"Robert Voorhamme heeft maar één probleem. Hij is in het verkeerde kamp geboren."
...

"Robert Voorhamme heeft maar één probleem. Hij is in het verkeerde kamp geboren."Deze uitspraak - opgevangen in de wandelgangen van het jongste VEV-congres - typeert de bewondering van vele ondernemers voor de gewezen ABVV-topman. De huidige nummer één van de Vlaamse socialisten in de sociaal-economische dossiers dwingt algemeen respect af voor zijn doorgedreven werkkracht, uitstekende dossierkennis, menselijke aanpak en geslepen onderhandelaarstalent. Bovendien durft Voorhamme z'n nek uit te steken en slaagt er zelfs in heilige huisjes af te breken. Als inspirator van het economisch luik in het SP-Toekomstcongres, dat op 16 en 17 mei plaatsvindt, sprak hij vorige week de historische woorden: "De socialisten zijn niet tegen het bedrijfsleven". Off the record zijn voor- en tegenstanders unaniem: Robert Voorhamme is een goede minister-in-spe. Aan ambitie is er geen gebrek. Voorlopig ontbreekt alleen nog de noodzakelijke steun van zijn achterban. Amper 5000 stemmen bij verkiezingen boren elke politieke promotie de grond in. Jan met de pet geeft nu eenmaal de voorkeur aan bekende gezichten met slogans boven studaxen met ingewikkelde volzinnen. Pensenkermissen zijn niet aan Voorhamme besteed, hoewel hij om opportunistische redenen daar nu ook aan deelneemt. Bovendien slaat een socialist in maatpak, die naar de opera gaat en elke krokusvakantie naar een mondain skioord trekt, nu eenmaal niet goed aan bij de doorsnee arbeider. Voorhamme is zich bewust van deze tekortkoming. Communicatie met de basis staat vooraan op z'n prioriteitenlijstje. Zo had hij als vakbondsleider een voltijdse copyrighter - Ilse Daems - in dienst. Ook gaf hij cabaratier Geert Hoste carte blanche om de uitzending voor derden van het ABVV te restylen. Handelsingenieur Voorhamme - geboren en getogen in Antwerpen (°1949) - startte in 1973 zijn loopbaan aan het Ruca. Negen jaar lang legde de assistent van professor Willy Winkelmans zich toe op economische studiën, met de zeehavens als specialiteit. Daarna stapte hij over naar de socialistische vakbond. Tussen 1982 en 1989 klom het professorke - zoals zijn bijnaam luidde - op van advizeur bij de centrale van de metaalbewerkers tot het opperhoofd van het Vlaams ABVV. Toen evenwel duidelijk werd dat de vakbondsleider niet hogerop kon - hij raakte maar niet uit de schaduw van Mia De Vits - koos Voorhamme in 1995 voor de politiek als één van de vernieuwers van de SP. Het ministerschap wenkte, maar de slechte stembusgang strooide roet in het eten. Als troostprijs kreeg Voorhamme het voorzitterschap van de parlementaire commissie economie, een job waarin hij bakens verzet. Voorhamme belijdt de filosofie van het haalbare. Pragmatisme kenmerkt zijn carrière. Zo heeft de vakbondsleider zich altijd tegen lineaire maatregelen - zoals de Maribel-operatie - verzet. Je moet de middelen daar alloceren, waar ze het meest opbrengen. Ook maakt hij telkens een scheiding tussen de technische en politieke dimensie van een dossier, iets wat in syndicale middens niet voor de hand ligt. Zo nodigde hij andersdenkenden - zoals Bea Cantillon, sociale-zekerheidsspecialiste van de CVP, en UCL-professor Ricardo Petrella - op het ABVV-bureau uit om over maatschappelijke dossiers van gedachten te wisselen. Geregeld floot de nationale ABVV-top hem terug, niet zelden uit communautaire reflex. Dit sterkte zijn federalistische overtuiging dat men op gewestelijk niveau een veel efficiënter overheidsbeleid kan uitwerken. Toch wist Voorhamme vaak zijn slag thuis te halen, al dan niet met een klassieke bocht. Toegeven dat hij zich ooit vergist heeft, zal het SP-parlementslid echter nooit doen. Daar is hij veel te ijdel voor. Esthetiek vindt Voorhamme, lid van de loge, zeer belangrijk. Met zijn zorgvuldig ongeschoren gezicht à la Jambers, mooie maatpakken en verzorgd (Antwerps) taalgebruik, kan hij evenzeer doorgaan voor een succesvol zakenman. Ook houdt het Vlaams parlementslid van kunst - thuis hangen enkele werken van onder meer Jan Van Riet en Fred Bervoets - snuist graag rond in galerieën en kent veel van klassieke muziek. Een aantal architecten, schilders en beeldhouwers behoort tot zijn vriendenkring. Zelfs zijn keuze van wagen wordt bepaald door de vormgeving: Voorhamme rijdt met een Saab 900, niet alleen omdat het een mooie wagen is, maar ook omdat het bedrijf nadenkt over het milieu en arbeidsorganisatie. Diep in z'n hart huist het megalomane van een François Mitterrand. Voorhamme droomt ervan ooit eens een paleis te kunnen laten neerzetten, zoals de Gentse Vooruit. Hij beseft dat zoiets onrealistisch is, maar vindt toch dat de arbeidersbeweging zo'n monument nodig heeft om zich aan op te trekken. Ondanks de erkenning van de vrije markt als motor van de economische ontwikkeling, is en blijft Voorhamme een overtuigd socialist en syndicalist. Zijn stelling luidt: via selectieve lastenverlaging moet de overheid de herverdeling van arbeid stimuleren. Economische groei volstaat niet om de structurele werkloosheid op te lossen. Ook raakt het parlementslid nog altijd vervoerd als hij op de 1 mei-stoet de rode zee van vlaggen ziet en bijpassende muziek van de Internationale hoort. Met de regelmaat van de klok grijpt hij terug naar de oude waarden van de socialistische arbeidersbeweging, tot de klassenstrijd toe. "Er is geen andere weg," aldus Voorhamme in De Standaard van 30 april 1994: "Onze maatschappij steunt niet op het consensusmodel, zoals we de afgelopen decennia ten onrechte meenden. Ze draait om de logica van de ondernemers en liberalen enerzijds, en de principes van een humane, moderne samenleving anderzijds. Ik wil geen terugkeer naar de vorige eeuw. Maar een krampachtige restauratie van een gekapseisd Belgisch overlegmodel heeft geen enkele zin. Onderhandelen betekent vanuit tegengestelde belangen tot een compromis komen. Vanuit een machtsevenwicht. Juist dat evenwicht is weg in onze nationale staatsstructuren." Dit is nog altijd de visie van Voorhamme, die de persconferentie over het economisch luik van het SP-Toekomstcongres als volgt afrondde: "Onze doelen zijn niet veranderd, maar wel onze middelen".ERIC POMPEN