Dragen Jef Colruyt, Aloïs Michielsen, Pierre Macharis, Rik De Nolf of Herman Van de Velde een broeksriem én bretellen? Verkiezen zij de rust van de business as usual boven de adrenaline van de wilde plannen? Natuurlijk niet, deze heren zijn per slot van rekening enkelen van die relatief weinig Vlamingen die durven te ondernemen, en daarvoor zelfs hun eigen centen in de weegschaal leggen. En toch.
...

Dragen Jef Colruyt, Aloïs Michielsen, Pierre Macharis, Rik De Nolf of Herman Van de Velde een broeksriem én bretellen? Verkiezen zij de rust van de business as usual boven de adrenaline van de wilde plannen? Natuurlijk niet, deze heren zijn per slot van rekening enkelen van die relatief weinig Vlamingen die durven te ondernemen, en daarvoor zelfs hun eigen centen in de weegschaal leggen. En toch. En toch staat stevigheid en duurzaamheid hoog op het verlanglijstje van Colruyt & co. Een stevige balans en dito solvabiliteit is hun eerste kopzorg. Een paar magere jaren zal hun levenswerk niet omverblazen. Maar no pain, no gain. De keuze tussen extra zekerheid of extra groei is een onverbiddelijke afweging. Meer zekerheid is het slot op de lade waarin nieuwe ideeën en projecten wachten op uitvoering. Een doorsnee Belgisch beursgenoteerd bedrijf investeert slechts een goeie 50 % van de verdiende cashflow (zie ook blz 41). Met de andere 50 % keren deze bedrijven een dividend uit aan hun aandeelhouders, bouwen ze de schuldpositie verder af en schrijven ze nog wat euro's over op de bankrekening. Maar die centen hadden ze natuurlijk evengoed kunnen uitgeven aan nieuwe investeringen, aan ondernemen zeg maar. Ze hadden zelfs gemakkelijk extra geld kunnen lenen. Want, zo wil de boutade, voor bedrijven die in wezen geen geld nodig hebben, staan de banken in de rij. En er zijn natuurlijk wel een paar toplui en aandeelhouders die fors hun nek uitsteken, zoals George Jacobs van UCB, maar zij zijn eerder regel dan uitzondering. Wat houdt de anderen tegen? Een portie lef? Of een scheut vertrouwen in de toekomst? Investeren is een werk van lange adem en is daarom vooral een kwestie van vertrouwen in de gang van zaken tijdens de komende tien, twintig of zelfs dertig jaar. Is dat vertrouwen zoek? Lezen de ondernemers dan te veel rapporten die waarschuwen dat België op termijn dreigt te verzanden tot een economische woestenij? Hechten de ondernemers dan geen geloof aan het paarse verhaal van lastenverlaging, omdat ze moeten vaststellen dat diezelfde regering de uitgaven niet onder controle lijkt te hebben? Het moet zijn van wel, want zelfs in een jaar met behoorlijke conjunctuur, stonden ze op de investeringsrem. Dat is jammer, want de prijs voor wantrouwen is hoog. Onze topbedrijven groeien trager dan tot wat ze financieel gezien in staat zijn. Bovendien investeren ze nog altijd vooral in procesvernieuwing - lees kostenverlaging - en veel minder in nieuwe producten en markten. Deze strategie is behoudend en fout. Deze strategie kost de Belgische economie jobs en welvaart. Te weinig bedrijven durven de stap te wagen van klein, volgzaam en sterk, naar groot, innoverend en hopelijk nog altijd sterk. De centen zijn er nochtans, het lef in principe ook. Alleen de vertrouwensbalans is insolvabel. Kan deze regering daarom misschien ook op economisch vlak eens werk maken van een zogenaamd progressief beleid - daarmee bedoelen wij een beleid dat groei en werkgelegenheid stimuleert? Daan Killemaes Daan Killemaes