Mijn vader was rijkswachter, mijn drie broers gingen in het leger of bij de rijkswacht. De Duchâtelets waren katholiek; ik werd vrijzinnig in de humaniora. Ik bezocht Sint-Joris in de Brusselse Cellebroedersstraat, elk jaar leverde die school vijf ingenieursstudenten af. De sfeer was er vrijgevochten. De eerste fuifjes in de weekeinden begonnen in de Egmont aan de beurs van Brussel, het feestadres voor de Vlaamse jeugd van de hoofdstad. Ik kon goed dansen en een man die goed en graag danst, valt in de smaak van de meisjes."
...

Mijn vader was rijkswachter, mijn drie broers gingen in het leger of bij de rijkswacht. De Duchâtelets waren katholiek; ik werd vrijzinnig in de humaniora. Ik bezocht Sint-Joris in de Brusselse Cellebroedersstraat, elk jaar leverde die school vijf ingenieursstudenten af. De sfeer was er vrijgevochten. De eerste fuifjes in de weekeinden begonnen in de Egmont aan de beurs van Brussel, het feestadres voor de Vlaamse jeugd van de hoofdstad. Ik kon goed dansen en een man die goed en graag danst, valt in de smaak van de meisjes." "Ik was 22 in 1968. Ik had geen politieke voorkeur aan de universiteit van Leuven, ook geen linkse, maar wat mij sterk aansprak was medezeggenschap en democratisering. Dat geflirt met communisme en maoïsme à la Ludo Martens en Kris Mertens lag onder mijn intellectueel niveau. Niet het doctrinaire was toen belangrijk, wel een gevoel. Voor de eerste keer in de geschiedenis zat er meer in de toekomst en 'make love, not war' kon werkelijkheid worden. Wij moesten alles herdenken, ook de seksualiteit." "Ik trouwde, mijn vrouw was verpleegster, en begon in een doodnormale firma met een doodnormale ingenieursbaan. Een goed gezinsinkomen werd de prioriteit. Mei '68 leefde weinig of niet verder, behalve in mijn normen en waarden. Met het diploma burgerlijk ingenieur elektronica en een licentie economie begon ik bij Bell Telephone in de productie. Ik werd berucht als iemand die zich niet laat doen en dat kon slecht uitdraaien, ondervond ik." "Na vier jaar Bell Telephone stapte ik naar de tapijtenfabriek Cabrita in Zele. De concurrentiedruk steeg en ik gooide nieuwe ideeën op tafel. Verder weg van de kernbusiness leek me een goed antwoord op de concurrentie. Ik zag ook de eerste elektronische pingpongspelletjes gekoppeld aan het tv-toestel. Zo monotoon. Ik vond dat je er meer intelligentie kon instoppen, een quiz, door een bandopnemer te programmeren. Een nieuwe firma, Memotest, werd opgericht met aandeelhouders van Cabrita en derden. We maakten bij Barco dertig cassettes over sport, literatuur, muziek met verschillende moeilijkheidsgraden. Op de speelgoedbeurs van Nürnberg wilden de groten van de speelbranche onze Memotest. Hét onverwachte probleem was dat je die spellen moest verkopen in de speciaalzaken of de boekhandels, en die hadden geen technici voor het onderhoud van de hardware. Hachette wilde ons product in licentie produceren in Frankrijk. Toch kwam het contract er niet, want onze tapijtenverkoper in Frankrijk zei dat Hachette geen serieuze onderneming was." "Ik liet Memotest voor wat het was, werd consultant en belandde bij Mietec als business development manager. De Franse baas stuurde mij weg. Daarop begon ik in Duitsland voor de chipproducent Elmos met een aantal Belgen. Het leven in het buitenland werd te zwaar voor mijn gezin, en mijn collega's wilden ook terug. Wij beslisten een ingenieursbureau te starten en kochten in 1994 Bulcke Hybrid Technology in Ieper, een T-Zonebedrijf met een voordelig fiscaal statuut, en wij herdoopten het tot Melexis." "Ik ben aandeelhouder en voorzitter van de raad van bestuur. Er zijn twee structuren: Melexis-X-Fab met 3000 mensen, en de Elexstructuur met nog eens 3000 mensen. De twee draaien een omzet van 750 miljoen euro. Onze bedrijven produceren elektronica die bijvoorbeeld auto's zuiniger, veiliger, groener maakt." "Vivant ontstond in 1993, in de tijd dat de werkloosheid maar bleef stijgen. Wat zal er gebeuren met de sociale zekerheid door het groeiende aantal gepensioneerden, was een van mijn vragen. Op een socialistische hoorzitting presenteerde ik het basisinkomen en een belastingheffing op de producten, niet op de producenten. Professor Bea Cantillon en Frank Vandenbroucke luisterden naar mijn voorstel en de academica zei meteen nuffig: 'Mijnheer, dat zijn aparte kassen, daar kan je niet aan raken'. Tot zover mijn socialistische contacten. Ik heb nadien alle partijen bezocht en ook daar was de belangstelling nul." "Ik heb dan uit pure wanhoop 'Verslag aan de aandeelhouders van de NV België' geschreven. Ik portretteerde de regering van België als een raad van bestuur en de burgers als aandeelhouders. Dat boek staat nog altijd als een huis. Ex'en van de lijst Rossem hebben mij gecontacteerd en het boek werd het programma van Banaan. De nieuweling haalde 1 %, amper meer dan de PvdA. Banaan ging onderuit en na veel beraad kwam Vivant, dat op landelijk niveau 1,5 % van de stemmen verzamelde, niet slechter dan de VU en het Vlaams Belang bij hun start. Maar de dioxinecrisis heeft ons genekt en Vivant kostte mij veel geld." (T)