Het zijn er ditmaal zo'n 240. Tweehonderd zakenlieden plus een veertigtal 'excellenties', ministers, kabinetsleden, ambtenaren, provinciale bewindslui en leden van de prinselijke entourage. De handelsmissie die deze week India aandoet, telt de helft minder deelnemers dan die van eind vorig jaar naar China. Toen reisden er officieel 76 officiëlen, veertig journalisten en 320 zakenlui van 220 bedrijven mee naar Peking.
...

Het zijn er ditmaal zo'n 240. Tweehonderd zakenlieden plus een veertigtal 'excellenties', ministers, kabinetsleden, ambtenaren, provinciale bewindslui en leden van de prinselijke entourage. De handelsmissie die deze week India aandoet, telt de helft minder deelnemers dan die van eind vorig jaar naar China. Toen reisden er officieel 76 officiëlen, veertig journalisten en 320 zakenlui van 220 bedrijven mee naar Peking. Moet dat allemaal? Prins Filip die ruggelings tegen een zeven meter hoge heilige pilaar zijn wensen voor werkelijkheid ziet? Of de promotie van het Vlaamse landschap als ultiem decor voor de filmindustrie in Bollywood? Een bezoekje aan de koloniale bungalow van Mahatma Gandhi of het Qutab Minar-complex, een islamitisch monument dat tot het Unesco-werelderfgoed behoort? Zolang het decorum de échte acteurs - bedrijfsleiders en ondernemers die naar India exporteren, uitbesteden of er allianties afsluiten - niet van het podium duwt, is enig protocollair ritueel niet slecht. Als die piste echter ook dient om politieke of persoonlijke belangen te etaleren, zit het verkeerd. En dat was het probleem in China. Bij elke stop of officiële presentatie van de prinselijke delegatie in Delhi, Bangalore of Mumbai bleef dat gevaar ook steeds om het hoekje loeren. In de Belgische wetgeving over buitenlandse handel zit een angel diep genesteld. Die moet er - met een korte maar kordate, pijnlijke ingreep - uitgetrokken worden voordat de situatie begint te veretteren. In 2002 werd het buitenlandsehandelsbeleid als gevolg van het Lambertmont-akkoord vrijwel volledig aan de regio's toegewezen. Eén wazige instelling bleef overeind: het Agentschap voor Buitenlandse Handel, de opvolger van de vroegere Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel (BDBH). Het agentschap bevindt zich in een institutioneel niemandsland. Het is noch federaal, noch Vlaams, Brussels of Waals. Jaarlijks slorpt deze "aseksuele organisatie" - zoals sommige ondernemers plegen te zeggen - zo'n 5,5 miljoen euro aan middelen op. Pakweg 62 % of 2,9 miljoen euro is afkomstig van Vlaanderen. Stricto sensu staat het agentschap in voor de coördinatie van een viertal prinselijke handelsmissies per jaar. Het stelt daarvoor iets minder dan vijftig personeelsleden tewerk. Het agentschap staat symbool voor de wazige rolverdeling die bij elke handelsmissie opduikt tussen de prins, de federale en Vlaamse (of Waalse en Brusselse) minister van Buitenlandse Handel. En die rolverdeling draagt het conflict in zich. Is het nodig dat een federale excellentie de titel Buitenlandse Handel blijft dragen, enkel en alleen omdat hij de verantwoordelijkheid heeft voor de contacten en toespraken van de prins? Het ongenoegen van diverse ondernemers die zich telkens opnieuw geperst weten in een protocollair keurslijf van te grootschalige en weinig efficiënte delegaties, neemt toe. De realiteit is dat de Vlaamse regio goed is voor zo'n vier vijfde van de Belgische export. Dat er tijdens de handelsmissies vooral gezwaaid wordt met de Belgische vlag en het label Made in Belgium, daar hebben weinig Vlaamse bedrijfsleiders problemen mee. Maar dat zij achter dit label een figurantenrol toebedeeld krijgen, is een absurditeit. Tijdens vroegere missies was het nog de gewoonte dat elke deelnemer een regionale badge opgespeld kreeg: een rode, gele of blauwe kleur al naargelang van de gewesten. Gelukkig is komaf gemaakt met die segregatie. Al blijft het voor diverse bedrijven een probleem tot welke instantie ze zich moeten wenden om te kunnen deelnemen. Voor wie moet een Besix (Brussels?), Ter Beke (Vlaams?, Waals?) of InBev zich uitgeven? Vele bedrijven moeten zich 'regionaliseren' tegen hun wil, zo heet het. De onderlinge samenwerking die tussen de verschillende regionale export-instanties werd afgesproken, is een stap in de goede richting. Maar de angel die in de regionalisering van Buitenlandse Handel is blijven steken, moet dringend verwijderd worden of er dreigt vroeg of laat een ontsteking uit voort te komen. piet.depuydt@trends.beDat Vlaamse bedrijfsleiders achter het label 'Made in Belgium' een figurantenrol toebedeeld krijgen, is een absurditeit.