"Als organisaties me vragen om te komen spreken over duurzaamheid, is dat bijna altijd als underdog. Velen zien Belgian Scrap Terminal (BST) als een laatkomer in het ecologische verhaal, omdat we tot de zware industrie behoren. Maar we verwerken afval tot nieuwe grondstoffen. Dat maakt toch dat we aan de basis van de circulaire economie staan?" steekt Caroline Craenhals van wal.
...

"Als organisaties me vragen om te komen spreken over duurzaamheid, is dat bijna altijd als underdog. Velen zien Belgian Scrap Terminal (BST) als een laatkomer in het ecologische verhaal, omdat we tot de zware industrie behoren. Maar we verwerken afval tot nieuwe grondstoffen. Dat maakt toch dat we aan de basis van de circulaire economie staan?" steekt Caroline Craenhals van wal. De grote kranen, de gestripte autowrakken en de bergen oud ijzer aan de Waaslandhaven in Kallo zien er nog net iets grauwer uit op deze grijze ochtend. De omgeving staat in schril contrast met de fluoroze jurk en de warme lach van de CEO. Tijdens de rondleiding op de terreinen maakt ze een praatje met vrijwel alle werknemers. "We hebben zo'n honderd werknemers. Ik ken hen allemaal bij naam. Ik hecht enorm veel belang aan een goede relatie met het personeel. Dat deden mijn vader en grootvader mij voor." Craenhals is opgegroeid tussen het afval. Ze is de vierde generatie aan het roer van het familiebedrijf. Dat begon in 1922 met haar overgrootvader, die als eerste de waarde van afval zag. Hij liep met de kar van huis tot huis om vodden en - toen nog in mindere mate - metaal op te halen, dat hij vervolgens manueel sorteerde. Honderd jaar later recycleert BST een waaier van consumptiegoederen die minstens deels uit metalen bestaan, zoals auto's, ijzeren tafels en drankblikjes. Wereldwijd wordt in alle vestigingen van BST jaarlijks 1,5 miljoen ton aan ijzer, andere metalen, plastics, vezels en rubbers van elkaar gescheiden. Die grondstoffen worden nadien gebruikt om nieuwe goederen te produceren. Dat is veel ecologischer dan de grondstoffen te winnen, benadrukt Craenhals, en goed voor een omzet van zo'n 350 miljoen euro. Aan dat scheiden gaat een heel proces vooraf. Uit een auto worden bijvoorbeeld eerst de verontreinigende stoffen gehaald. Die gaan niet verloren. Ze worden onder meer gebruikt als aandrijving voor de machines op de site. Nadien gaat het voertuig naar de shredder, die het tot kleine snippers vermaalt. De verschillende producten worden vervolgens van elkaar gescheiden door een mix van technieken die alle stoffen kunnen sorteren. "Auto's kunnen we voor 97 procent tot grondstoffen herwerken", zegt Craenhals. "De overige 3 procent wordt gestort. Maar we streven naar een recyclageproces van 100 procent. Ik geloof dat het ooit zal lukken dankzij alle technologische vernieuwing. Op dat gebied zijn we een wereldwijd toonbeeld. We investeren continu in nieuwe technieken." Dat is nodig. Nu het klimaat steeds hoger op de agenda staat, worden de normen voor de recyclagesector almaar strenger. "Dat is een heel goede evolutie en ik sta er volledig achter. Maar de wetgeving maakt het ons soms verdomd moeilijk. Zo vergen de emissienormen in het Waals Gewest zware investeringen die wij nooit kunnen terugverdienen. We hopen daar ondersteuning voor te krijgen." De CEO maakt twee bedenkingen bij de strengere regels. De eerste gaat over de Europese recyclagequota. Volgens Europa moeten voertuigen voor 95 procent worden gevaloriseerd. Maar de berekening van dat percentage verschilt van land tot land. "Bedrijven in onze buurlanden kunnen de normen makkelijker halen dan wij. Europa heeft een ongelijk speelveld gecreëerd." Het tweede probleem zijn de afgedankte goederen die BST verwerkt. De strengere recyclagenormen worden afgestemd op de huidige materialen en technologieën. "Een auto gaat makkelijk vijftien jaar mee. Met een koelkast of een wasmachine doe je zeven à acht jaar. We verwerken dus producten uit het verleden, maar moeten wel voldoen aan de normen van nu. Dat creëert een tweedeling waar beleidsmakers onvoldoende rekening mee houden." Craenhals verwijst daarvoor ook naar de rol van BST als opruimer. "Wij verwerken de producten die anderen hebben gemaakt, maar moeten alleen opdraaien voor de bijkomende verwerkingskosten door de strengere milieunormen. Ik ben ervan overtuigd dat ecologie en economie hand in hand gaan, maar het moet wel renderen. Voor het eerst in onze geschiedenis is die balans niet meer in evenwicht. Dat is problematisch, want waar zal het afval naartoe gaan als recyclagebedrijven de handdoek in de ring gooien? En waar halen andere bedrijven dan hun grondstoffen?" Het hart van Caroline Craenhals klopt voor recyclage en ecologie, maar ook voor goed technisch onderwijs. Daar moet ze gekwalificeerde arbeidskrachten vinden, en dat is een uitdaging. "Ik wil jongeren warm maken om te kiezen voor de recyclagesector", zegt Craenhals. Ze zet leerlingen uit het technisch onderwijs rechtstreeks aan het werk. Op het Belgische paviljoen van de Wereldexpo die in Dubai plaatsvindt, staat een kunstwerk van Alessandro Tardioli: de Gyratom, onder fans van Suske en Wiske bekend als de helikopter van professor Barabas. Het werk bestaat uit panelen van het Atomium en gerecycleerde materialen van BST. "Leerlingen van het GO Technisch Atheneum Keerbergen hebben meegewerkt aan de bouw. Doordat ik zo betrokken was bij dat project, zag ik opnieuw hoe moeilijk het technisch onderwijs het heeft. Ik heb mateloos respect voor de leerkrachten die hun best doen, ondanks de moeilijke werkomstandigheden. De meeste opleidingen zijn hopeloos verouderd. Er zijn te weinig middelen voor nieuwe machines die beantwoorden aan de laatste technologische ontwikkelingen. Die jongeren moeten dan de arbeidskrachten van de toekomst worden. Daarom ben ik een voorstander van duaal leren. Laat die jongens en meisjes meteen meedraaien in een bedrijf, zodat ze toch voeling krijgen met de technieken van nu. Ook dat wordt ons moeilijk gemaakt. Beleidsmakers struikelen onder meer over de veiligheid. Dat gebrek aan vertrouwen is nefast voor onze economie." Craenhals doet wat ze kan om het technisch onderwijs te ondersteunen. "Na de Gyratom kunnen nog kunstwerken volgen. Ik blijf ook deelnemen aan schoolprojecten die werkgevers- en zelfstandigenorganisaties op poten zetten om de opleidingen aan te prijzen, ook bij meisjes. Ik wil iedereen overtuigen dat het geen schande is om met je handen te werken en een echt vak te leren." Toch ziet Craenhals zich niet als een roldmodel: "Hoe je het draait of keert, dit blijft overwegend een mannenwereld. Ik ben altijd heel erg blij als er een vrouw instroomt. We hebben nu een vrouw op de controleafdeling. En onlangs werd iemand uit het poetsteam onze nieuwe kraanvrouw. Ze haalt nu zoveel meer voldoening uit haar baan. Dat vind ik fantastisch om te zien."