De baan vrij voor jongeren

Roeland Byl redacteur bij Trends

Het leger werkstudenten groeit. Wat begon als een gunst om jongeren wat te laten bijverdienen, raakt ingeburgerd als een wervingskanaal voor goedkope of bekwame medewerkers. Uitzendkantoren dragen hun steentje bij.

Binnenkort zijn ze er weer, de studenten die het tijdelijke arbeidstekort tijdens de zomermaanden opvangen. Het aantal contracten neemt jaarlijks hand over hand toe, zoals de statistieken van de arbeidsinspectie aantonen. Over een periode van vijf jaar noteerde het ministerie van Arbeid een stijging van maar liefst 73%. In absolute cijfers luidt dat: 190.324 studentencontracten in 1992 tegenover 329.855 in 1996. Met een gelijkmatige jaarlijkse toename en een uitschieter in 1995, toen er 60.000 studentencontracten meer werden uitgeschreven dan in 1994.

Een legalisering van vroegere misstanden? Vzw Jobwerking, een vereniging die zich situeert in ACV-kringen en de belangen van werkstudenten verdedigt, stelt dat het aantal klachten de voorbije jaren stabiel blijft. De verhalen over moegetergde, uitgeputte studenten die zonder contract gratis overuren presteren, raken op de achtergrond. Misbruiken blijven evenwel bestaan, al worden werkstudenten dan steeds mondiger.

Studentenarbeid kent

een groeiend economisch belang en wordt meer en meer een algemeen aanvaarde vorm van tijdelijk werk. Minder zwartwerk dus, zoals gezegd, studenten hebben immers weinig redenen om zwartwerk te verkiezen boven een officiële vakantiejob, legt Erik Van Kerkhoven verantwoordelijke Vzw Jobwerking, uit. “De sociale bijdrage die bij loonarbeid normaal gezien van het brutoloon wordt afgehouden, krijgen zij bijna volledig uitbetaald. Vanaf vorige zomer wordt aan de student een solidariteitsbijdrage van 2,5% aangerekend, wat het verschil tussen bruto- en nettoloon tot een minimum beperkt. Bovendien zit bij de meeste werkgevers de schrik erin. De boetes die de sociale inspectie oplegt zijn niet van de poes.” Vakantiewerk is trouwens interessant voor beide partijen. Studenten verdienen wat bij en werkgevers biedt het de mogelijkheid om het jaarlijks probleem van zomerse onderbezetting op een goedkope manier op te lossen. De werkgeversbijdrage voor een jobstudent bedraagt slechts 5%, waardoor hij minder kost dan een gewone werknemer. Vooral in industriële sectoren neemt het aandeel van studententewerkstelling toe. De meeste werkgevers zien in werkstudenten goedkope, betrouwbare en flexibele werkkrachten die perfect de seizoenspieken opvangen, meent Van Kerkhove. Geen wonder dat studentenarbeid in de zomermaanden een populair alternatief vormt.

Maar ook buiten de zomervakantie neemt het aantal contracten toe, stelt Van Kerkhoven. Studenten die in de korte vakanties of zelfs het hele jaar door aan de slag zijn, vormen geen uitzondering meer, hoewel ze geen voorkeursbehandeling genieten. Bovendien neemt niet enkel het aantal studentencontracten toe, ook het aantal werkgevers dat een beroep doet op werkstudenten, stijgt. In 1993 waren dat ongeveer 21.000 firma’s, in 1996 schommelde hun aantal al rond de 27.000.

Uitzendstudenten

Vooral uitzendkantoren nemen het voortouw in het wervingsproces van werkstudenten. In 1992 nam de uitzendsector slechts een kleine 7% van de studentencontracten voor zijn rekening, in 1996 was dat al bijna 32%. En het lijkt erop dat het belang van uitzendkantoren als wervingskanaal blijft toenemen. Upedi, de beroepsvereniging van uitzendkantoren, schat het aandeel van haar leden in 1997 zelfs op bijna 40%. Didier de Laminne, pr-manager van Interlabor: “Het inschakelen van uitzendkantoren voor het vinden van werkstudenten sluit aan bij het fenomeen van outsourcing. Ondernemingen verkiezen de aanwerving van medewerkers uit te besteden. Selectie en rekrutering horen vaak niet tot hun kernactiviteiten. Zeker niet van die bedrijven die in de zomerperiode 20 tot 300 werkstudenten aanwerven. Bovendien gebeurt dat op een moment dat het human resources-departement sowieso onderbemand is. De bijkomende administratie voor een hondertal werkstudenten betekent voor hen een overdosis.”

Zowel werkgevers als werkstudenten hebben er dus voordeel bij om via een uitzendkantoor te werken. “Wij ontlasten de personeelsafdeling en leveren het bedrijf een factuur per week. De studenten zelf kunnen met een gerust geweten aan de slag want het contract dat ze voorgeschoteld krijgen, voldoet aan alle wettelijke normen inclusief sociale verplichtingen en attesten. In bepaalde gevallen is er ook een ongevallenverzekering.”

Tien jaar geleden

moest je relaties hebben om aan een interessante vakantiebaan te geraken. Maar de tijd dat een goed betaalde vakantiejob het privilege was voor de kinderen van het eigen personeel is nu wel voorbij. In sommige gevallen is dat nog steeds een troef, maar de uitzendkantoren proberen de aanwerving van werkstudenten te objectiveren. Zelfs als vakantiebaantjes toch intern worden weggeschonken, komt daar tegenwoordig een uitzendkantoor bij kijken. “In dat geval houden wij ons niet bezig met de selectie, maar verzorgen we enkel de administratieve kant. Intussen vormt dit al een minderheid van de contracten,” aldus de Laminne.

Maar, voor uitzendorganisaties betekent de markt van de studenten méér dan een uitbreiding van het werkterrein. In het beste geval keert een student, diploma op zak, terug om via het uitzendkantoor dat hij kent een baan te vinden. Omdat ze als bemiddelaar tussen de vraag van werkgevers en het aanbod van bekwame kandidaten steeds op scherp moeten staan, is voor uitzendkantoren een uitgebreid bestand van ingeschreven werkkrachten ideaal. “We moedigen studentenarbeid aan, dat klopt. Dat past in onze visie op flexibiliteit en het dynamiseren van de arbeidsmarkt. Ieder jaar sturen we bijvoorbeeld onze klanten een mailing met tips en informatie over studentenarbeid.” De uitzendsector zet dus de schouders onder studentenarbeid. In die mate zelfs dat kwatongen beweren dat daardoor de gewone uitzendkrachten in de verdrukking raken. De wetgeving bevoordeelt studenten. Omdat bedrijven tot 35% minder werkgeversbijdragen moeten betalen voor een jobstudent, voelen gewone uitzendkrachten zich uit de markt geprijsd. Ten onrechte, zegt De Laminne. “Wie zijn de gewone uitzendkrachten?” vraagt hij. “Een minderheid van goed 10% beschouwt uitzendarbeid als een bewuste keuze. Het merendeel gebruikt een uitzendopdracht als springplank voor vast werk. Met andere woorden: die mensen gaan ook met vakantie. Het is voor de opvulling van deze leemtes dat werkstudenten worden aangetrokken.”

Jobs voor de cv

Studenten komen voor hun schnabbels terecht in zowat alle sectoren. De uitzendkantoren buiten beschouwing gelaten, is er geen enkele sector die echt boven de andere uitsteekt. Met bijna 10% officiële contracten en de portie gebruikelijke zwartwerkers is de horeca de grootste werkgever.

Maar die populariteit neemt af, meent Erik Van Kerkhoven. “Heel wat studenten beschouwen de horeca als tweede keuze. Eerst kijken ze uit naar een interessanter vakantiebaantje in een sector met een betrouwbaarder imago. Lukt dat niet, dan grijpen ze toch naar een job in de horeca.” Sommige studenten lijken bewust een interessant vakantiebaantje te zoeken. Zij beschouwen het als een aanvulling op hun opleiding en als onderdeel van hun carrièreplanning. Een curriculum opbouwen met vakantiewerk is naar verluid een nieuwe trend.

In Nederland tekent die evolutie zich blijkbaar duidelijker af dan in Vlaanderen. Vaak hoor je bij ons van studenten die meteen na hun studie aan de slag konden in het bedrijf waar ze enkele jaren na elkaar een vakantiebaantje hadden. Ze kennen het bedrijf en hoeven dus minder tijd te investeren in opleiding. Maar dat zijn uitzonderingen.

De drang om vakantiejobs

in een carrièreplanning te integreren is toch wel beperkt, stelt Kurt Desmet, consultant bij het selectiebureau Schelstraete en Desmet. “Schoolverlaters hebben er zeker voordeel bij om bij hun eerste sollicitatie enige arbeidservaring te kunnen voorleggen. ” Maar of ze daarom bewust een vakantiejob in hun loopbaan inpassen…? “In de huidige context is dat trouwens nauwelijks mogelijk. Bovendien hangt een dergelijke mogelijkheid samen met de studierichting die je volgt. Voor iemand die secretariaat-talen studeert is een studentenbaantje in die richting zoveel als een eerste werkervaring. Maar er zijn richtingen zoals bijvoorbeeld psychologie waar een dergelijke link veel minder voor de hand ligt. Hoe dan ook, werken als jobstudent is algemeen gezien relevant voor de vorming van je persoonlijkheid.”

Ook Hugo Puttemans, consultant van Mercuri Urval, is die mening toegedaan. Een vakantiebaantje bemachtigen in het verlengde van je beroepsplannen of je studies is inderdaad moeilijk. “Je maakt kennis met de beroepswereld, welke job je dan hebt gedaan maakt niet zoveel uit. Een bepaalde opleiding of stage leidt trouwens toch niet automatisch tot een bepaalde functie of carrière. Een lange reis kan trouwens even verrijkend zijn als een goede vakantiebaan. Bovendien is een interessante vakantiejob in een curriculum niet doorslaggevend voor de selectie van een sollicitant.”

ROELAND BYL

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content