Wie er nog aan twijfelde dat de coronacrisis de perfecte storm is, hoeft maar een blik te werpen op de Belgische arbeidsmarkt: tal van bedrijven liggen stil en zetten hun personeel in tijdelijke werkloosheid. De verwachting is dat de grens van 1 miljoen tijdelijk werklozen wordt overschreden. Tijdens de financiële crisis van 2009 waren er 100.000. In die periode werd het stelsel ook opengesteld voor bedienden.
...

Wie er nog aan twijfelde dat de coronacrisis de perfecte storm is, hoeft maar een blik te werpen op de Belgische arbeidsmarkt: tal van bedrijven liggen stil en zetten hun personeel in tijdelijke werkloosheid. De verwachting is dat de grens van 1 miljoen tijdelijk werklozen wordt overschreden. Tijdens de financiële crisis van 2009 waren er 100.000. In die periode werd het stelsel ook opengesteld voor bedienden. Tijdelijke werkloosheid is een van de weinige flexibele arbeidsmarktsystemen in België. Wie in het stelsel terechtkomt, krijgt een werkloosheidsuitkering. Die bedraagt 70 procent van het loon, met een plafond van ruim 1900 euro bruto. Philippe Donnay, de topman van het Federaal Planbureau, verwacht dat de kostprijs van het stelsel zal oplopen tot 600 miljoen euro per maand. Dat is behoorlijk veel, maar er is geen alternatief. De coronacrisis leidt ook tot een verrassende creativiteit in het arbeidsmarktbeleid. In de maatregelen van de Vlaamse regering staat dat de VDAB een platform zal ontwikkelen waardoor tijdelijk werklozen toch kunnen bijverdienen. De federale regering moet die maatregel nog goedkeuren. De bedoeling is tijdelijk werklozen kunnen bijspringen in de zwaar belaste zorgsector en de retail. Dat is vrij nieuw in België. Tot nu konden enkel gepensioneerden bijverdienen. Voor alle anderen staat een Chinese muur tussen het krijgen van een uitkering en werken. Volgens arbeidsmarktexperts is dat een van de oorzaken van de te lage tewerkstelling van vooral laaggeschoolden. Zij zijn het slachtoffer van de werkloosheidsval. Een baan aanvaarden betekent dat hun uitkering wegvalt, en het inkomensverschil is vaak relatief klein. De arbeidseconoom Ive Marx (Universiteit Antwerpen) pleit er al jaren voor het mogelijk te maken een uitkering te combineren met een deeltijdse baan. In Nederland bestaan zulke systemen. Het verlaagt de drempel naar de arbeidsmarkt en het is een manier om uit de armoede te raken. Deze crisis is een kans om het taboe van de combinatie uitkering-deeltijds werk te doorbreken. Dat kan de arbeidsmarkt fundamenteel wijzigen, al moeten dan ook andere taboes sneuvelen. De combinatie uitkering-deeltijds werk is alleen mogelijk als de werkloosheidsuitkeringen in de tijd beperkt zijn. Zo'n systeem betekent ook dat het stelsel van flexi-jobs (fiscaal voordelig bijverdienen in horeca, kleinhandel en warenhuizen) kan worden uitgebreid tot werklozen. Zij zouden een tijdje een flexi-job kunnen doen, wat hun kansen op een vaste baan vergroot. Wat nu een experiment is, kan na de coronacrisis definitief worden. Hetzelfde kan worden gezegd van thuiswerk of telewerk. Een aanzienlijk deel van de werknemers zit nu thuis te werken. Voor de werknemers en de bedrijven kan dat een gamechanger zijn.