Zwarte gaten zijn vreemde kosmische verschijnselen. Doordat de zwaartekracht er zo groot is, weet zelfs het licht er niet te ontsnappen en zit er heel wat onzichtbare materie verborgen. Met het buitenlandse vermogen van de Belgische economie is het net zo. Het is groter, en brengt bovendien veel meer op dan de officiële statistieken vermelden. Maar exacte cijfers daarover zijn niet bekend.
...

Zwarte gaten zijn vreemde kosmische verschijnselen. Doordat de zwaartekracht er zo groot is, weet zelfs het licht er niet te ontsnappen en zit er heel wat onzichtbare materie verborgen. Met het buitenlandse vermogen van de Belgische economie is het net zo. Het is groter, en brengt bovendien veel meer op dan de officiële statistieken vermelden. Maar exacte cijfers daarover zijn niet bekend.Volgens de Nationale Bank bedroegen, eind september 1997, de nettovorderingen van de Belgische economie op de rest van de wereld 1876 miljard frank. Een spaarpotje opgebouwd uit jarenlange overschotten op de lopende rekening. De intresten vallen daarentegen zeer mager uit. Op de lopende rekening leverde de post inkomens - verbonden met die nettovermogenspositie - slechts een schamele 18 miljard frank op in 1995, 29 miljard frank in 1996. Op een positie van 1876 miljard is dat een habbekrats. Met andere woorden: een rendement van nauwelijks 1,5% in 1996. Bovendien is de vermogenspositie door de benadering van de Nationale Bank nog onderschat omdat ze die boekt aan historische kostprijs. De reële marktwaarde - door gestegen aandelenkoersen bijvoorbeeld - ligt een stuk hoger. Een berekening via de nationale rekeningen, door Jef Vuchelen (VUB), die wel rekening houdt met de marktwaarde, schatte het particuliere vermogen in 1995 in het buitenland op meer dan 4000 miljard frank. Deze benadering leert ook dat hierop ruim 250 miljard frank aan intresten en dividenden werd verdiend - een enorm verschil met de bevindingen van de Nationale Bank. FOUTMARGE.Hoe komt het dan dat de Nationale Bank dergelijk lage intreststromen registreert? De juiste intrestinkomsten bij elkaar zoeken is een hachelijke opdracht. Bovendien is het geen geheim dat veel intrestinkomsten om fiscale redenen niet worden gemeld. Maar de bank heeft ook andere verklaringen in petto.Zo moet men rekening houden met een stevige foutmarge. Achter de nettovermogenspositie schuilen immers omvangrijke brutoposities en dus ook bruto-intreststromen. Een foutmarge op die bruto-intreststromen - die heel waarschijnlijk is - maakt dat de foutmarge op de nettostroom sterk kan oplopen. Eind september 1997 moest de Belgische economie aan het buitenland 12.028 miljard frank terwijl het buitenland de Belgische economie 13.904 miljard frank verschuldigd was. Het verschil levert de nettovermogenspositie op van 1876 miljard. Beide brutoposities genereren intreststromen. In 1996 verdiende het buitenland op die manier hier 811 miljard frank, terwijl België 840 miljard frank opstreek in het buitenland - wat voor 1996 de netto-inkomstenstroom genereert van 29 miljard frank.RENDEMENTSVERSCHIL.Het buitenland puurt dus bijna evenveel inkomsten uit een kleinere vermogenspostie, mogelijk door een hoger rendement. Volgens de Nationale Bank zijn deze rendementsverschillen een tweede oorzaak van de kleine netto-inkomstenstroom. Nog volgens de NBB is dat te wijten aan het feit dat de Belgische schulden eerder op lange termijn - en dus duurder - gefinancierd zijn, de buitenlandse staatsschuld bijvoorbeeld. De activa daarentegen zijn veeleer belegd op korte termijn. Activa zoals de goudreserves brengen zelfs helemaal niets op. Gouverneur Fons Verplaetse wees er graag op dat de nv België door de recente goudverkoop voortaan op de ontvangen buitenlandse deviezen wel intresten verdient. Dat dergelijke rendementsverschillen kunnen doorwegen toont het voorbeeld van de Verenigde Staten. Toen ze hun status als kredietverlener van de wereld verloren en opschoven naar een schuldpositie, bleven ze aanvankelijk netto-intresten verdienen op hun buitenlandse vermogenspositie. Maar achterhalen hoe sterk dit effect vandaag in België aan de orde is, blijft nattevingerwerk.In Nederland deed het Centraal Planbureau (CPB) deze oefening wel. Ook boven de Moerdijk vroeg men zich af waarom het saldo op de intrestinkomsten zo klein is in verhouding tot de externe vermogenspositie. Bovendien stelde men vast dat de jarenlange overschotten op de lopende rekening niet tot een vergelijkbare aanwas van die positie hadden geleid. Het CPB verklaart het raadsel gedeeltelijk door een verschil in rendement en de sterke gulden. De trend dat buitenlandse beleggers van oudsher aanmerkelijk meer in Nederlandse aandelen hebben belegd dan Nederlanders dat deden in het buitenland, legt het rendementsverschil grotendeels uit. Bij een sterke koersstijging leidt die beleggingsstrategie zo tot een erosie van de vermogenspositie. De sterke gulden zorgt ervoor dat buitenlanders in Nederland sterke guldens opstrijken, terwijl Nederland in het buitenland deviezen verdient, die ten opzichte van de gulden aan waarde hebben verloren. Hetzelfde geldt hoogstwaarschijnlijk voor België met zijn sterke frank. Het CPB besluit ook dat de statistieken de werkelijke vermogenspositie en intreststromen onderschatten. Deels omdat veel gevlucht kapitaal niet werd geregistreerd. KDA