Het is een ongewoon zicht: terwijl wij om 5.30 uur met kleine oogjes uit de weinig luxueuze nachttrein vanuit Hué komen gestommeld, is Hanoi een en al levendigheid. De winkels lijken al uren open, het verkeer is een chaotische stroom van toeterende brommers en in verschillende parken wordt verwoed aan gymnastiek gedaan en badminton gespeeld. Even voorbij het mausoleum van de communistische leider Ho Chi Minh speelt een man zelfs een partijtje badminton tegen zichzelf, een lachwekkend huzarenstukje dat ongetwijfeld alleen voor de grootste sportievelingen is weggelegd. "Als het communistische Noorden het in 1975 definitief haalde van het Zuiden en zijn bondgenoot de VS, heeft dat ongetwijfeld te maken met de doorgedreven gymnastiek die hier elke morgen op het programma staat," monkelt onze Nederlandse gids.
...

Het is een ongewoon zicht: terwijl wij om 5.30 uur met kleine oogjes uit de weinig luxueuze nachttrein vanuit Hué komen gestommeld, is Hanoi een en al levendigheid. De winkels lijken al uren open, het verkeer is een chaotische stroom van toeterende brommers en in verschillende parken wordt verwoed aan gymnastiek gedaan en badminton gespeeld. Even voorbij het mausoleum van de communistische leider Ho Chi Minh speelt een man zelfs een partijtje badminton tegen zichzelf, een lachwekkend huzarenstukje dat ongetwijfeld alleen voor de grootste sportievelingen is weggelegd. "Als het communistische Noorden het in 1975 definitief haalde van het Zuiden en zijn bondgenoot de VS, heeft dat ongetwijfeld te maken met de doorgedreven gymnastiek die hier elke morgen op het programma staat," monkelt onze Nederlandse gids. Maar gymnastiek of niet, intussen leeft Vietnam onder andere politieke zeden. De plaatselijke, in 1986 ingezette versie van de Russische perestrojka - doi moi - zorgt ervoor dat het land aan een economische opmars bezig is en de communistische rechtlijnigheid van de Vietcong danig is versoepeld. In het stadscentrum zijn de eerste tekenen van die economische beterschap vooral terug te vinden rond het Hoan Kiem-meer. Ten zuiden ervan verrijzen de eerste wolkenkrabbers, vestigen zich bedrijven en hotelketens en is een zeldzaam shoppingcentrum te vinden - een opzichtig glimmend, luxueus bouwwerk naast de traditionele overdekte marktjes, waar springlevende vis en krab, gelakte hond, slangenvlees, inheemse kruiden, groenten en felgekleurd fruit aan de man wordt gebracht. Wie geen bezwaar heeft tegen een plaats op een lage plastieken stoel tussen een bonte wirwar van geuren, kan hier smikkelen van de plaatselijke lekkernijen. Allesbehalve een gastronomische topper in een pakkend decor, maar wel de typische keuken van Hanoi, met marktverse ingrediënten. Toch is de echte charme van de stad eerder te zoeken ten noorden (de oude stad) en ten westen (de Franse wijk) van het Hoan Kiem-meer. Aan de rand van het meer met de befaamde Den Ngoc Son-pagode, bevindt zich een van de meest gereputeerde westerse restaurants van de stad: Bobby Chinn, de plaats waar de gewezen presidentsvrouw Hillary Clinton tafelde toen ze Vietnam bezocht en waar (vooral) Amerikaanse zakenmensen graag binnenwandelen. Het sfeervolle interieur van Bobby Chinn - de naam van de half Chinese, half Egyptische eigenaar-kok van het restaurant - wordt getoonzet door Egyptische sisha-pijpen, beige zijden gordijnen en moderne kunst. De zakenkrant The Financial Times noemde Bobby Chinn ooit een 'culinair enfant terrible', maar de kaart van het restaurant bestaat vooral uit verfijnde, traditionele Europese gerechten. Een gastronomisch restaurant met niet minder faam is Le Beaulieu, een onderdeel van het Sofitel Metropole, dat net als het vlakbij gelegen Dan Chu Hotel in koloniale bouwstijl is opgetrokken. In lang vervlogen tijden kwamen Somerset Maughan, Noel Coward, Charlie Chaplin, Graham Greene en tal van oorlogscorrespondenten in Le Beaulieu smullen. Voor nog meer gastronomie kunt u naar La Lua, een stijlrijke villa in het centrum die dankzij de mosgroene muren en het donkere meubilair in een aangenaam chique sfeer baadt. Op een steenworp van Le Beaulieu ligt het operagebouw van Hanoi, in 1911 door de Fransen in precies dezelfde stijl opgetrokken als de befaamde Parijse Opéra. De Opera is het grootste theatergebouw in Vietnam en heeft het imposante Hilton Hanoi Opera-hotel aan zijn zijde. Dat hotel is niet te verwarren met Hanoi Hilton, de sarcastische bijnaam die Amerikaanse krijgsgevangenen gaven aan hun onbarmhartige gevangenis in Hoa Lo 1, die nu is omgebouwd tot een oorlogsmuseum. De wrange lotgevallen van de Amerikaanse gevangenen werden verfilmd in de film 'Hanoi Hilton' (1987). Aan de andere kant van het meer bevindt zich de eigenlijke Franse buurt van Hanoi, geconcentreerd rond de Saint-Joseph-kathedraal. Wie niet van vermoeide voeten of urenlang slenteren langs trendy winkeltjes en restaurants houdt, kan deze buurt - samen met de oude stad - verkennen door zich te laten meevoeren op een van de ontelbare cyclotaxi's, waarvan de eigenaars te pas en te onpas toeristen aanklampen. Ze zijn een zware beproeving voor wie op vakantie eindelijk eens met rust wil worden gelaten, maar zoals onze gids waarschuwde: Vietnamezen vinden een westerling die zich boos maakt enorm grappig. Stoïcijns en beleefd afwijzen, is dus de boodschap als u te voet en zonder pijnlijk gezichtsverlies verder wil. Er is in elk geval genoeg te beleven in de Franse buurt. Behalve een keur aan winkeltjes waar u glanzende oosterse zijdekleren kunt kopen en talloze bars en restaurants zijn er enkele religieuze bouwwerken die beslist een bezoek waard zijn. Eén ervan is de Saint-Joseph-kathedraal, gelegen aan het einde van Nha Tho (letterlijk vertaald: 'Grote Kerk'). De op het eind van de negentiende eeuw opgetrokken kathedraal lijkt met zijn neogotische bouwstijl, kleurrijke glasramen en rijk geornamenteerde altaarscherm zo weggehaald uit een Franse stad en hier steen per steen weer opgebouwd. Blikvanger binnenin is de zwarte marmeren graftombe van de voormalige kardinaal van Vietnam, omgeven door een ingetogen erehaag van Vietnamese heiligenbeelden. Op wandelafstand van de kathedraal bevinden zich de Ly Quoc Su Pagoda, die dateert van de twaalfde eeuw en bij ons bezoek jammer genoeg dicht bleef. Naar verluidt heeft de pagode een mooie collectie beelden, waaronder die van de boeddhistische geneesheer, leraar en koninklijk adviseur Ly Quoc Su. In de Franse buurt wemelt het van de leuke winkeltjes, al kan winkelen in Vietnam ietwat vervelend zijn: zodra u een shop binnenstapt, komt de goedbedoelende verkoper op u afgeschoten, om u vervolgens angstvallig te schaduwen, in de hoop u minstens één koopwaar te slijten. Leuke adressen zijn desondanks onder meer Pearl Ha Boutique, waar zijdekleding, inclusief de traditionele Vietnamese vrouwenblouse Ao Canh en accessoires in zijde, organza en taffeta lonken naar koopgrage bezoekers. To Thanh Nga, gelegen in de befaamde zijdestraat, is bij liefhebbers van prêt-à-porter en sjaals in traditionele stijl in korte tijd een begrip geworden: ontwerpster Thanh Nga won drie prijzen tijdens de allereerste modeshow die in Vietnam werd georganiseerd. Kleding op maat in uiteenlopende materialen (zijde, taffeta...) vindt u dan weer in het nieuwe Gig Collections. Maar zelf rondlopen en ontdekken in deze gezellige buurt is nog altijd de leukste manier om iets geschikt te vinden. En vergeet het niet: ook al bevindt u zich in een chique zaak en lijken de prijzen onbetamelijk laag, afpingelen is een wijdverbreid ritueel in Vietnam. Dominique SoenensVooral de Franse wijk, ten westen van het centrale 'Hoan Kiem'-meer, bevat een aanstekelijke mix van westerse invloeden en oosterse cultuur.Vergeet het niet: ook al bevindt u zich in een chique zaak en lijken de prijzen onbetamelijk laag, afpingelen is een wijdverbreid ritueel in Vietnam.