L 'histoire se répète, maar nooit op dezelfde manier. Op de reactie van het economenvolk op de diepe economische crisis lijkt die boutade van kracht te blijven. Op de Grote Depressie van de jaren dertig volgde een stroom van analyses met steevast als conclusie dat we, zoniet naar een regelrechte planeconomie, dan toch minstens naar een economisch bestel dienden te evolueren waarin niet de markt, maar wel de overheid de scepter zwaaide. Het meest beklijvende symbool van deze bijkleuring van de economische wetenschap was de in 1936 gepubliceerde General Theory of Employment, Interest and Money van de legendarische John Maynard Keynes .
...

L 'histoire se répète, maar nooit op dezelfde manier. Op de reactie van het economenvolk op de diepe economische crisis lijkt die boutade van kracht te blijven. Op de Grote Depressie van de jaren dertig volgde een stroom van analyses met steevast als conclusie dat we, zoniet naar een regelrechte planeconomie, dan toch minstens naar een economisch bestel dienden te evolueren waarin niet de markt, maar wel de overheid de scepter zwaaide. Het meest beklijvende symbool van deze bijkleuring van de economische wetenschap was de in 1936 gepubliceerde General Theory of Employment, Interest and Money van de legendarische John Maynard Keynes . Zonder van een nieuwe Grote Depressie te willen spreken, nemen twee van de meest vooraanstaande leden van de huidige generatie van economen de draad van Keynes weer zeer expliciet op: de Amerikanen George Akerlof en Robert Shiller. Beide economen, die hun bewondering voor Keynes niet onder stoelen of banken steken, doen dat in hun net van de persen gerolde boek Animal Spirits. How Human Psychology Drives the Economy and Why It Matters for Global Capitalism (uitgegeven door Princeton University Press). Dit erg boeiende boek van twee topeconomen, al dan niet toevallig beiden met een doctoraat van het Massachussets Institute of Technology (MIT) verdient ruime, zij het kritische aandacht. Akerlof (68) doceert al lang aan Berkeley en ontving in 2001 de Nobelprijs Economie samen met Joe Stiglitz en Michael Spence. De toekenning van de Nobelprijs stoelde vooral op zijn werk over asymetrische informatie, waarmee hij wilde zeggen dat kopers en verkopers niet altijd over dezelfde informatie beschikken. Asymmetrische informatie ontregelt de werking van het marktmechanisme. In een artikel in 1970 paste Akerlof dat concept toe op de markt van de tweedehandswagens. De financiële econoom Robert Shiller (63) van Yale verwierf wereldfaam in 2000 met zijn boek Irrational Exuberance, een term eerder gelanceerd door Alan Greenspan als voorzitter van de Amerikaanse centrale bank. Shiller voorspelde de explosie van de dotcomzeepbel. Vanaf 2005 begon Shiller zeer expliciet te waarschuwen voor de vastgoedzeepbel in de Verenigde Staten. Zijn boek The Subprime Solution van vorig jaar behoort nu al tot standaardwerken over de financiële crisis. Samen met zijn collega Carl Case ontwikkelde Robert Shiller de toonaangevende Shiller/Case-index van de woningprijzen in de VS. In hun boek Animal Spirits gaan Akerlof en Shiller uit van de vaststelling dat de financieel-economische crisis duidelijk aantoont dat het standaard economisch model gebaseerd op het rationele gedrag van consumenten, producenten en investeerders niet langer werkt. De reden van die ontsporing situeert zich volgens hen in de beperktheid van deze benadering. Het menselijke gedrag laat zich niet alleen vatten in termen van rationaliteit. Er moet gekeken worden naar een veel breder pallet van menselijke drijfveren die ze samenvatten onder de noemer animal spirits. Daar waar hun illuster voorbeeld Keynes de term animal spirits meer situeerde in het kader van wat ondernemers tot actie brengt, trekken Akerlof en Shiller het begrip open naar een vijftal basisconcepten: vertrouwen, rechtvaardigheid, corruptie en slechte wil, geldillusie en de menselijke verhaalcultuur. Hun benadering van deze concepten is bij momenten briljant, bijvoorbeeld de uiteenzetting over de manier waarop verhalen die mensen aan elkaar vertellen - en die ze systematisch doorvertellen - vaak een belangrijke determinant worden van het menselijke gedrag. Andere argumenten snijden minder hout, bijvoorbeeld de stelling dat mensen zich systematisch miskijken op inflatie en deflatie. Bovendien is het zeer opmerkenswaardig hoe zij nagenoeg volledig voorbijgaan aan de rol van falend overheidsoptreden in de ontwikkeling van zware economische crises. De hoogdravende conclusie van Akerlof en Shiller dat "onze beschrijving van de animal spirits en de manier waarop ze werken toelaat om elke uitgesproken conjunctuurbeweging te verklaren" vormt tegelijk ook het grote zwakke punt. De theorie die ze proberen op te zetten, is namelijk zo breed dat ze geen theorie meer is. Akerlof en Shiller geven prachtige verklaringen na de feiten, maar de voorspellingskracht lijdt onvermijdelijk onder die breedheid van de verklarende factoren. Maar, zo merken Akerlof en Shiller zeer terecht op - en samen met hen een groeiende schare andere economen - de verklaringskracht van het op rationeel gedrag gebaseerd model laat ook geregeld te wensen over. De conclusie is dat we de resultaten van het klassieke economische model niet overboord moeten gooien, maar minder strak moeten gaan interpreteren. Akerlof en Shiller reiken schitterende denkrichtingen aan om die interpretatieoefeningen zinvol te stofferen. Niets minder, maar ook niet echt veel meer. (T) JOHAN VAN OVERTVELDT IS ALGEMEEN DIRECTEUR VAN DE WERKGEVERSORGANISATIE VKW. Johan Van Overtveldt