Toen Erik De Clercq eerder deze maand de lifetime achievement award voor innovatie van de EU ontving, droeg de geëmotioneerde meester-viroloog die prijs ook op aan zijn vrouw. Het leven van de professor-emeritus heeft immers altijd in het teken gestaan van de vaak succesvolle ontdekkingstochten naar nieuwe antivirale behandelingen.
...

Toen Erik De Clercq eerder deze maand de lifetime achievement award voor innovatie van de EU ontving, droeg de geëmotioneerde meester-viroloog die prijs ook op aan zijn vrouw. Het leven van de professor-emeritus heeft immers altijd in het teken gestaan van de vaak succesvolle ontdekkingstochten naar nieuwe antivirale behandelingen. De 67-jarige De Clercq is onder meer een van de vaders van tenofovir, onder de merknaam Viread nog altijd de meest gebruikte aidsremmer ter wereld. "Hij heeft bijna op zijn eentje gevochten tegen de overtuiging dat hiv een ongeneeslijke plaag is", stelden de Europese Commissie en het Europees Octrooibureau in hun motivering voor de prijs. "De implicaties van zijn bevindingen kunnen niet worden overschat", klinkt het nog. De in Dendermonde geboren De Clercq ging na zijn studies geneeskunde en klinische biologie in 1972 aan de slag als docent aan de KU Leuven en werd er drie jaar later hoogleraar. Hij is vooral bekend van zijn strijd tegen hiv bij het wereldvermaarde Rega-instituut. Maar hij is ook de co-ontdekker van een rist andere antivirale middelen die worden gebruikt in de behandeling van infecties als herpes en hepatitis B. De Clercq is een wetenschappelijke veelvraat met zowat een dozijn boeken en ruim 2100 internationale publicaties op zijn naam. Hij gaf meer dan 530 lezingen over antivirale chemotherapie op internationale congressen en symposia. Bovendien is hij lid van ruim 40 buitenlandse wetenschappelijke verenigingen en houder van een aantal ereprofessoraten aan Europese en Amerikaanse universiteiten. "Heel gedreven, heel ambitieus en heel enthousiast. Ik ken niemand die zo hard heeft gewerkt als hij. Zijn onderzoek is de rode draad door zijn leven", zegt Jan Balzarini, die aan het Rega-instituut de afdeling virologie en chemotherapie leidt en tenofovir mee heeft ontdekt. "Als jonge onderzoeker, en zeker ook als doctoraatsstudent, moest ik vaak laat werken, en als ik dan om negen of tien uur 's avonds in de Minderbroedersstraat in Leuven - waar het Rega is gevestigd -passeerde, kon ik vaak nog het licht zien branden in zijn bureau", herinnert Rudi Pauwels zich. Pauwels stichtte later de Mechelse hiv-specialist Tibotec-Virco en stond ook mee aan de wieg van het biotechbedrijf Galapagos. Pauwels deed zijn doctoraat bij De Clercq en werkte in totaal tien jaar met hem samen. "Bij Erik De Clercq heb ik mijn stiel geleerd", zegt Pauwels zonder aarzelen. "Hij was mijn wetenschappelijke vader en mentor." "De Clercq gaf zijn medewerkers enorm veel vrijheid maar was uiteraard ook veeleisend. Niet dat hij twee keer per dag kwam vragen hoe ver je stond, maar hij daagde je voortdurend uit over ideeën. Bovendien was hij een zeer begenadigd lesgever. Hij kon het zeer goed uitleggen", aldus Pauwels die zich ook nog de wekelijkse squashpartijtjes en de zondagochtendjoggings met De Clercq en Balzarini herinnert. Dezelfde bewondering klinkt bij Balzarini, die ook zijn doctoraat heeft gedaan bij De Clercq en intussen al bijna 30 jaar met hem samenwerkt. "Als je met hem spreekt over onderzoek of een project kom je altijd heel enthousiast buiten." Hoewel de wereld van het virologisch onderzoek De Clercq al langer op handen draagt, ging pas sinds 2000 de erkenning van zijn werk in crescendo, met verscheidene belangrijke erkenningen zoals de Descartesprijs. Dat hij nu ook door de Europese Unie in de bloemetjes wordt gezet, is meer dan terecht. "Dubbel en dik verdiend", zegt Pauwels. "Het is de bevestiging van zijn pioniersrol." Volgens Pauwels geniet De Clercq in eigen land nog veel te weinig erkenning voor zijn bijdrage aan de wetenschap. "Iemand die kan terugblikken op zo'n carrière verdient alle aandacht, ook omdat het vele jonge wetenschappers kan inspireren tot navolging." De Clercq is intussen twee jaar professor-emeritus, zeg maar hoogleraar met pensioen. Van 1986 tot aan zijn emeritaat was hij voorzitter van het Rega-instituut. Vanaf 1999 combineerde hij dat voorzitterschap met dat van het departement microbiologie en immunologie van de KU Leuven. Dat departement had hij ook al geleid tussen 1986 en 1991. Nu is hij nog altijd voorzitter van de beheerraad van de vzw Rega-instituut, een functie die hij in principe tot zijn zeventigste zal behouden. Als stille hulde aan de professor-emeritus siert een pentekening van De Clercq, net als die van zijn voorgangers, het vergaderzaaltje. De Clercq kan het geregeld met eigen ogen aanschouwen. Die verplichte pensionering was duidelijk tegen zijn zin, en dus duikt hij nog vaak op in het instituut dat hij wereldvermaard maakte. "Hij is nog heel actief in het schrijven van overzichtsartikels, die trouwens zeer nuttig zijn", legt Balzarini uit. "Het is niet iemand die gemakkelijk met pensioen kan gaan. Die regel dat je aan de universiteit op je 65ste met pensioen moet gaan, maakt hem niet gelukkig. Logisch, want hij heeft altijd voor zijn onderzoek geleefd." Bert Lauwers