9 procent gedaald. In Thailand, Hongkong, Peru en Bolivië hebben de centrale banken duidelijk kleur bekend: ze verkopen zoveel nationale deviezen als nodig is om een strijdbare munt te behouden. Maar om de wereldkampioen van de monetaire manipulatie te ontmaskeren hoeven we niet ver te zoeken. Om de speculanten de pas af te snijden volstond in de herfst van 2011 een eenvoudig communiqué van de Zwitserse centrale bank, die geleid wordt door Thomas Jordan, om aan te geven dat ze onbeperkt zou tussenbeide komen om de pariteit van de Zwitserse frank ten opzichte van de euro te stabiliseren. Vandaag wordt de Zwitserse frank, die tussen het begin van 2009 en september 2011 met 25 procent in waarde gestegen was, niet meer beroerd dan het oppervlak van het meer van Genève. Dat terwijl het overschot op de lopende rekening nu 12 procent van het bbp bedraagt. "Zwitserland is het China van Europa", beschuldigt econoom Michel Santi. Te midden van die monetaire oorlog, is de euro de pineut. "De ECB heeft al front gevormd met de Bundesbank om schuldbewijzen van de landen in moeilijkheden in te kopen. Ze kan geen tweede front openen om de euro te beschermen", zegt Jean Pisani-Ferry, de directeur van het Institut Bruegel. Met andere woorden: ze zal niet bewegen.