Is fiscaliteit eerlijk? Dat vraagt de eminente fiscalist Luc De Broe zich af in ons rondetafeldebat over belastingen (zie blz. 40). Het blijkt bijzonder moeilijk een goed zicht te krijgen op wat bedrijven effectief aan belastingen betalen. De meest logische oefening is volgens een tiental door Trends gecontacteerde fiscalisten een blik op de geconsolideerde cijfers van vennootschappen. Daar staat het te betalen belastingbedrag: het verschil tussen de winst vóór belastingen en de nettowinst. Dat bedrag is de samentelling van de belastingbedragen voor de vennootschapsbelasting, van alle individuele vennootschappen.
...

Is fiscaliteit eerlijk? Dat vraagt de eminente fiscalist Luc De Broe zich af in ons rondetafeldebat over belastingen (zie blz. 40). Het blijkt bijzonder moeilijk een goed zicht te krijgen op wat bedrijven effectief aan belastingen betalen. De meest logische oefening is volgens een tiental door Trends gecontacteerde fiscalisten een blik op de geconsolideerde cijfers van vennootschappen. Daar staat het te betalen belastingbedrag: het verschil tussen de winst vóór belastingen en de nettowinst. Dat bedrag is de samentelling van de belastingbedragen voor de vennootschapsbelasting, van alle individuele vennootschappen. Trends deed de oefening voor twintig Belgische multinationals met een omzet van minimaal één miljard euro. De meest opvallende vaststelling is dat de belastingdruk de voorbije tien jaar bij de helft van de multinationals steeg en bij de andere helft daalde. Er spelen veel effecten, met steeds weer uitzonderingen, zodat een algemene tendens vaststellen bijna onmogelijk is. Luc De Broe nuanceert: "Je moet ermee rekening houden dat de effectieve aanslagvoeten de voorbije tien jaar wereldwijd gezakt zijn. Er is een algemene tendens om de tarieven van vennootschapsbelasting te doen dalen. België is het enige land waar die tarieven stabiel bleven op 34 procent. Wij houden het dus op een hoog tarief, terwijl er wereldwijd een daling is." Een tweede vaststelling is dat er een groot verschil is tussen de effectieve en de officiële of theoretische aanslagvoet. Het tweede getal is de gemiddelde aanslagvoet die per land zou worden aangerekend, zonder belastingverminderingen. Maar bijna geen enkel bedrijf betaalt die officiële aanslagvoet, al wordt hij doorgaans wel vermeld in het jaarverslag. Ondernemingen kunnen die officiële tarieven gevoelig terugdringen via allerlei fiscale technieken, bijvoorbeeld de investeringsaftrek (onder meer investeringen in O&O) of de recuperatie van verliezen uit vorige boekjaren. Een goed voorbeeld levert de wereldbrouwer AB InBev. Het officiële belastingtarief bedroeg 33,3 procent in 2013, maar de onderneming kon zo'n 1,53 miljard dollar terugwinnen, vooral via belastingkredieten (fiscale aftrek voor investeringen) en speciale belastingstatuten. De effectieve aanslagvoet klokte af op net geen 19 procent. Maar er zijn ook verliezers. Bekaert bijvoorbeeld, dat de voorbije jaren geregeld onder vuur lag voor zware saneringen en riante bonussen voor het topmanagement. De effectieve aanslagvoet van ruim 89 procent lag beduidend hoger dan de theoretische aanslagvoet van een kwart. Een groot deel van het verschil (bijna 19 miljoen euro) is een extra belastingaanslag van voorgaande jaren. Die extra aanslag van voorgaande jaren duidt erop dat het te betalen bedrag dat in de geconsolideerde rekening verschijnt, in de loop van het volgende boekjaar nog kan veranderen. Zo kan de fiscus een teveel aan betaalde belastingen terugbetalen of een bijkomend bedrag vorderen. Maar die extra aanslag zegt ook veel over de rapportering. Een onderneming mag die rapporteringscriteria zelf tamelijk vrij invullen. Er is geen catalogus rond fiscale begrippen in de Belgische boekhoudwetgeving. SCR-Sibelco, de Kempense wereldspeler in industriële mineralen en zanden, trok in 2013 bijvoorbeeld ruim 24 miljoen euro terug via "belastingstimulansen" -- verdere precisering ontbreekt. Umicore heeft het over "fiscaal aftrekbare stimuli" voor een bedrag van circa 32 miljoen euro. Attente beleggers kunnen weliswaar hun voordeel halen uit de belastingrapportering. Ontex bijvoorbeeld had een hoge aanslagvoet van 36 procent, maar tegelijk had het bedrijf eind 2013 nog een substantiële post van 567 miljoen euro aan te recupereren fiscale verliezen. Een niet te versmaden bedrag voor een onderneming met een winst vóór belastingen van 38,5 miljoen euro in 2013. En de grootgrutter Delhaize haalde zijn belastingtarieven de voorbije jaren stelselmatig omlaag. WOLFGANG RIEPLBijna geen enkel bedrijf betaalt de officiële aanslagvoet, al wordt hij doorgaans wel vermeld in het jaarverslag.