Autobouwers oogsten hun grootste winst niet met modellen uit de mid- denklasse. Althans niet per stuk. In het marktsegment van de Peugeot 307, Renault Mégane of Volkswagen Golf is het een kwestie van volume.
...

Autobouwers oogsten hun grootste winst niet met modellen uit de mid- denklasse. Althans niet per stuk. In het marktsegment van de Peugeot 307, Renault Mégane of Volkswagen Golf is het een kwestie van volume. Vandaar dat er toch wel enig strategisch denken bij de lancering van een nieuwe versie komt kijken. "Een Golf moet eruitzien als een Golf," liet VW-baas Bernd Pischetsrieder zich bij de persvoorstelling van de vijfde generatie ontvallen. Waarmee hij bedoelde dat hij het klassieke publiek van de Golf niet voor de borst wilde stoten met een avontuurlijk model. De Duitse designers kregen een duidelijke wenk mee toen ze aan de tekentafel gingen zitten: een evolutie van de Golf IV ontwerpen, geen revolutie. Wie de nieuwe Golf V bekijkt, moet vaststellen dat ze in hun opzet zijn geslaagd. Het model blijft zeer herkenbaar. Al even herkenbaar is de recentste Renault Mégane. Alleen is er in dit geval geen verwantschap met het vorige model van hetzelfde type, wel met het héle gamma. Dat zit zo. Een drietal jaar geleden besliste de Franse constructeur om vieze begrippen als autoconstructeur uit het huisdiscours te schrappen. Om zich te gaan profileren als créateur d'automobiles. Waarop een moderne, avontuurlijke en zelfs avant-gardistische wind door de designafdeling ging waaien. Het publiek werd op die nieuwe koers voorbereid met conceptauto's als de Ellypse of Talisman, die qua toekomstvisie behoorlijk ver gingen. Zodra dat psychologische pad was geëffend, kwam de Avantime op de markt. Die Avantime werd geen kaskraker. Hij verkocht zelfs zo slecht dat de productie een paar maand geleden werd stopgezet. Omdat de auto identiteit ontbeerde; hij was niet met-een in een bepaald segment onder te brengen. Maar ook en vooral, dus, omdat hij iets té avontuurlijk was. Hoe dan verklaren dat de nieuwe Renault Mégane, qua algemene vormgeving en met een beetje goede wil een kleinere versie van de Avantime, wel aanslaat? Omdat zijn design iets minder vooruitstrevend is, hoe subtiel die ingetogenheid ook is: de koffer die achteraan veel minder ver uitsteekt, maar meer glooit, schroeft futuristisch terug naar gewoon modern. Tenminste toch in de perceptie van de consument. Of hoe de designer psycholoog wordt. Een andere verklaring is dat de Mégane in een ander segment rondrijdt: de middenklasse. Lust de consument in die middenklasse dan iets meer avontuur? Volgens Volkswagen niet, zo leert de nieuwe Golf V. Terwijl de Mégane het tegendeel bewijst. De middenklasse is ondertussen ook goed gestoffeerd met monovolumes. Zoals de Ford C-Max, die in oktober in de toonzaal verschijnt. Zelden is bij de lancering van een nieuw model meer heisa gemaakt over het aantal zitplaatsen dan bij die C-Max. Omdat bij nogal wat vertegenwoordigers van de autopers de dwangidee leefde dat een monovolume in de middenklasse zeven zitjes moet hebben. Aansteker is de Opel Zafira, die zeven stoelen heeft. Alleen getuigen de achterste twee van een geniaal design: de dingen klappen zo weg in de koffervloer. Uiterst handig, zo weet iedereen die al eens probeerde om wegneembare stoelen uit een monovolume van een ander merk te demonteren. Zo handig dat Opel zelfs een patent nam op zijn Flex 7-systeem. Maar toch hebben ze bij Ford geen ongelijk met die vijf stoelen in de C-Max. Uit marktonderzoek blijkt dat de helft van de kopers van een monovolume uit de middenklasse geen kinderen heeft. Wat Ford dan weer wél kan worden aangewreven, is dat het heel laat (té laat, eigenlijk) met een monovolume op het middenveld is verschenen, alwaar Opel (Zafira), Citroën ( Xsara Picasso) en Renault ( Scenic) een serieuze klantenkring hebben. Ze kunnen zich troosten bij Ford: ze zijn niet de enige laatbloeiers. Ook Volkswagen speelt met zijn Touran nog maar pas mee in dit segment. Peugeot, nog zo'n massaconstructeur, heeft hier op het eerste gezicht zelfs geen vertegenwoordiger. Maar dat merk kan dan weer prat gaan op een uitstekend verkopende break: in België is de Peugeot 307 SW zelfs de best verkopende break. Alleen: wie de auto goed bekijkt, kan zich afvragen of dit niet veeleer een monovolume is. De waarheid zit ergens tussenin. De Peugeot 307 SW is met zijn hoge daklijn een kruising tussen de twee. Een nieuw gat in de markt dat niemand vermoedde, maar door de designers van de Franse constructeur werd opengetrokken. Eigenlijk stond dat er al aan te komen toen de berlineversie van de 307 werd gelanceerd, want die had al een hogere daklijn dan zijn belangrijkste concurrenten in de middenklasse. Bij Opel en Volkswagen, die twee jaar na de 307 hun nieuwe middenklasser lanceren, laten ze de (uitgesproken) hogere daklijn voorlopig links liggen. De nieuwe Astra reikt tot 1,46 meter boven de grond, de Golf V tot 1,48 meter. Tegenover een piek van 1,51 meter voor de Peugeot 307, die nu toch al sinds de lente van 2001 in ons land rondtoert, maar dus nog altijd op eenzame hoogte staat. De commerciële voltreffer die de 307 break of SW is, haalt zelfs 1,53 meter. Wat zijn succes meteen verklaart. Binnenin wekt hij een indruk van weelderige ruimte, een monovolume waardig, maar hij laat zich met uitstekende rijkwaliteiten besturen als een berline. Een gewone auto, zeg maar. Dat is ook het geval voor de Ford C-Max, want die staat op het onderstel van de Focus, dat al meermaals werd geroemd om het zeer dynamische en veilige rijgedrag. Alleen heeft de 307 SW dan weer het psychologische voordeel: de consument associeert hem veeleer met een break en weekt bij potentiële kopers nooit de angst los dat ze de komende jaren met een busje zullen toeren. Dat hebben de denkende hoofden in de designafdeling van Peugeot alvast goed gezien. Dat ze op een dakhoogte geen patent konden nemen, zullen ze wellicht eeuwig betreuren: de breakversie van de nieuwe Volkswagen Golf, die we pas later te zien krijgen, wordt ook een kruising tussen break en monovolume. Of hoe de Duitsers de Fransen gaan kopiëren. Jo Bossuyt VW wilde het klassieke Golf-publiek niet voor de borst stoten met een 'avontuurlijk' nieuw model.