"WERELDKLASSE", word ik geciteerd op de achterflap van het nieuwe boek van Fons Van Dyck, De onsterfelijke onderneming. Daarmee is dit het tweede Vlaamse managementboek in mijn zowat veertigjarige loopbaan dat ik dat predicaat toedicht. Het eerste was Sluiers over corporate, een boek waarin de voormalige McKinsey-consultant Paul Verhaeghe vertelt wat zo'n consultant écht denkt.
...

"WERELDKLASSE", word ik geciteerd op de achterflap van het nieuwe boek van Fons Van Dyck, De onsterfelijke onderneming. Daarmee is dit het tweede Vlaamse managementboek in mijn zowat veertigjarige loopbaan dat ik dat predicaat toedicht. Het eerste was Sluiers over corporate, een boek waarin de voormalige McKinsey-consultant Paul Verhaeghe vertelt wat zo'n consultant écht denkt.Velen denken dat non-fictieboeken in het algemeen, en managementboeken in het bijzonder, zichzelf schrijven. Dat waanidee is snel te herkennen als ik manuscripten beoordeel. 'Dorpsklasse' is meestal al te hoog gegrepen. Op papier zijn consultants het best geschikt om goede managementboeken te schrijven. Ze hebben een stevige theoretische onderbouw, tenminste die zouden ze moeten hebben. Maar hoe meer ik hun geschriften lees, hoe meer ik besef dat wie een boek over het creationisme schrijft en blijkbaar nog nooit over Charles Darwin heeft gehoord, beter zijn mond zou houden, zijn pen in de pennenzak zou stoppen en zijn computer alleen zou gebruiken om te surfen. Toen ik De onsterfelijke onderneming voor het eerst - anoniem en in een kladversie - onder ogen kreeg, dacht ik: wauw, die man kent het vak, die weet wat een waardevolle bron is en wat de tegenhanger is van het klimaatnegationisme bij het management. CONSULTANTS ZIJN ook heel geschikt om managementboeken te schrijven omdat ze een brede ervaring hebben. Boeken van practici zijn heel vaak memoires, ze hebben heel vaak slechts voor één bedrijf gewerkt. Autobiografieën behoren bij het allermoeilijkste om te schrijven. Ofwel ben je te bescheiden, ofwel ben je arrogant, en snel wordt het duidelijk dat je de echt boeiende dingen - waar je plat op je gezicht bent gevallen - toch niet vertelt. De derde reden waarom consultants - op papier tenminste - goede managementboeken moeten kunnen voortbrengen, is dat ze goed kunnen schrijven. Hun specialiteit zijn immers managementrapporten. Juist, dit is ironisch bedoeld. Het is net hun verslaving aan powerpoints die maakt dat ze zulke slechte schrijvers zijn. Een slim non-fictieboek is geen uitgeschreven powerpointpresentatie, het is geen verslag van een training die je met veel succes hebt gegeven. Wat werkt voor een live publiek, werkt helaas niet op papier of e-reader. WAAROM SCHRIJVEN de meeste consultants ook inhoudelijk zulke zwakke boeken? De hoofdreden is hun verkeerde motivatie. Ze willen hun boek als een visitekaartje, als marketinginstrument te hanteren. Ze willen de lezer niet boeien, nee, ze willen indruk maken, en vooral: de meeste consultants tonen niet het achterste van hun tong. Daarvoor moet je hen inhuren. Ze vertellen je niet waar ze zelf mee worstelen, in hun boeken worstelt alleen de cliënt, zijzelf staan ver boven het gebagger in de put. Ze geven hun diepste geheimen niet prijs en ze blijven het liefst halfabstract met begrippen zoals 'competentiemanagement' 'dynamisch coachen' en 'strategische herontplooiing'. Wie leest dat nu graag? FONS VAN DYCK (ik ken die man niet, ik heb geen persoonlijke band met hem, ik word niet door hem betaald voor deze column, noch door zijn uitgever) is een consultant, maar je merkt na enkele pagina's dat hij werkelijk elke valkuil omzeilt die voor een boek met zo'n titel het ergste doet vermoeden. Dat is weinigen gegeven. Waar het boek over gaat? Over de kern van management. Deze avond ga ik naar de boekvoorstelling en zal ik checken of ik het allemaal goed begrepen heb. Volgende week breng ik daar dan verslag over uit. Maar voorlopig blijf ik bij mijn oordeel op de binnenflap: "De solide argumentatie van een expert, de heldere pen van een didacticus, de feeling voor een slim non-fictieboek van een begenadigd auteur. Wereldklasse." Wat literair geformuleerd: de troost van de parelvisser, die tientallen lege schelpen heeft gezien.