We zijn op weg naar Ardo. Na drie kilometer slingeren langs velden, boerderijen en enkele verspreide woningen, bereiken we de bedrijfsgebouwen van het diepvriesgroenteconcern. Op het eerste gezicht is het een uit de kluiten gewassen landbouwbedrijf. Maar dan draaien we de hoek om en staan we voor een modern kantoorgebouwtje. En daarachter: immense fabriekshallen en opslagruimten, in totaal ongeveer achttien hectare.
...

We zijn op weg naar Ardo. Na drie kilometer slingeren langs velden, boerderijen en enkele verspreide woningen, bereiken we de bedrijfsgebouwen van het diepvriesgroenteconcern. Op het eerste gezicht is het een uit de kluiten gewassen landbouwbedrijf. Maar dan draaien we de hoek om en staan we voor een modern kantoorgebouwtje. En daarachter: immense fabriekshallen en opslagruimten, in totaal ongeveer achttien hectare. Ardo verwerkt hier jaarlijks 100.000 ton diepvriesgroenten, oftewel 100 miljoen zakjes van een kilo. Met de productie van de dertien Europese vestigingen erbij haalt Ardo een verwerkingsvolume van meer dan 400.000 ton. Het West-Vlaamse bedrijf is daarmee de Europese koploper in zijn sector. Ardo exporteert naar 54 landen. Helemaal aan de andere kant van Ardooie, want in die gemeente zijn we dus beland, ligt het hoofdkantoor van Sioen. De beursgenoteerde textielgroep is wereldmarktleider in gecoat technisch textiel, telt 35 verkoop- en productiesites en verkoopt haar producten in 68 landen. Tussen deze twee Vlaamse bedrijfsparels ligt een gezellige dorpskern, de N37 Roeselare-Tielt die een dikke kilometer verder aansluiting geeft met de E403, veel akkers en nog een aantal mooie bedrijven. Wat we hier ook vinden: gezonde, goed draaiende bedrijven. Ardooie is dan ook de beste zakengemeente van het land. In opdracht van Trends gaat het handelsinformatiebureau D&B jaarlijks op zoek naar de gemeenten waar bedrijven goed boeren. Het legt daarvoor criteria als winst, winstgroei, betalingsgedrag en de financiële gezondheid van de bedrijven in de weegschaal (zie ook: Hoe gingen we te werk?). De Ardooise bedrijven blijken vooral financieel zeer sterk te staan (beste score van alle gemeenten) en winstgevend te zijn (achtste plaats). Het is voor de tweede maal dat Ardooie als winnaar uit de bus komt. In 2002 prijkte de West-Vlaamse gemeente ook al bovenaan de rangschikking. Wie Ardooie zegt, zegt diepvriesgroenten. Naast Ardo heeft de gemeente nog enkele bedrijven (D'Arta, Unifrost, Homifreez, Begro) uit de diepvriesgroenteverwerking op zijn grondgebied. Met ook nog Ingelmunster, Hooglede, Oostrozebeke, Dentergem, Pittem en Moorslede is het midden van West-Vlaanderen naar goede traditie sterk vertegenwoordigd in de top van de rangschikking. Wat maakt deze regio zo succesvol? Het entrepreneurschap en de arbeidsethiek van de West-Vlaming worden in deze vaak geroemd. En dat geldt ook voor het exportgerichte denken van de West-Vlaamse ondernemer - kijk naar de internationale aanwezigheid van Ardo en Sioen. Edward Haspeslagh, de oprichter van Ardo, wijst dan weer op het landbouwverleden van de regio. "We zijn hier lang afhankelijk geweest van landbouwproducten zoals vlas, tabak, cichorei en - in deze streek dan - groenten. In de jaren vijftig, zestig, zeventig zijn die sectoren echter in moeilijkheden geraakt. Bij ons was er de crisis in de conservengroenten. Maar de landbouwers en ondernemers hier zijn gaan zoeken naar nieuwe activiteiten, nieuwe markten en toepassingen. En daar zijn heel succesvolle bedrijven uit ontstaan." Luc Lievens, plant director van Ardo in Ardooie, vult aan: "Dat niet bij de pakken blijven zitten, is misschien wel typisch voor de West-Vlaming."De analyse van Haspeslagh sluit goed aan bij de meer academische verklaring van Wim Vanhaverbeke, hoofddocent Strategisch Management aan de Universiteit Hasselt. "Er speelt een cohorte-effect mee," analyseert hij. "Veel kleine, landelijke gemeenten hebben een industrialisatiegolf gekend in de jaren zestig tot tachtig. Vrij laat dus. Die bedrijven zitten nu in volle bloeiperiode."Van Haverbeke vindt het overigens hoog tijd dat de overheid lessen trekt uit dit West-Vlaamse succes. Hij hekelt het eenzijdig focussen op de kenniseconomie en hightech-activiteiten. "Welke sectoren maken deze regio economisch zo sterk? Textiel, metaal, de bouw, diepvriesgroenten... Heel traditionele sectoren. Natuurlijk is kenniseconomie de toekomst en mogen we die boot niet missen. Maar er is meer dan dat. Het wordt tijd dat we meer gedifferentieerd nadenken over entrepreneurschap."Toch valt het op dat de West-Vlaamse dominantie in de rangschikking van D&B wat aan het tanen is. In 2003 stonden er nog zestien West-Vlaamse gemeenten in de top-20. Vorig jaar was dat aantal al teruggevallen tot tien. En dit jaar moeten de West-Vlamingen het stellen met 'slechts' negen gemeenten bij de eerste twintig. Wim Vanhaverbeke is niet verrast. "De regio kampt toch wel met ernstige problemen," zegt hij. "Er is vooral een krapte op de arbeidsmarkt, zeker in dat deel van West-Vlaanderen. Het is bijzonder moeilijk om hooggeschoolden aan te trekken. Dat heeft te maken met de leefomgeving. Op cultureel vlak bijvoorbeeld kunnen steden als Kortrijk en Roeselare nog altijd niet hetzelfde bieden als pakweg Gent en Antwerpen."Luc Lievens bevestigt: "Het is schrijnend, maar het lukt ons niet om mensen van Oostende of Doornik naar hier te krijgen. We hebben al van alles geprobeerd. Tot busjes inleggen toe. Zonder resultaat. Voor een Oostendenaar is Ardooie de andere kant van de wereld."Het gebrek aan ruimte om te ondernemen is een ander heet hangijzer in West-Vlaamse ondernemerskringen. Heel wat West-Vlaamse gemeenten die het goed doen in onze top-20, moeten het stellen zonder het statuut van economisch knooppunt. En dat heeft gevolgen. Als 'buitengebied' worden deze gemeenten namelijk geconfronteerd met een ruimtelijk en ecologisch beleid dat economische expansie nagenoeg onmogelijk maakt. Wim Vanhaverbeke: "Dit is de meest dynamische industriële regio van het land, maar er ligt welgeteld tien hectare bouwrijpe bedrijfsterreinen. Dat is een schande."Een tendens die zich doorzet: de provincie Antwerpen wint aan dynamiek. In de top-50 komen we dertien Antwerpse gemeenten tegen. In de eerste editie van dit onderzoek waren dat er amper vijf. Met Berlaar, Balen, Merksplas en Rijkevorsel zijn het vooral de Antwerpse Kempen die goed presteren. Zijn er parallellen tussen dit Kempense succes en het West-Vlaamse verhaal? Een deel van de Antwerpse Kempen is ook landelijk gebied met een relatief jonge industrie. Wim Vanhaverbeke ziet ook een gelijkaardige mentaliteit. "Er leeft in beide streken een sterk wij-gevoel. De inwoners ervaren dat ze op sommige terreinen een achterstand hebben in te halen. En daar gáán ze dan ook voor. Overigens vertaalt zich dat ook in overleg en samenwerking tussen de verschillende gemeenten."Het valt ook opnieuw op dat grotere gemeenten en steden er nauwelijks aan te pas komen. Waregem is op de 23ste plaats de eerste centrumgemeente (gemeente met minimaal 30.000 inwoners). In de top-50 komen we op de veertigste plaats ook nog Beveren tegen. Er is een statistische verklaring voor dit zwakke presteren van grote gemeenten: door het grotere aantal bedrijven worden extremen er afgezwakt. Het verklaart ook waarom kleine gemeenten in een jaar tijd een geweldige spong voorwaarts kunnen maken (Berlaar: van 120 naar 6) of diep kunnen zakken (Ichtegem: van 2 naar 56). Om een beter inzicht te krijgen in de prestaties van de grotere gemeenten, heeft D&B ook een rangschikking gemaakt op basis van 500 in plaats van 170 neergelegde jaarrekeningen. In die rangschikking komt het Vlaams-Brabantse Londerzeel als winnaar naar voren. Toeval of niet, maar ook Londerzeel is met Di-sor, Frisor en Coldstar sterk aanwezig in de diepvriessector. De eerste centrumstad in deze rangschikking is Roeselare op de 31ste plaats. De dynamiek van het midden van West-Vlaanderen straalt dus ook af op het stedelijke centrum van de regio. Dat rijke gemeenten niet noodzakelijk de 'bedrijvigste' gemeenten zijn, tonen de zwakke prestaties van gemeenten als Knokke-Heist, Kapellen en Brasschaat aan. Laurenz Verledens"Het lukt ons niet om mensen van Oostende of Doornik naar hier te krijgen. Voor een Oostendenaar is Ardooie de andere kant van de wereld."