Het financieringsmodel waarover de politici onderhandelen, gaat over slechts een deel van een nieuwe financieringswet. "Het gaat enkel over de fiscale autonomie in personenbelasting en meer specifiek voor de gewesten. Over de financiering van de gemeenschappen wordt niet gesproken", stelt Jan Van Doren van de Voka-studiedienst vast. "En zelfs als we ons beperken tot de fiscale autonomie en responsabilisering van de gewesten, wordt niet gepraat over de solidariteit. En wat gebeurt er met de financiering van nieuwe bevoegdheden die worden overgeheveld? Gaat het over dotaties of krijgen de deelstaten fiscale autonomie voor die nieuwe bevoegdheden? Dat blijft onduidelijk. De onderhandelingsnota van bemiddelaar Johan Vande Lan...

Het financieringsmodel waarover de politici onderhandelen, gaat over slechts een deel van een nieuwe financieringswet. "Het gaat enkel over de fiscale autonomie in personenbelasting en meer specifiek voor de gewesten. Over de financiering van de gemeenschappen wordt niet gesproken", stelt Jan Van Doren van de Voka-studiedienst vast. "En zelfs als we ons beperken tot de fiscale autonomie en responsabilisering van de gewesten, wordt niet gepraat over de solidariteit. En wat gebeurt er met de financiering van nieuwe bevoegdheden die worden overgeheveld? Gaat het over dotaties of krijgen de deelstaten fiscale autonomie voor die nieuwe bevoegdheden? Dat blijft onduidelijk. De onderhandelingsnota van bemiddelaar Johan Vande Lanotte bevat nog veel blinde vlekken." Voor Jan Van Doren is het dan ook zeer moeilijk om op basis van de voorgestelde modellen te berekenen in welke mate de deelstaten geresponsabiliseerd worden. Dat de Franstalige partijen bereid zijn om 14 miljard euro van de personenbelasting over te hevelen naar de gewesten, betekent nog niet dat Vlaanderen en Wallonië aan het einde van de rit over meer fiscale autonomie beschikken. Maar die extra fiscale autonomie wordt dan weer gecompenseerd met andere budgetten die worden overgedragen en waarvoor geen fiscale autonomie wordt toegekend. Kinderbijslag is daar een goed voorbeeld van. Ook de manier waarop het budget voor arbeidsmarktbeleid wordt toegekend (dotatie of eigen fiscale inkomsten) blijft onduidelijk. Van Doren benadrukt ook dat er voor de financiering van de gemeenschappen (met daarin het onderwijs) teruggekeerd wordt naar systemen van voor de Lambermont-akkoorden van 2001: "Lambermont voorzag in een versterking van het criterium fiscale capaciteit bij het toewijzen van dotaties aan de gemeenschappen. Het demografische element woog minder zwaar, maar daar wil men nu op terugkeren." Van Doren begrijpt ook niet waarom de Franstalige politieke partijen bang zijn dat de federale overheid bij meer fiscale autonomie voor de deelstaten verarmt. Van Doren: "Men fixeert zich ook op de personenbelasting, maar vergeet dat de bulk van fiscale en parafiscale ontvangsten federaal is. Zelfs in het Voka-model dat de dotaties aan gemeenschappen en gewesten omzet in eigen regionale belastingen blijven de sociale bijdragen en een deel van de vennootschapsbelasting federaal. Eigenlijk gaat het hier om een responsabilisering van 25 procent van de inkomsten." Om er toch zeker van te zijn dat de federale overheid niet te veel geld verliest, pleiten de Franstalige partijen voor een soort van belastingkrediet naast het gesplitste tarief waarbij een deel van de belastingen aan het federale niveau wordt betaald en een deel aan de deelstaten. De federale overheid hanteert hierbij nog steeds dezelfde belastingtarieven (zoals 25 en 50 %) maar de gewesten krijgen dan een belastingkrediet dat berekend wordt op basis van een gesplitst tarief in elk van de belastingschijven. De gewesten mogen dus een belastingtarief hebben (de helft van 25 % en 50 % is respectievelijk 12,5 en 25 %). Tegelijk geeft de federale overheid aan de burgers op hun belastingbrief een krediet gelijk aan de helft van de federale belasting. Dat lijkt een nul-operatie, maar is het niet. Want uit berekeningen - vooral uit N-VA-hoek - blijkt dat de extra belastingen bij een stijging van het inkomen grotendeels naar de federale overheid gaan. In het huidige model is dit bovendien een sluikse belastingverhoging. Vertaald naar de barema's in de personenbelasting zou het systeem betekenen dat de belastingtarieven niet langer variëren tussen 25 en 50 procent maar tussen 37,5 en 75 procent. A.M.